Ruzie om drugs: voorzitterschap EU onder druk

BRUSSEL, 16 NOV. De voortslepende onenigheid tussen Frankrijk en Nederland over het drugsbeleid bereikt eind van deze maand in Brussel een hoogtepunt. Dan willen de Europese ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken een besluit nemen over harmonisatie van het Europese drugsbeleid.

Wil Nederland het eigen gedoogbeleid voor drugs handhaven, dan zal het de andere lidstaten nog zeer snel van het nut daarvan moeten overtuigen. Anders riskeert het nog slechts door middel van een veto een besluit te kunnen tegenhouden dat sluiting van de Nederlandse coffeeshops tot gevolg heeft.

Dit zou niet te overziene politieke gevolgen hebben aan de vooravond van het Nederlandse voorzitterschap van de Europese Unie (EU) vanaf 1 januari 1997. Diplomaten van de lidstaten van de EU die deze week onderhandelden over een gezamenlijk standpunt over drugsbeleid dat voor alle Europese ministers van Justitie aanvaardbaar moet zijn, hebben geen signaal opgevangen dat Nederland aan een veto denkt. Veel landen vinden dat zowel Frankrijk als Nederland zich als het om drugs gaat nogal radicaal opstelt en wensen een tussenoplossing te vinden. Maar Frankrijk heeft toch meer steun bij de kritiek op Nederland gekregen dan alleen van het radicale anti-drugsland Zweden.

Frankrijk heeft zich het afgelopen jaar niet beperkt tot ruziën met Nederland over drugs. President Chirac heeft op bijeenkomsten van Europese staats- en regeringsleiders in Madrid en Florence - mede dankzij steun van de Duitse bondskanselier Kohl - voor elkaar gekregen dat de aanpak van drugs tot een prioriteit is verklaard.

Bovendien heeft Ierland laten weten het huidige voorzitterschap van de EU te willen gebruiken om resultaat te boeken bij het gevecht tegen drugs, “de gesel van de moderne samenlevingen”. Dat heeft ertoe geleid dat de ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken op 28 en 29 november in Brussel samenkomen.

Zo'n samenkomst wordt voorafgegaan door onderhandelingen van ambtenaren. Bij voorkeur bereiken die een gezamenlijk standpunt, zodat de ministers weinig problemen meer hebben. Maar daar ziet het in dit geval niet naar uit. Frankrijk heeft een voorstel ingediend waarmee aan het Nederlandse gedoogbeleid radicaal een einde zou komen. De Ierse voorzitter probeert pragmatisch te zoeken naar een standpunt dat voor alle aanwezigen aanvaardbaar is, maar heeft zelf geen sympathie voor gedoogbeleid.

Pag.3: Eigen aanpak voorop

Nederland onderhandelt ook in de hoop dat er een tekst opgesteld kan worden waarin alle lidstaten zich kunnen vinden. Nederland kan vaststellen dat het niet als enige lidstaat moeite heeft met delen van het Franse voorstel.

Denemarken heeft ook problemen en Oostenrijk kan niet helemaal uit de voeten met Franse ideeën over de hoogst denkbare straffen voor drugsgebruikers. Sommige diplomaten en ook ambtenaren van de Europese Commissie denken dat met een streven naar gelijke wetgeving binnen de EU de drugsbestrijding niet veel verder komt. Praktische maatregelen als het uitwisselen van informatie via Europol heeft meer zin.

Dat neemt niet weg dat Frankrijk weet dat het steun heeft bij de kritiek op het Nederlandse beleid. Frankrijk, dat Nederland in een lastige hoek heeft gedrukt, heeft nog geen bereidheid tot een soepeler houding getoond. En Nederland wil de eigen aanpak niet opgeven.

    • Ben van der Velden