Voor elkaar opkomen is normaal

“Pokkezomer. Vakantie mislukt. Mijn vrouw wil altijd wat anders. Geen pest aan. Toch nog een paar leuke dagen gehad met een stelletje vrienden van me.

Moet je horen. Zitten we op zo'n mooie avond met een stelletje vrienden op het Leidseplein, paar biertjes, paar goeie moppen, - ken je die al van dat wijf met die bochel die dat café binnenkomt, o die ken je al, die ja, der zat zo'n grote groene papagaai op die bochel en toen zegt ze... eerlijk waar, kende je hem al - speelt er zich het volgende voor onze eigen ogen af. Loopt daar een Amerikaanse toerist met een bril op en die wordt lastiggevallen door een junk. Zitten we naar te kijken. Rukt die junk de bril van de man z'n kop en roept 'je portefeuille of ik trap die bril in elkaar'. Die Amerikaan snapt het niet; zet die Marokkaan die bril onder zijn schoenen. Geeft die Yank zijn portefeuille want die junk gaat helemaal over de rooie, maar Rob, die vriend van me, springt op en rent die knul achterna en wij mee en toen hebben we hem in een steegje daarachter te grazen genomen. Hij lag op de grond en toen hebben er een paar van ons even op zijn handen staan dansen, hij schreeuwde behoorlijk, maar je hoorde het knappen, er bleef geen vinger heel. Die heeft het wel afgeleerd. Komen we terug in de kroeg, krijgen we allevier gratis pils of cognac, wat je wou, want Emmy, dat stuk daar achter de tap, zegt: Dat moet beloond worden, je ziet tegenwoordig niet meer dat de mensen voor elkaar opkomen, maar ik vind dat heel normaal, het is toch godsgenakend met die verloedering, dus ik heb het allemaal effe afgerekend met Emmy toen de rest naar huis was.''

    • Jan van Gelderen