Beleggen in mandje

Naar schatting enkele tienduizenden Nederlanders nemen deel in een plan dat voorziet in de aankoop van een pakket aandelen met geleend geld, tegen percentages die kunnen oplopen tot 14,9 procent per jaar. Die rente is aftrekbaar van het belastbare inkomen.

Deelnemers hopen dat de eventuele belastingvrije koerswinsten en dividenden de te betalen rente overtreffen. De verkopers van die plannen voeden die hoop door te wijzen op de alsmaar stijgende beursindex.

Verder beperken ze hun aanbod tot mandjes met kwaliteitsaandelen. Op het punt van kwaliteit mag je de gelduitleners, want uitlenen is hun belangrijkste winstbron, geen verwijten maken: ze nemen geen risico's. Huidige favorieten zijn: ABN Amro, Aegon, Amev, Dordtsche Petroleum, Elsevier, Heineken, ING, KPN en Koninklijke Olie.

Wél mag je ze verwijten dat ze op een vermoedelijk hoogtepunt van het beursfeest komen met koopadviezen, want dat zijn hun voorstellen. Waarom nu en niet 10 jaar geleden? Of na de beurskrach van 1987 of na een andere dip, zoals die rond de Golfoorlog? Antwoord: toen was de financiële wereld nog niet zo plannerig en klantvriendelijk.

Bovendien speelt de psychologie een rol: bij lage koersen durven onervaren beleggers niet te kopen en bij hoge, zoals nu, willen ze de boot niet missen en kopen tegen elke prijs. In de uitverkoop handelen diezelfde mensen logischer: ze vechten graaiend in de bakken om de koopjes en kijken de kat uit de boom als winkeliers de nieuwe mode tegen de hoogste prijs in de rekken hangen. Op de beurs gaat het juist andersom.

Een gemeenschappelijk kenmerk van alle huurplannen is de contractuele looptijd van tenminste 5 en ten hoogste 15 jaar, anders verdient de organisator er te weinig aan. Je zit er dus jaren aan vast. Dat is een principieel verschil met het op eigen houtje kopen van aandelen met (goedkoper) geleend geld (krediet op effecten): daar kun je elk moment uitstappen.

Op dit moment zou een vrije belegger overwegen om alles te verkopen en de papieren winst om te zetten in geld. De deelnemer in een plan kent die luxe niet en moet blijven zitten tot het einde van de rit. Velen vinden dat prima, anders zouden ze niet meedoen.

Toch zal de twijfel wel eens knagen. Is dat terecht en welke bodem kunnen ze zelf in hun mandje leggen als bescherming tegen lagere koersen?

Laten we eens nagaan wat een mandje met ABN Amro, Elsevier, Heineken en Koninklijke Olie, dat 1 januari 20 duizend gulden kostte, nu doet. Toen waren de koersen respectievelijk 73,10, 21,40, 284,70 en 224,20 en nu 102,20, 28,10, 323,10 en 278,20. Het viertal samen kost ruim 25 duizend gulden, een winst (op papier) van 27 procent, waar je nog de dit jaar uitbetaalde dividenden moet bijtellen. Dit is een goede belegging, wanneer de zelf betaalde rente, na aftrek van zeg 50 procent belastingvoordeel, 6,5 procent bedraagt en de opbrengst ruim 27 procent. Geen reden om te twijfelen. Je mag die winst niet verzilveren, maar de rente moet wel worden betaald.

Met een of meer put-opties, die meer waard worden als de koersen dalen, kan iedere deelnemer een bodem in zijn mandje leggen. De beste optie is het recht om het genoemde mandje op bijvoorbeeld 25 duizend gulden te verkopen. Zo heb je bescherming en wordt een eventuele koerswinst niet beperkt. Zo'n optie kent de Optiebeurs niet. Dat is jammer, want dat kan beleggen via mandjes, een privé-beleggingsfondsje (al dan niet met geleend geld) sterk stimuleren. De Effectenhandel biedt de faciliteit mandjes voor particulieren evenmin en loopt ook achter.

Er bestaan wél surrogaat mandjes-puts. Dat zijn de meerjarige puts, van maximaal vijf jaar, op de aandelen ABN Amro, Aegon, Ahold, Akzo, DSM, Elsevier, ING, KLM, Philips, Koninklijke Olie en Unilever, en de EOE-index. Welke komt in aanmerking? Een druk verhandelde put op een aandeel dat gelijk op en neer gaat met de waarde van het mandje.

Die relatie is lastig vast te stellen, omdat er over bewegingspatronen van mandjes nauwelijks iets bekend is. Daarom blijven, vanwege de omzet, ABN Amro en Olie over. Een put oktober 2000 uitoefenprijs 270 gulden (aandeel 278,30) op 100 aandelen (waarde 27.830) kost circa 2.500 gulden, biedt bijna vier jaar bescherming en kost per jaar 600 gulden.

Die verzekeringskosten kunnen worden betaald uit de dividenden die het mandje opbrengt. Wie deze dekking overweegt, moet zijn bank om raad vragen, want er zijn nog andere geschikte optie-aandelen.

    • Adriaan Hiele