Een provinciaal circus

Raster 75, 200 blz. Driemaandeljks tijdschrift in boekvorm. Uitg. de Bezige Bij, losse nummers ƒ 25,- Jaarabonnement ƒ 87,50.

Waarom Raster een tijdschrift heet? Het is een boek, elke drie maanden weer, en een goed boek ook en een dik boek en een verrassend boek. Raster laat steeds opnieuw zien wat literatuur betekent, of moet en kan betekenen en dat laat zich niet zomaar samenvatten want dat is erg veel.

Maar het heeft in ieder geval te maken met aandacht en nieuwsgierigheid, met iets onvermoeibaars ook, om steeds maar weer tot mislukken gedoemde pogingen te doen om iets zichtbaar en voelbaar te maken met woorden die daarvoor nooit toereikend zijn. Wat oorlog is bijvoorbeeld, daar zou dit laatste nummer het eens met ons over willen hebben.

Oorlog, zegt dit nummer, dat is niet zozeer het grote schieten en het sterven in onoverzienbare aantallen. Oorlog, dat is wat iemand zelf meemaakt die in de oorlog leeft. En wat zo iemand meemaakt dat is vooral heel veel kou, regen, narigheid, getob van allerlei aard. De schrijvers die in dit nummer aan het woord komen kijken allemaal eerder naar de dagelijkse mechanismes van de oorlog, naar de alledaagse waanzin ervan, dan naar de grote tragiek, de grote moed, de grote geschiedenis. Dat wilde de Raster-redactie blijkbaar zo en wie dit nummer leest is niet geneigd om het anders te willen. De eerste alinea van het eerste stuk in dit nummer, van Willem van Toorn, maakt al meteen duidelijk waar het om gaat: “Op de televisie gezien tijdens het begin van de oorlog in Joegoslavië: een scène op een heuveltop; zes of zeven dikke mannen staan in een groepje bijeen, pilsje in de hand, continu sigaretten rokend, onder een stralend blauwe hemel; onder hen ligt Dubrovnik, beeldschoon als in de folder van een reisbureau; af en toe loopt een van de mannen bedaard naar een stuk geschut, dat een meter of tien van hen af staat, drukt ergens op of haalt iets over of trekt ergens aan (ik weet niks van geschut) en met een doffe klap vertrekt een granaat richting eeuwenoude binnenstad; de man kijkt niet eens wat hij aanricht, wandelt terug naar zijn makkers, steekt weer een sigaret op en lijkt een mop te vertellen: de andere mannen brullen van het lachen.” Dat is, bij voorbeeld, oorlogJe kunt ook zo over oorlog schrijven: “Oorlog heeft wel iets weg van een smerig provinciaal cirkus. De oorlog geeft voorstellingen in de meest afgelegen gehuchten en sjokt onvermoeibaar van de ene plek naar de andere volgens een tevoren reeds bepaald plan voor een lucratieve tournee.” Dat schrijft Miroslav Krleza, de Joegoslavische schrijver die Raster enige nummers geleden uitgebreid introduceerde en die in de twee stukken die voor deze gelegenheid van hem vertaald zijn het verlangen naar een lichtgevende viltstift weet op te roepen, of naar een goed geheugen natuurlijk, omdat hij zo'n hoge dichtheid van aforistische zinnen en onthoudbare uitspraken bereikt, zonder dat hij er op uit lijkt ons met vondsten en vuurwerk te epateren. Het moet zijn manier van denken zijn, die hem tussen een heleboel andere behartenswaardige waarnemingen in doet wijzen op de 'totale zinloosheid van elke vorm van goede smaak' tijdens een oorlog of die hem de volgende gedachte ingeeft: “Al enkele eeuwen lang levert de mensheid strijd met de regen (die wijze gave Gods), en in deze strijd met de regen ligt in feite elke diepere zin van de menselijke beschaving”. Dat is een gevoel dat in de buurt van ieders ervaring komt, want wat doen we niet allemaal om droog te blijven, en dat tegelijkertijd zo absurd is - 'elke diepere zin' - dat er alleen maar de totale zinloosheid van alles mee gedemonstreerd wordt. Behalve de zinloosheid van het opschrijven van zulke zinnen, want wie een dergelijk gevoel op gaat schrijven die doet nog volop mee aan de beschaving. Nu ja, zo gaat het steeds in dit nummer, schrijver na schrijver (onder meer Walter Kempowski, Alexander Kluge, Lidia Ginzburg, Dubravka Ugresic) schrijven over de meest overbodige, meest zinloze en ellendige dingen op een manier die laat zien wat precisie en aandacht vermogen - dat dáarin 'elke diepere zin van de menselijke beschaving' is gelegen en dat sommige mensen in staat zijn om die zin onder de barste omstandigheden te blijven vertegenwoordigen. Maar dit klinkt allemaal al weer zo zwaar. Dit nummer laat de oorlog zien met zijn meest daagse gezicht, de oorlog van losse individuen.

    • Marjoleine de Vos