Koloniaal avontuur verdringt moreel oordeel

De televisieserie In naam der Koningin, die dinsdag op Nederland 1 begint, heeft met de vorige maand op de BBC beëindigde serie Rhodes gemeen dat zij tot de duurste televisieprodukties behoort, in het land van herkomst ooit gemaakt.

En ze hebben gemeen dat ze allebei de koloniale expansie aan het einde van de vorige eeuw gebruiken als een kader voor een spannende avonturenserie. De koloniale expansie is lang gezien als iets waarover de Europeaan zich moest schamen en dat maar het liefst kon worden vergeten. Opeens lijkt de schaamte echter te hebben plaatsgemaakt voor een meer zakelijke, zoniet onbekommerde benadering.

Niet dat in één der beide televisieseries het koloniale verleden wordt verheerlijkt. Integendeel. In Rhodes werd uitvoerig beschreven hoe de geld- en machtswellusteling Cecil Rhodes (1853-1902) grote delen van Zuidelijk-Afrika onder zijn controle (en later die van de Britse staat) bracht door een combinatie van list, bedrog en meedogenloosheid jegens de Afrikaanse volkeren, die hij als een soort van Untermenschen beschouwde.

De twee afleveringen van In naam der Koningin die tot nu toe voor de pers te zien waren, vormen ook allesbehalve een apologie van de Atjeh-oorlog, met 70.000 Atjehse slachtoffers en 35.000 aan Nederlandse kant een van de bloedigste militaire conflicten door Nederland ooit begonnen. Met recht noemt een persbericht van de NCRV de Atjeh-oorlog, die van 1873 tot 1913 duurde en gericht was op het breken van de bestuurlijke zelfstandigheid van een sultanaat op Noord-Sumatra, “Nederlands onverkwikkelijkste oorlog'.

De personages in de Nederlandse serie zijn door de bank genomen misschien niet zulke doortrapte schurken als Cecil Rhodes in de aan hem gewijde BBC-serie. Maar idealisten zijn zij geenszins, en hun houding ten opzichte van de inheemse bevolking fluctueert tussen voorzichtige pogingen tot culturele aanpassing en geloof in eigen superioriteit.

Je kunt dus bezwaarlijk zeggen dat Rhodes en In naam der Koningin er doekjes om winden: veel van wat de koloniale expansionisten aan het einde van de vorige eeuw verrichtten, zou bij hedendaagse maatstaven als misdadig worden gekwalificeerd en vermoedelijk leiden tot de instelling van internationale tribunalen.

De beide televisieseries hebben echter geenszins een verontwaardigend of aanklagend karakter. De historische context dient voornamelijk als een excuus voor het beleven van spannende avonturen. De series refereren daarmee eigenlijk aan een maatschappelijke functie van het kolonialisme, waarover je nog maar zelden hoort: de koloniën als toevluchtsoord voor diegenen, voor wier ondernemingslust of karakterstructuur in het moederland eigenlijk geen plaats was. Jongens die - naar de benauwde maatstaven van de geordende maatschappij waaruit zij voortkwamen - niet wilden deugen, vonden in het meer onzekere bestaan in de koloniën een uitweg, een maatschappelijk perspectief. De blik naar het land van herkomst voor zulke kolonialen, was een een mengeling van afkeer en afgunst.

In Rhodes speelde de kolonie als 'alternatieve Europese samenleving' een grote rol. Zo leefde de bedwinger van Zuidelijk Afrika in de film zijn homoseksuele voorkeuren uit met een onbekommerdheid die in Victoraans Engeland moeilijk voorstelbaar was - en de BBC-serie in Groot-Brittannië ook nu nog het verwijt van ongepastheid heeft opgeleverd.

Heel aardig was ook dat Rhodes keer op keer in conflict kwam met de vertegenwoordigers van het Britse staatsapparaat in Zuidelijk Afrika. Die waren - als we de serie mogen geloven - in het geheel niet enthousiast over het verraden van inlandse vorsten, het op grote schaal neerschieten van met speren bewapende krijgers, of het veroveren van uitgestrekte gebieden. Hun neiging tot consolidatie en rust moest het echter afleggen tegen de visionaire dynamiek van Rhodes en zijn kompanen, die hun droom van een Brits Afrika from Cape to Cairo combineerden met de speurtocht naar lucratieve goud- en diamantvoorraden.

In de Nederlandse serie is de situatie precies andersom. Voor zover dat uit de twee beschikbare afleveringen valt op te maken, zijn het in In naam der Koningin juist de kolonialen, die ernstige twijfels hebben over de zin en haalbaarheid van een verdere expansie van het koloniaal bestuur op Sumatra. Hier zijn het de beslissers in Nederland die op de expansie aandringen. Niet uit ideële overwegingen, maar om de oliebelangen. Nederland is arm aan visionairen.

Of In naam der Koningin ook aandacht zal besteden aan de meer persoonlijke, en seksuele ontplooiingsmogelijkheden die de kolonie aan Europeanen bood, is op grond van het beschikbare materiaal moeilijk te zeggen. De sfeer onder de Nederlandse kolonialen lijkt eerder wat bedrukt - en de depressie lijkt slechts op afstand te kunnen worden gehouden door de consumptie van heel veel jenever, zoals Rhodes en de zijnen trouwens zelden de whiskyfles uit het oog verloren.

De oprechtheid van de makers is in beide gevallen buiten kijf, en dat maakt de series ook zo interessant: de morele discussie over de koloniale expansie is duidelijk verstomd, nu kan worden getoond wat er leuk of spannend was in die koloniale tijd. Met een vlaag van weemoed zelfs: het ruige leven in de kolonie staat ons niet langer als optie open. Er zijn nog altijd de diplomatie of de ontwikkelingshulp natuurlijk, maar dat is niet helemaal hetzelfde.

Voor wie de neiging heeft de wereld in recht en slecht in te delen, ook historisch, is het misschien even slikken: het lijkt slechts een kwestie van tijd voordat we op de televisie de eerste avonturenserie over de naoorlogse politionele acties in Indië zullen zien.

    • Raymond van den Boogaard