Perspectief Fokker wordt met de dag somberder

ROTTERDAM, 16 NOV. Minister Wijers en de curatoren van Fokker zitten handenwringend te wachten op positief nieuws uit Seoel. Maar uit de Zuidkoreaanse hoofdstad komen vooralsnog alleen maar berichten die het perspectief voor een overname van Fokker door Samsung alleen maar onwaarschijnlijker maken. Het is nu niet meer de vraag of er voor de kerst nog een akkoord in zit, maar meer of een overname überhaupt nog mogelijk is.

Tegenover het personeel zeiden de curatoren gisteren dat zij “onverkort bezorgd” zijn over de realiseerbaarheid van de herstart van de vliegtuigbouwer. Volgens de curatoren is een antwoord van de Koreaanse regering vóór eind november niet te verwachten. De Zuidkoreaanse regering heeft de hulp ingeroepen van het adviesbureau Bain & Co. Dat rapporteert medio volgende week. Zelfs als Seoel positief besluit zullen de eindonderhandelingen en het opstellen van de finale contracten tussen alle betrokken partijen nog meerdere weken vergen.

Inmiddels, zo bevestigden de curatoren, zijn ook andere Zuidkoreaanse bedrijven in de gesprekken betrokken. Het gaat hier om Hyundai Space and Aircraft, Daewoo Heavy Industries en Korean Air. Zij zijn met Samsung partners in het Zuid-Koreaanse luchtvaartproject, het zogeheten KCDC-project.

Het is voor Fokkers curatoren nu maar afwachten of zij de toeleveranciers, waarmee “intensieve gesprekken” worden gevoerd, nog langer aan boord kunnen houden. Vooral vleugelbouwer Shorts uit Noord-Ierland lijkt in toenemende mate dwars te liggen. Shorts dreigt zijn prijzen op te drijven naarmate het uitstel langer duurt. Op de achtergrond speelt vermoedelijk een rol dat Shorts' moederconcern Bombardier uit Canada zelf met plannen rondloopt voor de lancering van een toestel dat een rechtstreekse concurrent voor de Fokker 70 kan worden.

Steeds actueler wordt verder de vraag of de curatoren wel argumenten overhouden om hun plannen voor een herstart nog langer tegenover de toeziende rechter-commissaris te verdedigen. Hoe langer het uitstel hoe groter het financiële gat dat dreigt te ontstaan met het voorliggende ondernemingsplan. Zodra een en ander ten koste van de boedel gaat - in casu de schuldeisers - dreigt onverbiddelijk het definitieve einde.

Op zaterdagmorgen 2 november lag een persverklaring waarin een akkoord zou worden gemeld, in Seoel en Amsterdam gereed toen de Koreaanse overheid letterlijk te elfder ure ingreep. Ze floot Samsung terug en eiste in ruil voor toekomstige staatssteun dat, zoals oorspronkelijk ook de bedoeling was, de ontwikkeling van nieuwe regionale straalvliegtuigen een zaak van de héle Zuidkoreaanse luchtvaartindustrie zou blijven en niet alleen van Samsung.

Samsung was van plan in de zuidelijke stad Sachon een Fokker-100 lijn op te zetten die later zou kunnen worden uitgebreid voor de bouw van een opvolger. Dat kan een Fokker F-130 worden, waarvan de tekeningen al klaar lagen tot Fokkers vorige eigenaar DASA ze op sterk water zette, of een geheel nieuw en meer computergestuurd vliegtuig, waarvoor de Koreanen al eerder de naam K-100 bedachten. Aan de eerste optie hangt een prijskaart van 1,2 miljard dollar, aan de tweede één van 2,5 miljard.

In beide gevallen zal Samsung voor financieringsbijstand vermoedelijk aankloppen bij de Koreaanse overheid die altijd al pal achter het streven stond om van Zuid-Korea een vliegtuigbouwende natie te maken. Maar dan in het kader van een samenwerkingsverband van alle Koreaanse aerospace-industrieën.

Die ambitie kreeg in 1976 voor het eerst gestalte toen de Hanjin-groep op aanmoediging van de regering in Seoel een aerospace-divisie aan haar luchtvaartmaatschappij Korean Air hechtte. Onder dezelfde overheidsdruk volgden andere industriële groepen: in 1977 lanceerde Samsung zijn subdivisie Samsung Aerospace, in 1984 deed Daewoo hetzelfde onder de naam Daewoo Heavy Industries, en in 1994 kwam Hyundai wat verlaat met z'n Hyundai Space & Aircraft.

Deze vier aerospace-groepen, plus nog een tiental kleinere, concurreerden enerzijds keihard met elkaar om de lucratieve, meest militaire overheidscontracten binnen te halen. Maar ze waren met z'n veertienen - onder Samsungs supervisie - ook eendrachtig verbonden binnen de Korean Commercial Aircraft Development Corporation (KCDC) met als voornaamste ambitie de bouw van een regionale 100-zitter ofwel K-100.

Aanvankelijk wordt gemikt op samenwerking met de Chinezen en in oktober 1994 tekenen Seoel en Peking op het hoogste politieke niveau een memorandum of understanding. Het reusachtige Chinese staatsvliegtuigbouwbedrijf Avic en de Koreaanse KCDC, waarbinnen Samsung van Seoel het leiderschap kreeg, zouden met hulp van een westerse partner een AE-100 voor 100 passagiers gaan ontwikkelen en bouwen.

Afgelopen juni ontplofte deze Chinees-Koreaanse poging tot coöperatie. De overkoepelende Koreaanse KCDC leek mee te exploderen: Samsung ging alleen achter Fokker aan, terwijl Daewoo en Korean Air - zonder zichtbare resultaten - gingen 'buurten' bij het Zweedse Saab en het Canadese Bombardier. Het ambitieuze Hyundai Space & Aircraft zette z'n zinnen op samenwerking met het Amerikaanse McDonnell Douglas dat graag in samenwerking met derden zijn MD-95 100-zitter van de grond zou krijgen.

KCDC blijkt niet ter ziele. Het consortium lijkt onder overheidsauspiciën toch weer 'body' te krijgen zodat Samsungs collega's/concurrenten ook bij het Fokker-programma betrokken kunnen worden. Naar verluidt zou de Koreaanse regering nu in ruil voor financiële ondersteuning van het project dat laatste eisen. Wat een forse slok op de borrel kan uitmaken. Tegelijk levert dit natuurlijk een riskante en mogelijk fatale vertraging in de onderhandelingen met Fokker op.

    • Ferry Versteeg
    • Ben Greif