Topman: Als ABN Amro overnames doet, dán in de VS

BUENOS AIRES, 16 NOV. Toen de Amerikaanse banken First Pacific en Bank of America fuseerden, veerden medewerkers bij de Nederlandse bank ABN Amro op. “Deze banken hadden allebei een kantoor in Thailand, een land waar je niet binnenkomt. Wij hebben meteen contact met hen opgenomen en gezegd: verkoop één van die banken maar aan ons. Zo waren we er snel bij. Dat was heel leuk”, zegt J. Kalff, voorzitter van de Raad van Bestuur van ABN Amro.

Kalff heeft voor hij bestuursvoorzitter werd, naam gemaakt met geslaagde overnames in de Verenigde Staten en heeft volgens medewerkers van zijn bank nog nooit te veel betaald voor een overname. Kalff, lachend: “Zoiets zal ik zelf niet zeggen. De kunst van het overnemen is niet alleen het vinden van de juiste kandidaat, maar ook om 'nee' te kunnen zeggen als de prijs te hoog is, hoe jammer dat ook is. Dat doet alleen echt pijn als een ander niet meer betaald, maar gewoon handiger opereert. Dat is nog niet gebeurt, andersom wel. Zoals in Thailand, of in Taiwan met de aankoop van Continental Bank.”

ABN Amro is met een delegatie op bezoek in Brazilië en Argentinië. Afgelopen week maakte de bank bekend de activiteiten in Latijns-Amerika fors uit te breiden. De regio behoort met Azië en Noord-Amerika tot de gebieden waar ABN Amro de komende vijf jaar de meeste groei voor de bank verwacht. In Azië zijn overnames vrijwel onmogelijk en in Latijns-Amerika onwenselijk, afgezien van wellicht enkele kantoren. Als ABN Amro in de toekomst overnames doet, gebeurt dit waarschijnlijk in de VS, waar een ongekend concentratieproces het aantal banken heeft teruggebracht van 14.000 tot 10.000. “Een fusie van twee kleine banken verandert voor ons niets, maar bij grotere fusies in ons gebied (Illinois) vragen we ons af of we niet zelf wat moeten gaan doen”, zegt Kalff.

West-Europa blijft volgens Kalff een “heel moeilijke markt”. Lang is gezocht naar een geschikte overnamepartij in Duitsland, maar volgens Kalff is ABN-Amro “opgehouden met het actief zoeken” wegens een gebrek aan kandidaten. Het Franse Crédit Lyonnais (CL) ligt sinds kort in de etalage en heeft onder meer een grote Duitse dochter. “Net als tientallen anderen zijn we benaderd, maar we hebben geen belangstelling. Er zitten een paar mooie dochters in, maar willen niet daarvoor de moeder kopen. CL heeft veel te veel kantoren in Frankrijk. Wij zouden ons bovendien heel impopulair maken, wanneer we als buitenlander kantoren zouden gaan sluiten.” ABN Amro is in België recentelijk gestuit op de noyau dur, de harde kern van aandeelhouders die in dit land en Frankrijk vaak onevenredig veel macht bezit. “We waren met het management van een bank tot overeenstemming gekomen over een overname, maar die ging niet door omdat de noyau dur niet wilde”, vertelt Kalff die geen details kwijt wil. Volgens Kalff mag deze noyau dur niet worden verward met de aandelenpakketten die ABN Amro aanhoudt in ondernemingen: “Wij nemen alleen een belang op verzoek van de klant, altijd relatief kleine pakketten van 5, 10 en hooguit 15 procent en tegen marktprijs, in tegenstelling tot wat vaak bij de noyau dur gebeurt.”

De aandelenbelangen zijn een vorm van bescherming van een onderneming tegen een vijandige overname, waarvoor Kalff een beschermingsconstructie soms nuttig vindt. In Nederland heeft de commissie-Peters onlangs een rapport uitgebracht over zeggenschap bij ondernemingen, waarin onder meer wordt aangedrongen op beperking van beschermingsconstructies. Kalff heeft zich in het verleden positief uitgelaten over beschermingsconstructies. “Peters beveelt aan de beschermingsconstructies in 'vredestijd' te matigen en zo is de discussie in het verleden nooit gevoerd. Ik kan met zijn voorstel instemmen op voorwaarde dat de bescherming bij vijandige overnames weer snel kan worden aangebracht.”

De aanbeveling van de commissie-Peters om de aandeelhouders op de jaarvergadering een grotere rol te geven “lijkt een beetje alsof wij overhoord worden”, vindt Kalff. “We zullen het wel doen, maar bijvoorbeeld certificeren is door onze aandeelhouders nooit als probleem ervaren.” Kalff, die zelf vier commissariaten heeft, ziet wel wat in een voorgestelde beperking van het aantal commissariaten. “Een gepensioneerde bestuurder als Peters zelf heeft meer tijd dan een actieve bestuurder zoals ik, voor wie ik vijf à zes posten als maximum zie. Het hoeft maar even slecht te gaan met een onderneming en het commissariaat kost je in een keer vijf keer zoveel tijd.”

ABN Amro telt voor een internationale onderneming weinig buitenlanders op hoge posten en in de Raad van Bestuur zelfs niet één. “Dat is een punt, ja. We willen graag meer buitenlanders in alle echelons, maar alleen als er goede kandidaten zijn. Net zoals we trouwens graag ook wel eens een vrouw willen.” Hij is het eens met de constatering van Peters dat bij weinig Nederlandse internationals buitenlanders hoge posten hebben: “Maar er zijn ook zo verdomd goede Nederlanders. Kijk maar naar Ahold en Reed Elsevier.”

Met het aantreden van Van de Brink volgend jaar komt het aantal mensen in de Raad van Bestuur met ervaring in de investment-banking op vier. Volgens Kalff betekent dit niet dat investment-banking, waarin ABN-Amro fors is gegroeid, een nieuwe impuls krijgt. : “Van de Brink gaat personeelszaken doen waarmee het aantal investment-bankers op drie van de negen bestuurders blijft. Dat is nog veel. De verklaring is dat de deals vaak zo omvangrijk zijn, dat ze op bestuursniveau moeten worden beslist. Dan kom je gauw handen tekort.”

    • Karel Berkhout