Dissidentisme ontaardt soms in donquichotterie

Ze zijn de lievelingetjes van de pers omdat ze bijdragen aan de parlementaire romantiek: de eenlingen in de fractie die er hun eigen mening op na houden, de dwarsliggers, die niet gehinderd worden door fractiediscipline, en de meerderheidsmening durven te trotseren. Dissidenten worden ze genoemd.

Soms vormen ze de voorbode van een afscheiding, zoals de 'loyalisten' Stef Dijkman en Jan-Nico Scholten binnen de CDA-fractie, of AOV-ruziemakers zoals Wil Verkerk, die fractieleidster Jet Nijpels letterlijk tegen de schenen schopte. In andere gevallen worden ze de embarrasment van de fractieleiding, zoals Theo Joekes. In 1986 keerde deze liberale parlementariër met een vloed aan voorkeurstemmen in de Tweede Kamer terug, hoewel fractieleider Ed Nijpels hem op een onverkiesbare plaats had laten zetten nadat Joekes had gezegd dat Nijpels ergens over had gelogen.

Soms dreigt dissidentisme te verzanden in hopeloze donquichotterie. Dit lot lijkt Frans Jozef van der Heijden te treffen. Enkele weken geleden meldde het CDA-Kamerlid voor de NOS-camera dat hij “hartstikke voor” een gekozen burgemeester was, iets waar zijn fractie hartstikke tegen is. Dat leek dus nieuws, maar was het niet. Van der Heij-den heeft al veel langer dat standpunt, alleen heeft hij zijn fractie daarvan nooit kunnen overtuigen. Van der Heijden had alleen besloten dat hij zich wat meer openheid kon veroorloven omdat hij straks toch vertrekt als Kamerlid.

Zijn partij stelde echter minder prijs op die openheid. Van der Heijden was vorige week dinsdag opvallend afwezig in de plenaire vergaderzaal toen andere parlementariërs hem op zijn uitlating wilden aanspreken. Grommend zat Van der Heijden ergens in het Kamergebouw naar het vragenuurtje op de televisie te kijken, terwijl de fractievoorlichting heftig zat te ontkennen dat er sprake was van enig spreekverbod. Intussen zei fractiegenoot Wim Mateman in de Kamerzaal dat Van der Heijden in de burgemeesterskwestie louter voor zichzelf had gesproken, maar dat hij hartelijk werd aangemoedigd te blijven proberen zijn fractie te overtuigen van de zegeningen van het gekozen burgemeesterschap.

Serieuzer was het andere geval van dissidentisme van verleden week. Het Kamerlid Maarten van Traa zette zijn eigen PvdA-fractie te kijk door mee te stemmen met een motie van de oppositie. Daarin worden de ministers Hans Dijkstal (Binnenlandse Zaken) en Winnie Sorgdrager (Justitie) gekritiseerd om hun slappe afwikkeling van de IRT-affaire. Het stemgedrag van Van Traa was pijnlijk voor de PvdA-fractie omdat hij voorzitter was van de IRT-enquêtecommissie. Het Kamerlid kreeg voor zijn stemgedrag een complimentje van Felix Rottenberg. “Van Traa heeft gedaan wat hij moest doen”, schrijft deze in het laatste PvdA-Vlugschrift. Van Traa kan opgelucht ademhalen. Zelden krijgt een parlementariër met afwijkend stemgedrag een schouderklopje van een - in dit geval overigens scheidend - partijvoorzitter. (KV)

    • Cees Banning