Hoogspanning Iran en Duitsland

BONN/ TEHERAN, 18 NOV. Spanning is de afgelopen dagen hoog opgelopen tussen Duitsland en Iran na beschuldigingen van een Duitse aanklager dat het Iraanse leiderschap opdracht heeft gegeven tot de moord op drie Koerdische opposanten en hun tolk in Berlijn in 1992.

De Duitse minister van Buitenlandse Zaken, Klaus Kinkel, deed gisteren een beroep op zijn Iraanse ambtgenoot, Ali Akbar Velayati, al het mogelijke te doen om de spanningen te verminderen en Duitse staatsburgers in Iran te beschermen. Enkele duizenden studenten marcheerden eerder op de dag naar de Duitse ambassade in Teheran, leuzen schreeuwend als 'Dood aan fascistisch Duitsland!'.

Een Duitse aanklager stelde vorige week de Iraanse Opperste Leider ayatollah Ali Khamenei, president Rafsanjani en anderen verantwoordelijk voor de moord op de drie vooraanstaande Koerden in restaurant Mykonos in Berlijn. Hij deed dat aan het eind van het sinds 1993 slepende 'Mykonos'-proces tegen vier Libanezen en een vermeende Iraanse geheim agent. Tegen de Iraniër en een van de Libanezen eiste hij levenslang. De uitspraak volgt in januari.

De Duitse ambassadeur in Teheran werd op het ministerie van Buitenlandse Zaken ontboden, waar hij te horen kreeg dat “de Duitse justitiële autoriteiten onder invloed van de zionisten een kwaadaardig politiek spel hebben opgezet tegen de Islamitische Republiek Iran”. De Iraanse staatstelevisie plaatste vraagtekens bij de uitgebreide handelsbetrekkingen tussen de twee landen. De Engelstalige krant Iran News kwam met een uitspraak dat het “de beste politiek is alle banden met Duitsland te verbreken”.

Minister Kinkel onderstreepte gisteren tegenover Velayati dat de Duitse rechtbanken onafhankelijk zijn en dat de regering niet het recht heeft in rechtszaken tussenbeide te komen. Velayati op zijn beurt zei later tegenover de Iraanse televisie dat “wij over islamitische waarden en de waarden van de Islamitische Republiek met niemand compromissen sluiten”. Duitsland “maakt een ernstige vergissing” als het denkt dat Iran een dergelijke belediging negeert, aldus Velayati. (Reuter, AP, AFP)