Zwak en verdeeld Zaïre vreest voor uitbreiding rebellie over hele land

KINSHASA, 16 NOV. Bill Clinton vrijt met een Tutsi. En als hij het niet doet, dan doet zijn broer het. Het is één van de vele geruchten die circuleren op de straten van de Zaïrese hoofdstad, Kinshasa.

Een ander verzinsel gaat over Raymond Chrétien, onderhandelaar van de Verenigde Naties voor de crisis in Oost-Zaïre. Hij houdt er heimelijk een Tutsi-maîtrese op na. En ook Zaïrese legerleiders lieten zich verleiden door mooie Tutsi-dames, die hen nu bespioneren.

Al deze geruchten hebben één gemene deler: de Zaïrezen zoeken naar een zondebok voor de beschamende nederlaag in het oosten. Er bestaat een internationaal, door Engelstalige landen geleid, complot tegen het land waarvoor de Tutsi's zijn ingezet.

De afgelopen twee weken liepen als gevolg van de oorlog de spanningen in Kinshasa op tot een kookpunt. Studenten demonstreerden tegen de premier Kengo wa Dondo, wiens moeder Tutsi-bloed heeft. Tutsi's werden het doelwit van plunderaars. De studenten koelden verder hun woede op de politici en bezetten daarom het parlementsgebouw. Soldaten van het Zaïrese regeringsleger stonden die bezetting oogluikend toe.

De gefrustreerde studenten stonden niet alleen, aldus velen in Kinshasa. “Achter de studenten zaten zeker de oppositiepartijen en het leger”, meent een naaste medewerker van premier Kengo.

Met de dreigende dood door prostaatkanker van de president van Zaïre, Mobutu Sese Seko - in zijn land aangeduid als de Gids en de Patron - zijn de politieke klasse enerzijds en de militairen anderzijds naarstig op zoek gegaan naar een opvolger. Generaal Eluki Mongo Aundu, commandant van het reguliere leger, beschuldigde vorige maand de regering van Kengo er van verantwoordelijk te zijn voor het debacle in het oosten omdat er te weinig middelen ter beschikking worden gesteld aan de strijdkrachten. Geruchten deden toen de ronde over een mogelijke militaire staatsgreep.

“We zaten te wachten op de apocalyps”, aldus een welingelichte Zaïrees. “Er bestonden wel degelijk plannen voor een coup eerder deze week, maar de verschillende groepen in het leger konden het niet eens worden.” Sinds drie dagen zijn op mysterieuze wijze opeens alle studenten van de straten verdwenen.

Binnen het leger bestaan grote meningsverschillen, die altijd bewust zijn aangewakkerd door Mobutu. 'Gewone' soldaten ontvangen nauwelijks salaris en soms zelfs geen uniformen en geweren. Zij slaan als eersten aan het plunderen.

Militairen van de beter betaalde en beter opgeleide Presidentiële Garde, die wordt geleid door generaal Nzimbi, en de Garde Civile van generaal Baramoto, schoten bij plunderingen menigmaal op collega's van het 'gewone' leger. De Presidentiële Garde en de Garde Civile beschikt wel over voldoende wapens maar weigerden deze naar het front in het oosten te sturen: ze zouden dan hun sterke uitgangspositie kunnen verliezen in een strijd voor de opvolging van Mobutu.

De strijdkrachten zijn dus te zwak en verdeeld om een coup te plegen en vermoedelijk oefent Mobutu vanaf zijn ziektebed in Frankrijk nog voldoende invloed uit. Maar het machtsvacuüm blijft bestaan. “Zaïre's buurlanden hebben de laatste weken gezien hoe zwak het land is”, waarschuwt een naaste medewerker van premier Kengo.

Onbevestigde berichten spreken over een verspreiding van de rebellie naar het noorden en zuiden. Rond het noordelijke Bunia zouden rebellen vechten, evenals in de buurt van Moba aan de grens bij Noord-Shaba. De machthebbers in Kinshasa vrezen vooral een opstand in Shaba, van oudsher een opstandige provincie. Buurland Angola, dat aan Shaba grenst, heeft nog een rekening te vereffenen wegens de jarenlange steun van Zaïre aan de Angolese rebellenbeweging UNITA. Honderden opstandelingen uit Shaba verblijven al jaren in Noord-Angola.

De politieke oppositie speelt in het huidige machtsspel vrijwel geen rol. Tijdens de hoogtijdagen van de oppositiepartijen begin jaren negentig kregen opppositiepartijen dagelijks tienduizenden betogers op de been, maar nu is door interne splitsingen hun invloed afgenomen. De ervaren veteraan en oppositieleider Etienne Tshisekedi laat zich nog immer aanspreken als 'premier', hij weigert nog steeds zijn ontslag door Mobutu in 1993 te aanvaarden. Een groot deel vn zijn aanhang liep over naar andere oppositiepartijen. Wanhopig probeert hij de huidige crisis aan te grijpen om weer een rol van betekenis op het politieke toneel te kunnen spelen.

“Ik bied me aan om in Frankrijk met Mobutu te overleggen. We kunnen dan een regering van nationale eenheid vormen en een einde maken aan de crisis”, zegt Tshisekedi in Kinshasa. Dezelfde Mobutu die Tshisekedi enkele jaren geleden als president weigerde te erkennen, doet hij nu 'veel beterschap toekomen'. “Mobutu in zijn doodskist zal tot destabilisatie van Zaïre leiden”, waarschuwt Tshisekedi.

De vrees voor de dreigende fragmentatie van het op één na grootste land bezuiden de Sahara houdt de inwoners van Kinshasa minder bezig dan de diplomaten en Zaïrese machthebbers. De eerste prioriteit van iedere Zaïrees is overleven. En dat is niet gemakkelijk in een land met een inflatiecijfer van enkele duizenden procenten, waar geen sociale voorzieningen zoals het openbaar vervoer meer bestaan en de bevolking dagelijks is overgeleverd aan corrupte ambtenaren en rovende soldaten. “Iedereen is doodmoe van de politiek, wij hebben ieder vertrouwen in de politieke klasse verloren”, drukt een inwoner van de hoofdstad een wijd verspreid gevoel uit. “Zes jaar geleden streden we met Tshisekedi voor veranderingen maar alles bleef hetzelfde. Er bestaat nu niemand meer die ons kan leiden. Zaïre is vernietigd. We zien lijdzaam toe wat ons te wachten staat.”