Mars '96 is lijdensweg voor Russische ruimtevaart

ROTTERDAM, 18 NOV. Het verongelukken afgelopen weekeinde van de Russische Mars '96 betekent opnieuw een grote tegenslag voor het ruimte-onderzoek in Rusland. Door een fout aan de bovenste trap van de - gewoonlijk zeer betrouwbare - Proton-draagraket, bleef de sonde in een lage baan om de aarde draaien.

Mars '96 was één van de drie ruimtesondes die eind dit jaar naar Mars moesten vertrekken. De eerste, de Amerikaanse Global Surveyor, werd op 7 november met succes in een baan naar Mars gestuurd. De derde, de Amerikaanse Pathfinder, kan vanaf 2 december vertrekken. Met deze sondes moeten de leemten worden opgevuld die nog steeds in onze kennis van de Rode Planeet bestaan, vooral op het gebied van het vroegere vulkanisme en het water dat er ooit heeft gestroomd. Met de sondes kan niet - zoals nu telkens bijna routinematig wordt gesuggereerd - naar sporen van leven worden gezocht.

De Russische Marssonde had twee vaartuigen aan boord die in september volgend jaar een zachte landing op Mars moesten maken, om vervolgens hun omgeving te fotograferen en de atmosfeer te bestuderen. Verder zouden twee pijlvormige penetrators enkele meters in de Marsbodem moeten doordringen, om de chemische samenstelling en fysische eigenschappen daarvan te bestuderen. Het moedervaartuig zelf, dat in een baan om Mars moest blijven, had twaalf instrumenten aan boord voor onderzoek aan de Rode Planeet en de ruimte er omheen. Sommige onderzoekers meenden dat het project te ambitieus en gecompliceerd was.

Het project Mars '96 is voor de Russische ruimte-onderzoekers een lijdensweg geweest. De lancering was aanvankelijk gepland voor 1994, maar de problemen van na de politieke omwenteling van 1992 maakten dit onhaalbaar. Alleen dank zij buitenlandse hulp kon de ruimtesonde dit jaar worden gelanceerd. Duitsland, Frankrijk en het Europese ruimte-agentschap ESA hebben voor een kleine 400 miljoen gulden aan het project bijgedragen en onderzoekers uit twintig landen hebben aan het project meegewerkt. Sommige buitenlandse ruimte-agentschappen droegen de hoofdverantwoordelijkheid voor bepaalde wetenschappelijke instrumenten.

In feite zijn de Russen bij hun ruimtevluchten naar Mars voortdurend door pech achtervolgd. Driekwart van de nu tien gelanceerde Marssondes mislukte geheel en bij de overige ging er altijd iets mis. Of de nu verloren gegane Marssonde het beter zou hebben gedaan, zal men nooit te weten komen. Op het Russische programma staat nu nog de Mars '98, met een Marswagentje en een (Franse) ballon voor onderzoek in de Marsatmosfeer, maar er is grote kans dat dit project onder de druk van de bezuinigingen zal bezwijken. Alle ogen zijn nu - opnieuw - gericht op het onderzoek van de Amerikanen: hun Global Surveyor en Pathfinder zullen in juli en september bij Mars moeten arriveren. De eerste gaat Mars bestuderen vanuit een omloopbaan, de tweede vanaf het oppervlak zelf.

Volgens de huidige NASA-plannen zullen in 2005 met een Mars Surveyor bodemmonsters van Mars naar de aarde kunnen worden gehaald. Maar ook het Surveyor-project staat onder grote financiële druk. NASA is al in gesprek met de Russen voor mogelijke samenwerking in 2001, maar ook Japan en het Europese ruimte-agentschap ESA zijn potentiële partners. Japan wil in 1998 een Marsverkenner (Planet-B) lanceren en de ESA heeft plannen voor Marsonderzoek in de ijskast staan. In december zal over mogelijke samenwerking worden gesproken tijdens een bijeenkomst van de in 1994 opgerichte International Mars Exploration Working Group.

    • George Beekman