Solti stelt jonge collega in schaduw

Concerten: Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mark Wigglesworth, m.m.v. Vadim Repin, viool; Wiener Philharmoniker o.l.v Georg Solti. Gehoord: 17/11 Concertgebouw Amsterdam.

Hij siddert een voorslag door zijn bovenlijf, priemt zijn baton door de lucht voor de houtblazers, maakt weidse gebaren voor de strijkers. Als een tambour-maître steekt hij zijn arm ver omhoog om een inzet van het koper aan te geven, dan weer speelt hij van afstand de pizzicati mee van de contrabassen. Dat Sir Georg Solti vorige maand 84 is geworden realiseer je je pas weer als hij wat stijfjes de bok afstapt, en niet de lange rode loper naar boven neemt, maar het trappetje naar beneden aan de zijkant van het podium. Wanneer hij dirigeert, is Solti één brok vitaliteit. En wat hij met een orkest bereikt is fenomenaal.

In het Amsterdamse Concertgebouw, de zaal die hij enkele jaren geleden de beste ter wereld noemde, leidde Solti zondag op flamboyante wijze de Wiener Philharmoniker. Alsof het niet op kon dirigeerde eerder die dag aanstormend talent Mark Wigglesworth het Koninklijk Concertgebouworkest op een manier die misschien niet zo elektriserend was als die van Solti, maar toch zeker uiterst vakkundig en geïnspireerd.

Twee wereldberoemde symfonieorkesten op één dag, het een geleid door een dirigent van de oudste generatie, het ander door een dirigent van de jongste. Solti maakte na een assistententschap bij Toscanini naam als operadirigent in Covent Garden en als symfonicus bij het orkest van Chicago, waarna hij een van 's wereld meestgevraagde dirigenten werd. Ook in Amsterdam dirigeerde hij vele malen. Wigglesworth dirigeerde dit weekeinde voor het eerst het Concertgebouworkest. Hij won in 1989 in het Concertgebouw het prestigieuze Kondrasjin Concours, en dirigeerde daarna tal van vooraanstaande orkesten. Sinds begin dit jaar is hij leider van het BBC National Orchestra of Wales.

In Beethovens Vioolconcert toonde Wigglesworth zich een capabel begeleider van Vadim Repin, al leek hij de kleurenpracht van het orkest soms iets te veel op de voorgrond te willen plaatsen. Repin spreidde vooral zijn introverte kant tentoon, zinderde in de cadensen, maar zijn spel kende in het langzame middendeel evenzeer doodse momenten.

De vertolking onder Wigglesworth van Rachmaninovs Tweede symfonie was bruisend, strak en opwindend. Nerveuze lijnen met amper een moment rust, sentiment in fortissimo, en heldere confrontaties tussen een doorlopende puls en vertragende klankblokken. Muziek om ademnood van te krijgen. Wigglesworth weet daarbij de afzonderlijke secties een uitgekiende plaats te geven in deze rijk geschakeerde bezetting.

Het aantal orkestleden dat onder Solti meespeelde in Tsjaikovski's Zesde symfonie zal echter nog groter zijn geweest. De Wiener Philharmoniker pakken de zaken graag groots aan: een woud van strijkers voor Bartóks Divertimento, een legioen musici voor Liszts Eerste Mephisto-wals en viervoudig bezette blazerspartijen bij Tsjaikovski, waar bijvoorbeeld twee hobo's, twee klarinetten en twee fagotten volstaan.

Maar hiermee wordt dan ook een sensationele klank gerealiseerd met een polychrome strijkersgroep en schitterend sonore blazers, die met een zeldzaam hoge graad van perfectie musiceren. En Solti weet in de climactische mars van Tsjaikovski's Pathétique met verbluffend architectonisch inzicht de spanning telkens weer een tandje verder op te schroeven, maar laat evengoed broze momenten ontstaan aan begin en eind.

Eigenlijk was het pleit al na een handjevol maten Bartók beslecht - als je meteen achterover in je stoel wordt gesmeten door zulk een klankkracht en zo'n gelijkademige frasering. Wigglesworth had pech dat zijn debuut bij het Concertgebouworkest hier uitgerekend in de slagschaduw moest vallen van een geweldenaar als Solti met de Wiener.