Geld genoeg voor zorg, maar geen zorg te koop

Een deel van de verstandelijk gehandicapten krijgt geld om naar eigen voorkeur zorg in te kopen. Maar het aanbod van zorg blijft achter. Vandaag worden de financiën van de zorgsector behandeld in de Tweede Kamer.

DEN HAAG, 18 NOV. Robert Peeters (32) vraagt iedere dag aan zijn moeder of zij al iets heeft gehoord van het huizenfront. Daarmee bedoelt hij een plaats in een gezinsvervangend tehuis. Robert is verstandelijk gehandicapt en staat al vier jaar op de wachtlijst voor een plaats in zo'n huis. Hij zoekt een eigen plek om te wonen, maar op zichzelf wonen kan hij niet.

In de gehandicaptenzorg moeten er de komende vier jaar 2.750 plaatsen bijkomen voor verstandelijk gehandicapten. Dit heeft staatssecretaris Terpstra (Welzijn) vorige week in een brief aan de Tweede Kamer geschreven. Daarnaast komt er 25 miljoen gulden extra beschikbaar voor uitbreiding van het aantal plaatsen voor lichamelijk gehandicapten. Vorige week ontstond enige ophef, omdat de Kamer nóg 75 miljoen gulden wilde om de wachtlijsten in de gehandicaptensector terug te dringen. Terpstra heeft dat niet en wil er bij het kabinet niet om zeuren.

De spanningen lopen hoog op in de flat van de familie Peeters in Den Haag. Robert voelt zich in de steek gelaten door maatschappelijk werkers die hem beloofd hebben dat hij “ergens kan wonen”. Zijn moeder kan de zorg voor haar zoon alleen niet aan. Mevrouw Peeters: “Hij wordt ieder jaar medisch gekeurd en ieder jaar komt er een gradatie urgentie bij. Aan de hand van die urgentie krijgen wij een bedrag van 24.000 gulden per jaar. Maar wat moet ik met dit geld als er nergens plaats is voor Robert?” Het liefst zou ze hem met het geld van de wachtlijst af kopen. Zij is niet de enige. Veel ouders van verstandelijk gehandicapte kinderen krijgen een zogeheten persoonsgebonden budget waarmee zij zorg kunnen inkopen. Zij kunnen zelf beslissen van welke instantie zij gebruik willen maken. Peeters: “Een vooruitstrevend idee maar in de praktijk werkt het dus niet. Ik kan het geld aan niets uitgeven. We zouden het kunnen omzetten in elf uur per week een verzorgster in huis. En áls we dat al doen, dat verspeelt Robert zijn plaats op de wachtlijst.”

Voor de persoonsgebonden budgetten van verstandelijk gehandicapten heeft het kabinet 42,5 miljoen gulden gereserveerd. Gehandicapten of hun ouders kunnnen zo'n budget aanvragen bij een zorgverzekeraar. Die stelt op basis van een indicatie een budget vast. Jaarlijks krijgen de cliënten een bedrag van 2.400 gulden ineens uitgekeerd, de rest wordt uitgekeerd via een van de zogeheten verenigingen van budgethouders. Een deel van de budgetten wordt, zo blijkt uit het geval van Robert, niet aan zorg uitgegeven maar wordt opgepot, omdat er geen zorg te koop is.

Overigens is ook voor het persoonsgebonden budget een wachtlijst ontstaan. Er zijn meer aanvragers dan dat er geld voor is gereserveerd. De wachtlijsten staan elkaar in de weg; Robert wacht op een plaats in een gezinsvervangend tehuis en heeft tegelijkertijd een budget waar iemand anders op wacht. Mevrouw Peeters: “De verwarring is zo groot dat als ik dit probleem voorleg aan de zorgverzekeraar het stil wordt aan de andere kant van de lijn. Ik krijg het idee dat niemand precies begrijpt wat we met welk geld moeten doen.”

Volgens mevrouw Peeters zijn de lange wachtlijsten niet alleen een kwestie van geld. Peeters: “Er moeten huizen gebouwd worden - dat is het enige wat telt. Het geld dat ik voor Robert krijg, wil ik daar graag aan spenderen. Maar ik mijn eentje kan ik geen huis bouwen. Instellingen zouden daarop moeten inspelen. Waarom combineren zij de budgetten van vier verstandelijk gehandicapten niet om gezamenlijk iets te ondernemen?” Zij heeft alle zorginstellingen in Den Haag gebeld met de vraag haar zoon op te nemen in een gezinsvervangend tehuis. Overal is het antwoord: er is een wachtlijst van enkele jaren.

Robert is boos. Hij werkt iedere dag van half acht 's morgens tot half vijf 's middags bij de school- en kindertuinen in Den Haag. Hij begrijpt het niet goed maar voelt het des te beter: voor hem is alleen plaats op een wachtlijst. Hij wordt uit onmacht steeds bozer op zijn moeder. Op de camping hebben ze deze zomer iedere avond ruzie gemaakt. Robert dramt zijn wil door en zijn moeder kan hem zijn zin niet geven. Dat wringt.

Mevrouw Peeters is ten einde raad. Al meer dan vier jaar probeert zij een plek voor haar zoon te vinden. Als zij zou komen te overlijden, wordt Robert ondergebracht in het zogeheten zes-weken-circuit. Hij wordt dan zes weken hier en zes weken daar ondergebracht, zonder zicht op een eigen huis want hij zal nooit op zichzelf kunnen wonen. Hij is afhankelijk van de zorg van anderen. Peeters: “Het enige wat ik wil weten is: waar is die zorg te koop?”

    • Margot Poll