Duitse vakbeweging besluit markt te blijven wantrouwen

BONN, 18 NOV. De Duitse vakbeweging blijft wantrouwend tegenover de markt. In een nieuw beginselprogramma wordt opgeroepen tot uitbreiding van de verzorgingsstaat. De bonden willen de CAO hervormen om te voorkomen dat deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt afgeschaft.

Dat zijn de belangrijkste conclusies van het buitengewone congres van de Deutsche Gewerkschaftsbund (DGB) in Dresden. De DGB, de overkoepelende organisatie van vijftien vakorganisaties, heeft na vier dagen van heftige debatten zaterdag een nieuw beginselprogramma aangenomen. De leiding van de vakcentrale die 9,3 miljoen leden telt wilde het kompas verzetten in een hervormingsgezinde richting, maar dat ging het linkse deel van de achterban veel te ver.

Zo had DGB-voorzitter Dieter Schulte voorgesteld in het nieuwe beginselprogramma op te nemen dat “de sociale markteconomie beter is uitgerust dan andere economische modellen om de doelen van de vakbeweging te bereiken”. Daar voelden zes invloedrijke vakorganisaties niets voor. “We willen een tegenwicht vormen tegen het pure kapitalisme”, zei Michael Wendl, voorzitter van de invloedrijke ÖTV (openbare diensten, transport en verkeer) tijdens de bijeenkomst van 600 gedelegeerden.

Ook IG-Metall-voorzitter Klaus Zwickel verzette zich hevig tegen deze passage. Hij had gedreigd het congres met zijn zware delegatie te zullen verlaten als dit uitgangspunt niet werd gewijzigd. Prompt sloten de rijen zich toen dit thema vrijdagavond aan de orde kwam.

Na een langdurig debat moest de DGB-voorzitter water bij de wijn doen en werd de zin veranderd: “De sociaal gereguleerde markteconomie betekent tegenover een bandeloos kapitalisme een grote historische vooruitgang.”

Ook werd, tegen de wil van Schulte, door de gedelegeerden besloten om 'uitbreiding' van de verzorgingsstaat in het nieuwe programma op te nemen. Schulte had in zijn toespraak tot de congresleden gezegd dat de verzorgingsstaat niet als een 'tovermiddel' moest worden afgeschilderd. Maar de gedelegeerden stonden erop dat de DGB aan een actieprogramma zou werken dat “tegen de confrontatiekoers van de regering en de werkgevers” is gericht. Een passage van de DGB-leiding waarin stond dat de verzorgingsstaat financieel zijn grenzen heeft bereikt, werd dan ook geschrapt.

Ook het voornemen om de collectieve arbeidsovereenkomst (CAO) te hervormen lokte hevige debatten uit. De vice-voorzitter van IG-Metall, Walter Riester, waarschuwde de gedelegeerden uitdrukkelijk het voorstel niet te verwerpen. Men kon niet ontkennen dat veel ondernemers, zoals bijvoorbeeld verenigd in de BDI (Bundesverband der Deutschen Industrie), uit waren op een radicaal alternatief voor de CAO, zei Riester.

Hij riep op om de huidige CAO flexibeler te maken en de keuzemogelijkheden per bedrijf te vergroten “in het belang van werknemers en de ondernemingen”. Uiteindelijk sprak een meerderheid van de gedelegeerden zich uit voor de hervorming van de CAO.

De slotresolutie moet de werkgevers duidelijk maken dat het met de strijdbaarheid van de vakbeweging nog niet voorbij is. Geconstateerd wordt dat níet de ontwikkeling van de loonkosten oorzaak is van de massawerkloosheid. Het economisch beleid van de regering krijgt de schuld, de restrictieve geldpolitiek, de zwakke koopkracht en de verkeerde reacties van veel werkgevers op de veranderde concurrentieverhoudingen.

DGB-voorzitter Dieter Schulte wil in april volgend jaar een grote werkgelegenheidstop organiseren. Hij nodigde kerken en tal van sociale en welzijnsorganisaties uit aan de conferentie deel te nemen.

    • Michèle de Waard