Kok en Pronk: troepen naar Zaïre

DEN HAAG, 18 NOV. Zowel premier Kok als minister Pronk (Ontwikkelingssamenwerking) blijft het nodig vinden dat een internationale troepenmacht naar Zaïre vertrekt om de vluchtelingen te beschermen. Dit zeiden de ministers dit weekeinde in Rome, waar zij de wereldvoedseltop bijwoonden.

Nu de vluchtelingen vrijwillig terugkeren naar Rwanda komt de vraag op of het sturen van een VN-troepenmacht nog wel nodig is. Volgens minister Pronk moet de troepenmacht bescherming bieden aan de vluchtelingen. “Dat is niet aan een bepaald moment gebonden.” Volgens Pronk heeft een militaire inzet ook een afschrikwekkend effect. “Die is hard nodig opdat de gevechten niet opnieuw uitbreken.”

Het kabinet neemt deze week een definitieve beslissing over de uitzending van 270 militairen naar Zaïre. Premier Kok erkende in Rome dat het mandaat waartoe de Veiligheidsraad zaterdag besloot een Nederlandse deelname aannemelijker heeft gemaakt.

In de Tweede Kamer heeft de massale terugkeer van vluchtelingen naar Rwanda tot nieuwe vragen geleid. Was D66 aanvankelijk sterk vóór de uitzending van Nederlandse militairen, nu vraagt de partij zich af of er geen nieuw mandaat van de Veiligheidsraad nodig is om de vluchtelingen binnen Rwanda te ondersteunen en op te vangen.

D66 betreurt het dat er geen ontwapeningsparagraaf in het mandaat van de Veiligheidsraad staat. Nederland zou graag zien dat niet alleen de vluchtelingen door de internationale troepenmacht worden beschermd, maar dat Hutu-milities, die zich ophouden tussen de vluchtelingen, ook daadwerkelijk worden ontwapend. Het CDA vraagt zich af of de ministers Pronk en Van Mierlo (Buitenlandse Zaken) hun wens dat de VN-macht ook milities ontwapent hebben opgegeven. Voor de VVD staat het lenigen van nood voorop en niet de politieke oplossing van het conflict - waarvoor de regering pleit.