Wit-Rusland verscheurd tussen repressief socialisme en nationalistische wedergeboorte; Communisten hebben geen nationaliteit

President Alexander Loekasjenko van Wit-Rusland voert een bewind volgens oude Sovjet-stijl. Hij leeft op voet van oorlog met het Witrussische Volksfront, dat de Witrussische taal en cultuur weer tot leven wil wekken. Volgende week probeert de president met een referendum de macht geheel naar zich toe te trekken. Reactie of reanimatie?

De eerste dagen in Minsk ben ik leesblind. De straatnamen en de namen van de metrostations staan in het Russisch en in het Witrussisch, ik weet het verschil niet en op de kaart zijn de straten weer anders aangegeven. Op zoek naar de markt schiet ik een vrouw met boodschappentas aan. Ik wijs op de plattegrond aan waar ik heen moet en dan trekt ze me mee, de trap af naar de metro.

Daar staat het borstbeeld van Lenin, zijn koperen kop glimt in het schijnsel van de ondergrondse verlichting. Iemand heeft een anjer bij hem neergelegd. Lenin staat ook nog voor het parlementsgebouw in het centrum van Minsk. Terwijl hij op andere plaatsen in de vroegere Sovjet-Unie van zijn sokkel werd getrokken, lieten de Witrussen hem gewoon staan.

De markt begint al in de gangen van de metro. Mensen willen roebels hebben voor twee bloesjes; hun wanhopige handel bestaat uit een paar sandalen, een nest katjes, een wc-bril, drie witte muizen in een jampot, plastictasjes met de kleurenfoto van Jean-Claude van Damme. Dichterbij de echte markt zitten vrouwen op hun hurken achter koopwaar uit eigen tuin. Emmertjes met frambozen, kersen, walnoten, abrikozen, pruimen, peultjes, rode, blauwe, zwarte bessen. Gedroogde vissen zonder kop. Stukken zeep. De vrouw en ik zwijgen. Zij buigt telkens diep voorover om te zien wat er te koop is. Soms loopt ze tegen iemand aan. Ik besef dat ze niet goed kan zien: de blinde die de blinde leidt.

Op andere dagen neemt Olga Nikitina mij op sleeptouw. Ze is 23 en studeert Engels, Duits en Witrussisch aan de Universiteit van Minsk. Ze is mijn gids en tolk en regelt afspraken. Ettelijke jaren van haar kindertijd bracht ze door bij de Pioniers en later was ze fanatiek lid van de Komsomol, de communistische jeugdorganisatie. “We dachten dat we goede dingen deden en dat deden we ook: we hielpen oude mensen en haalden oude kranten op.”

Totdat zij in 1989 uit Moskou te horen kregen dat alles wat ze geleerd hadden misschien toch niet de enige waarheid was. Achttien was ze toen de eerste Witrussische scholen en universiteiten opengingen: voor het eerst was er les in hun eigen taal, voor het eerst was er een geschiedenis die verder terugging dan het revolutiejaar 1917.

Regeren per decreet

Maar twee jaar geleden kozen de Witrussen Alexander Loekasjenko tot president, die het land sindsdien per decreet en per referendum heeft geregeerd. In de Sovjet-tijd was hij directeur van een kolchoz. Hij vroeg het volk of het niet liever de oude Sovjet-vlag in ere wilde herstellen (zonder de hamer en sikkel) en hij kreeg zijn zin. Nu is de Witrussische vlag (wit-rood-wit) illegaal.

Ja, zei ruim tachtig procent op Loekasjenko's vraag: 'Moeten de economische banden met Rusland aangehaald worden?' Vervolgens sloot hij een akkoord met president Jeltsin over vergaande economische integratie. Op de staatszenders droomt de president hardop over een rijk dat moet lijken op de vroegere Sovjet-Unie. Voorzichtige economische hervormingen, die in het begin jaren negentig werden ingezet, heeft Loekasjenko ongedaan gemaakt.

Op 7 november - herdenkingsdag van de Oktoberrevolutie, in het land van Loekasjenko nog altijd een feestdag - had de president zijn nieuwste referendum willen houden. Hij wilde het volk vragen of hij nog tien jaar president kan blijven, het parlement naar huis kunnen sturen als hij daar zin in heeft, beslissingen van gemeenteraden naast zich neerleggen, hij zou rechters en burgemeesters zelf willen benoemen en nog zo het een en ander. Loekasjenko wil alle macht aan zichzelf.

Een onwaarschijnlijke alliantie van nationalisten, hervormers en communisten in het parlement beschuldigde Loekasjenko half juli ervan een totalitair regime te willen vestigen via het referendum. Toen bleek dat Loekasjenko zijn referendum zou doorzetten, kondigde het parlement een eigen volksraadpleging aan: om het ambt van direct gekozen president af te schaffen en een parlementaire democratie te vestigen. Onder druk van het parlement en tienduizenden demonstranten vindt nu een gezamenlijk referendum plaats op 24 november, tegelijk met de verkiezingen voor een deel van de parlementszetels. Het Constitutioneel Hof heeft bepaald dat de uitslag van het referendum over de grondwetwijzigingen niet-bindend zijn. Loekasjenko heeft verklaard dat hij die beslissing naast zich neer zal leggen - en dat zou niet de eerste keer zijn.

Homo Sovieticus

Het was een handvol intellectuelen dat in 1989 ondergronds het Witrussisch Volksfront oprichtte om hervormingen in de geest van Gorbatsjov na te streven. Onder de naam Adradzenne (wedergeboorte) wilden zij de Witrussische taal en cultuur reanimeren.

Eeuwenlang zijn de Witrussen onderworpen geweest - eerst aan de Russische tsaren, daarna aan de communisten. Kort na de onafhankelijkheid werd vlakbij Minsk een massagraf ontdekt van naar schatting 125.000 mensen die in de jaren dertig waren vermoord door Stalins geheime politie. De Witrussische intellectuele elite was daarmee nagenoeg uitgeroeid.

Voor de bolsjewieken werd Wit-Rusland de broedplaats voor de Homo Sovieticus. Honderdduizenden Russen verhuisden naar Wit-Rusland om in de fabrieken te werken. Toen Chroesjtsjov in 1965 een bezoek aan Minsk bracht, keek hij tevreden om zich heen. “Dit”, zei hij, “is het eerste echte communistische land.” Waarmee hij wilde zeggen: de mensen zijn hun eigen taal en cultuur vergeten.

In het hoofdkwartier van het Volksfront wijst Lavon Barsjtsjevski naar de kale ruimte om zich heen. “Al onze computers en archieven hebben we overgebracht naar een geheim adres. Elk moment kan het Volksfront verboden worden, we zijn voorbereid om weer ondergronds te gaan.” Barsjtsjevski heeft op zijn visitekaartje waarop hij vice-director scientific studies is, met blauwe ballpoint geschreven: 'Witrussisch Volksfront, voorzitter ad interim'. De voorzitter, Zenon Paznjak, leeft in ballingschap sinds hij, tijdens een bezoek aan Polen, een arrestatiebevel tegen zich hoorde uitvaardigen.

Het Volksfront - dat in 1990 een legale politieke partij werd - verloor tijdens de verkiezingen vorig jaar al haar dertig zetels in het parlement. Commentatoren van staatskranten, maar ook van de onafhankelijke krant Imja, wijten dat aan 'russofobische en nationalistische uitspraken' van Paznjak. Het komt door het kiesstelsel, meent Barsjtsjevski, en door de televisie die in handen is van de president. Bovendien zouden de uitkomsten gemanipuleerd zijn. De voorzitter ad interim zegt zich met de gedachte te troosten dat het Volksfront als buitenparlementaire organisatie alleen maar aan kracht zal winnen. “Wij zijn de organisatoren van de demonstraties die elke keer duizenden mensen de straat op krijgen. Wij zijn de werkelijke leiders van de oppositie.”

Het Volksfront wil een onafhankelijk Wit-Rusland, met een eigen identiteit - het Sovjet-verleden van zich afgeschud, niets meer met Rusland te maken, de blik naar het westen! Aan de westgrens ligt Polen dat in aanmerking komt voor het lidmaatschap van de NAVO, aan de oostgrens Rusland dat geen gelegenheid voorbij laat gaan om tegen zo'n lidmaatschap te fulmineren. Als de bevolking Loekasjenko op 24 november zijn zin geeft, blijft de blik voorlopig op het Oosten gericht.

Loekasjenko heeft besloten dat bij het Volksfront zijn grootste vijanden samenscholen en dienovereenkomstig treft hij zijn maatregelen. Regelmatig belanden leden van het Front in de gevangenis, professoren Witrussisch en Witrussische geschiedenis worden van de universiteit verwijderd en hun publikaties mogen niet meer in Minsk worden gedrukt.

Bananen

Minsk is een uit de kluiten gewassen dorp van 1,2 miljoen inwoners. Zwervers zie je er niet, rijken nauwelijks. De passanten stralen een gemiddelde levenswandel uit - en lijdzaamheid, omdat het Witrussische gemiddelde niet iets is om vrolijk van te worden.

Op deze namiddag zit onder een parasol in een van de grote straten Sasja Kasach, leider van de jeugdvleugel van het Volksfront. Op 27 juli, onafhankelijkheidsdag, had hij op de toppen van zijn longen leuzen tegen de president geschreeuwd. Een rivier van wit-rood-witte vlaggen was door de straten van Minsk gestroomd. Een man van 72 had zich op de knieën laten zakken bij de Witrussische vlag. Een punt had hij in zijn handen genomen en zijn lippen had hij op het doek gedrukt. “De vlag betekent voor mij vrijheid, geluk, vakantie, het oorspronkelijke Wit-Rusland”, had hij gestameld. “Onze president is geen Witrus, hij is communist en communisten hebben geen nationaliteit.”

Sasja Kasach doorliep zijn schooltijd op het eerste Witrussische Lyceum, opgericht na de perestrojka. “Van 1990 tot 1994 hebben wij les gekregen in onze taal en hebben we in plaats van communistische beginselen, nationalistische ideeën gehoord”, zegt Sasja. Het vuur van zijn leraren die allemaal lid waren van het Volksfront sloeg op hem over. “Het bewustzijn van de mensen is na zeventig jaar indoctrinatie verstoord. Daarom geven ze Loekasjenko gelijk met zijn referenda waarin hij vroeg de nationale symbolen af te schaffen en de banden met Rusland aan te halen. De mensen op het platteland luisteren massaal naar Loekasjenko; hij komt daar ook vandaan en spreekt hun taal. Ze zijn bang dat het anders niet meer goed komt met de economie. Loekasjenko zegt dat ons land niet zonder Rusland kan overleven.”

Bij elke tramhalte liggen stapels bananen. Vrouwen met schorten voor brengen ze aan de man voor zevenhonderd roebel, zeven Nederlandse centen. Verspreid door de stad, naast de vuilnisbakken die uitpuilen van bananenschillen, staan parasols die allemaal veel te laag op hun stok hangen. Die zijn er dit jaar voor het eerst, zegt Olga. Want Minsk had nooit terrassen. Nu zetten de meest ondernemende mensen een koelkast op de stoep, twee parasols, plastic tuinstoelen en een tafel. Ze verkopen bier en Coca Cola (vijftig cent) en stukken pizza.

Haar landgenoten stemden volgens Olga Nikitina twee jaar geleden op Loekasjenko omdat hij hun economisch herstel beloofde. De meerderheid van de bevolking spreekt Russisch of iets dat een mengeling is van het Russisch en Witrussisch. Hun hoofd staat helemaal niet naar taalkwesties, want zij moeten met een gemiddeld maandsalaris van ongeveer negentig gulden hun brood, melk, aardappelen, wodka en worst zien te kopen.

Een vrouw heeft staan loeren op de Colaflesjes die op tafel staan. Zodra de laatste druppel gedronken is, schiet ze naar het tafeltje en grist het flesje weg. Het verdwijnt in een plasticzak en aan het einde van de dag zal ze de flesjes inleveren en een paar centen verdienen. “Kijk, dat is onze economie”, zegt Sasja schamper.

De Witrussische economie is ook: etalages die foto's van de produkten laten zien, niet de produkten zelf. Vrouwen in stofjassen die eindeloos de trappen vegen van de metro en de warenhuizen en die trappen zijn helemaal niet vuil. De geldwisselkantoortjes waar ook gewone Witrussen hun dollars wisselen die ze als zwarte aanvulling op hun roebelsalaris krijgen - wat betekent dat hun pensioen later bijzonder karig zal zijn. De tankwagens met melk waar de mensen in de buitenwijken hun flesjes en emmertjes mee vullen, wat een paar centen goedkoper is dan de melkflessen in de winkel. De tractor- en televisiefabrieken die voor de hele Sovjet-Unie produceerden, en nu op de rand van faillissement balanceren omdat ze de concurrentie op de wereldmarkt niet aankunnen. Het IMF en de Wereldbank die de handen van Wit-Rusland hebben afgetrokken omdat het land bestierd wordt door een man die zomaar op een dag besloot alle banken weer te nationaliseren. Het bord future home American Business Center, opening July 1996 bij een betonnen fundering waar het onkruid woekert.

Voorbeeldige republiek

Bij de ingang van de metro op de Frantsyska Skaryny leunt een vrouw tegen de muur, een paar kranten over haar arm geslagen: een illegaal verkooppunt van onafhankelijke kranten. Loekasjenko heeft Imja en andere kranten die niet in staatshanden zijn, verboden nog langer via de postkantoren te verspreiden.

“Natuurlijk zijn wij voor een onafhankelijke staat, maar dan zonder de agressiviteit van het Volksfront”, zegt Imja-hoofdredacteur Ekaterina Vysotskaja. “In zekere zin is het te wijten aan Zenon Paznjak dat Loekasjenko twee jaar geleden de verkiezingen won. Hij was de enige andere, zichtbare kandidaat. En hij boezemde de mensen zoveel angst in, dat ze op Loekasjenko stemden.”

De redactie van Imja is jong, de gemiddelde leeftijd is dertig jaar. De redacteuren hebben een ironische kijk op de politici die over de koers van het land twisten, de generatie die opgroeide toen de republiek nog een voorbeeldige republiek van de Sovjet-Unie was. “Wij zijn tegen Loekasjenko, maar wij hebben nooit achter het Volksfront gestaan. Paznjak heeft zichzelf en het Volksfront een slecht imago gegeven. Hij doet extreme uitspraken zoals: 'Wij moeten delen van Rusland claimen omdat ze Wit-Rusland toebehoren'.”

Maar de voorkeur voor het westen deelt adjunct-hoofdredacteur Nikola Chalezin met het Volksfront. En hij denkt dat negentig procent van de Witrussen dezelfde keuze zou maken als zij de koers van het land mochten aangeven. Maar hij betwijfelt of ze dat bij dit referendum ook zullen doen. “Die tachtig procent die voor nauwere banden met Rusland stemde, deed dat omdat ze hun salaris liever uitbetaald zien in stabielere Russische roebels. Rusland heeft een sterkere economie, dus verwachten mensen daar een verbetering van hun lot van. Maar uiteindelijk zullen de mensen voor het westen kiezen.”