Natuurgebied rondom Berlijnse Muur dreigt langzaam te verdwijnen

Verzoeken van Duitse natuurbeschermingsorgsanisaties om de 155 kilometer lange, 100 meter brede, groene corridor om de Berlijnse Muur te behouden, zijn door de plaatselijke autoriteiten herhaaldelijk afgewezen. Daarmee dreigt een bijzonder natuurgebied te verdwijnen.

De groene strook ontwikkelde zich na de bouw van de Berlijnse Muur in 1961 tot een bijzondere biotoop. De corridor werd van bomen ontdaan. Jarenlang bleef het gebied verstoken van mensen, de sporadische Oostduitse vluchtelingen daargelaten. Door de warmte van de stad ontstond er een steppe-achtige grasvlakte. De 'death strip' werd daardoor een paradijs voor insecten, planten, vogels en andere dieren.

Een Tsjechische ecoloog bracht onlangs de Berlijnse flora in kaart en telde in totaal 1.432 soorten, vijf keer zoveel als in enige andere grote stad. De meeste soorten bevonden zich in 'de groene ring' nabij de Muur. Een aantal soorten wordt verder alleen aangetroffen nabij de Middellandse en Baltische Zee. Naar alle waarschijnlijkheid zijn de zaden van deze planten 'meegelift' met internationale treinen die tot 1961 West-Berlijn nog konden bereiken. De groene strook bood de zaden de juiste omstandigheden om te kiemen. Ook werden er bijvoorbeeld niet-inheemse kevers en vogels aangetroffen; de populatie konijnen nam explosief toe en er werden meldingen gemaakt van vossen en beren. De bijzondere 'death strip' trok onderzoekers aan en werd een van de meest nauwkeurig bestudeerde habitats ter wereld.

Nadat in november 1989 een begin werd gemaakt met de afbraak van de Muur, is de groene corridor ten prooi gevallen aan planologen. Een deel van het natuurgebied is inmiddels opgeofferd voor de aanleg van wegen, parkeerplaatsen en kantoorgebouwen. Ook steeds meer wandelaars, fietsers, joggers en roller-skaters wagen zich in het openbaar gestelde gebied. Inmiddels zijn natuurbeschermers begonnen met de aanleg van het 'Mauerpark'. Het park, een magere 1,5 kilometer lang, poogt in ieder geval een klein gedeelte van een ooituitzonderlijk natuurgebied in stand te houden.

    • Marcel aan de Brugh