Verdenkingen van 'handel in drugs' tegen Belgische liaison-officier; Luyten uit zijn functie ontheven

DEN HAAG, 16 NOV. De Belgische drugsliaison-officier in Nederland, kolonel H. Luyten, wordt “op eigen verzoek” ontheven van zijn functie. Dit is gisteren besloten in een spoedoverleg tussen de Belgische ministers VandeLanotte (Binnenlandse Zaken) en DeClerck (Justitie), aldus heeft kabinetschef DeBeuckelaere van minister VandeLanotte vrijdag meegedeeld.

De beslissing Luyten zijn functie te ontnemen volgt op huiszoekingen die onder leiding van de Antwerpse onderzoeksrechter J. Mahieu donderdag werden verricht in woningen van Luyten in Den Haag en het Belgische Kontich, alsmede op zijn werkkamer in de Belgische ambassade in Den Haag.

Volgens kabinetschef DeBeuckelaere heeft Luyten vrijdag zelf aangegeven dat hij “onder de huidige omstandigheden” niet langer wil aanblijven. “De ministers hebben dat onmiddellijk geformaliseerd”, aldus DeBeuckelaere.

De echtgenote van Luyten heeft tijdens de huiszoeking van de Antwerpse substituut-procureur des konings, J. Poels, te horen gekregen dat er tegen Luyten verdenkingen bestaan van “invoer, bezit en handel in verdovende middelen”, aldus is vernomen van functionarissen die van de huiszoeking op de hoogte waren. Luyten is overigens officieel nog niet als verdachte aangemerkt.

De parketten van Amsterdam en Rotterdam hadden vorige maand al aangegeven dat zij aarzelden over verdere samenwerking met Luyten. De diplomaat ging daarop met verlof.

De aarzelingen van de parketten werden openbaar nadat eind september bekend werd dat een criminele informant belastende verklaringen had afgelegd over Luyten.

Als liaison-officier voor drugszaken vervulde Luyten sinds 1993 een vertrouwensfunctie op de Belgische ambassade. Zo kon hij na toestemming inzage krijgen in dossiers over lopende onderzoeken in Nederland die zijn opgeslagen bij de Centrale Recherche Informatiedienst (CRI). Ook speelde hij een verbindingsrol bij internationale samenwerking inzake drugsonderzoeken.

Nagenoeg alle recherche-afdelingen van grotere Nederlandse politiekorpsen en speciale onderzoeks-units hebben in het verleden met Luyten samengewerkt. Voordat hij in 1993 verbindingsofficier werd op de ambassade in Den Haag was hij bovendien hoofd van het Centraal Bureau Opsporingen (CBO) in Brussel, een orgaan vergelijkbaar met de CRI in Nederland.

Nederlandse recherchechefs reageerden gisteren geschokt op de huiszoekingen. Zij zeiden moeilijk te kunnen aangeven of Nederlandse onderzoeken kunnen zijn geschaad door Luyten. Ze omschrijven hem als een “man met het hart op de tong” die over een “geweldig netwerk in het internationale opsporingscircuit beschikt”. Zijn stijl wordt door zijn collega's gekenmerkt als “informeel”.

De oorsprong van de huiszoekingen van donderdag, waarbij volgens getuigen “honderden documenten in beslag zijn genomen”, is gelegen in het onderzoek dat de Antwerpse rechter Mahieu verricht naar de van drugshandel verdachte rijkswachter Van Mechelen, die al vier maanden in voorarrest zit. Luyten en Van Mechelen komen beide uit Kontich, nabij Antwerpen, en hebben in het verleden een nauwe professionele relatie onderhouden. In juli werd Van Mechelen aangehouden nadat de Antwerpse justitie verklaringen van diverse criminele getuigen optekende waarin zij stelden dat Van Mechelen honderdduizenden guldens verdiende aan drugstransporten naar Nederland. Van Mechelen had in april in NRC Handelsblad verteld dat hij tips over drugstransporten doorspeelde aan Luyten in Den Haag, die ze vervolgens weer bij de rijkswacht deponeerde. Dit wekte bevreemding bij justitie omdat het Van Mechelen al sinds 1990 was verboden informanten te runnen.

Bovendien beschikte de Antwerpse en Amsterdamse justitie al sinds 9 februari van dit jaar over belastende verklaringen van de criminele informant Swennen over Luyten en Van Mechelen. Volgens Swennen had Van Mechelen 35.000 gulden aan Luyten betaald in ruil voor de niet-verspeiding in Nederland van een internationaal opsporingsbevel tegen Swennen, die in België bij verstek tot drie jaar celstraf was veroordeeld wegens handel in verdovende middelen. Luyten ontkent dat hij een rol speelde bij de niet-verspreiding van het opsporingsbevel. Uit onderzoek is niettemin gebleken dat het betreffende bevel een half jaar zoek is geweest.

Een maand nadat Swennen zijn belastende verklaringen aflegde werd hij geliquideerd in het Amsterdamse café 'De Blauwe Druif'. De verdachte van de moord sprak daarbij tegen Swennen uit: “Jij praat met de politie”. Voor de volgende dag had Swennen een afspraak met Mahieu om hem nader bewijsmateriaal te overhandigen.

    • Marcel Haenen
    • Tom-Jan Meeus