'Klimaat bij NS Reizigers volstrekt verziekt'

Bij de Nederlandse Spoorwegen lopen de spanningen weer hoog op. Een jaar na het fameuze 'heide-akkoord', waarin vakbonden en directie verregaande afspraken maakten over de arbeidsverhoudingen, staat de treinreizigers voor de zoveelste keer een staking van conducteurs en machinisten te wachten. Topman Den Besten is teleurgesteld. “Mijn zorg is dat de toekomst van het bedrijf op het spel staat.”

De arbeidsonrust bij de Nederlandse Spoorwegen is weer hoog opgelaaid. Een jaar na het fameuze 'heide-akkoord', waarin vakbonden en directie verregaande afspraken met elkaar maakten over de arbeidsverhoudingen in het bedrijf, staat de treinreizigers voor de zoveelste keer een staking van conducteurs en machinisten te wachten. De onderhandelingen over de vormgeving van de 36-urige werkweek bij het bedrijfsonderdeel NS Reizigers zijn stukgelopen. De NS vindt dat de kortere werkweek gepaard moet gaan met meer flexibilisering. De vakbonden stellen dat het onderwerp tijdens het heide-overleg niet aan de orde is geweest. Volgens R. den Besten, bestuursvoorzitter bij de spoorwegen, maken de bonden zich schuldig aan misleiding. “Er worden hier bewust leugens het bedrijf in gestuurd.”

Waar komt al dat wantrouwen vandaan? De bonden en het bedrijf sturen elkaar brieven in de meest vreselijke bewoordingen. Eind vorig jaar, na ondertekening van het heide-akkoord, leken u en de vakbonden nog de beste vrienden.

“Ja, die toon schijnt tot het kleurrijke jargon te behoren. Waar ik geen bewonderaar van ben. Maar als ik even mag teruggrijpen naar het akkoord van vorig jaar - dat steunt in feite op drie pijlers. Ten eerste zijn we het toen eens geworden over de koers van het bedrijf. Die koers is gebaseerd op realisme. Op de wetenschap dat we een zelfstandig bedrijf worden en dat er marktwerking komt. De tweede pijler is dat alle betrokken partijen voor de realisatie van die koers verantwoordelijk zijn. En dan is er nog een derde pijler, waaraan veel aandacht is besteed. Dat is dat alle partijen leadership aan de dag zullen leggen. Dat betekent dat je als manager duidelijk zegt wat je wilt. En dat betekent dus ook dat je als vakbondsbestuurder je verantwoordelijkheden bewust uitoefent.

Vakbondsbestuurders zijn toch gebonden aan democratie, aan ledenraadplegingen? Zij moeten doen wat de leden hen opdragen.

(Met stemverheffing) Dat betekent dat je als vakbond níet - als er nog niets aan de hand is - al 'actie' en 'staking' gaat roepen. Dat betekent dat je níet bewust leugens het bedrijf instuurt.

Zegt u nu dat de vakbondsbestuurders het vuurtje hebben aangewakkerd?

Misschien is aanwakkeren niet het goede woord, maar je creëert daarmee niet een klimaat waarvan ik zeg 'goh, daarin kun je nou eens rustig en verstandig met elkaar van gedachten wisselen'. Er zijn op verschillende plaatsen in het bedrijf problemen, dat zal ik niet ontkennen. Maar dan kun je twee dingen doen: je kunt de dingen rustig met elkaar bespreken én je kunt alle onrust verzamelen en die doorgeven.

Wat ik nu constateer - en dat is wat mij betreft de grens van het toelaatbare - is dat vakbondsbestuurders leugens verspreiden. Want het gaat ons niet om de flexibiliteit van de individuele medewerker die zijn functie uitoefent. Conducteurs en machinisten hebben een heel flexibel dienstpatroon, dat weten wij ook wel. Wat wij willen, is een zekere verstarring wegnemen die ontstaat door de extra vrije dagen. Bijvoorbeeld dat mensen niet in de zomer buiten hun vakantie extra vrij nemen, omdat wij dan onze normale dienstverlening hebben. Het gaat om een heel ander soort flexiblisering dan nu gesuggereerd wordt.

Zijn de drie pijlers nu allemaal onder het akkoord weggevallen?

Ja. Ik kan het op dit moment niet anders zien. De koers is vorig jaar vastgesteld in het besef dat dit bedrijf fitter is dan een paar jaar geleden, maar nog lang niet fit genoeg. We zullen de komende jaren op het scherp van de snede moeten opereren en ik ben nu bang dat we daar, afgaand op het overlegklimaat van dit moment, veel problemen mee gaan krijgen.

Tijdens het heide-overleg heeft de directie ook de hand in eigen boezem gestoken. De reorganisatie van het bedrijf was toch wat te snel gegaan, door de opsplitsing in zelfstandige bedrijfsonderdelen was er samenhang verloren gegaan. Is dat aspect - die eigen inspanningen om de interne verhoudingen te verbeteren - door het bedrijf niet wat uit het oog verloren?

Nee. Wij zijn de afspraken op dat gebied ruimhartig nagekomen. Bijvoorbeeld door te regelen hoe de contracten tussen de verschillende dochterbedrijven dienen plaats te vinden. Op het gebied van de training van mensen. Er is gigantisch veel aandacht besteed aan de bijscholing van het management.

Waarom gaat het dan toch zo mis?

Het gaat niet in het hele bedrijf mis. Vooral bij NS Reizigers. En dan met name in de Randstad. Het overlegklimaat is daar volstrekt verziekt. De toonzetting is niet normaal. In andere delen van het land, waar de concurrentie het eerst vorm gaat krijgen, is veel minder verzet tegen de CAO-voorstellen.

Het is waar dat het woord flexibilisering niet is opgenomen in het heide-akkoord. Maar daar waren redenen voor. Het is een zeer gevoelig onderwerp, dat is bekend, en van vakbondszijde werd gezegd: we hebben tijd nodig om het bespreekbaar te krijgen. Een tweede reden is dat wij dat heide-akkoord afsloten in een sfeer van 'jongens, dat hebben we met elkaar afgesproken'. We wilden niet alle punten en komma's vastleggen, wat op andere momenten van overleg altijd tot zoveel gesteggel leidt.

Maar als u wist dat flexibilisering zo gevoelig lag, had u dan niet de vinger aan de pols moeten houden?

Nee. Nogmaals, het gaat niet om de flexibiliteit van de individuele medewerker. Het gaat om de koers van het bedrijf. En als wij zeggen: er komen geen gebroken diensten, dan komen er geen gebroken diensten. Dan moet er niet gesuggereerd worden dat we dat wél willen.

U had de problemen niet kunnen zien aankomen?

Nee. Er is tijdens het heide-overleg buitengewoon veel en indringend met elkaar gesproken en er is toen een zekere euforie ontstaan. We wisten wel dat dat weer minder zou worden, maar één ding stond voorop: we zouden in de toekomst zakelijk met elkaar omgaan.

Is de situatie nu weer net zo erg als voor het heide-akkoord?

Ik vind het nu veel erger. Want wat zijn de wezenlijke problemen waar deze onderneming nu voor zit? We zullen er een paar aftikken. De verzelfstandiging. Die is onomkeerbaar. Dat heeft best een heleboel dingen opgeleverd, en het bedrijf is er ook fitter van geworden, maar onze financiële basis is uitermate smal. Nog geen honderd miljoen winst op een omzet van vijf miljard - als dan het woord beursgang valt, horen de tranen je in de ogen te springen. 'Meneer maakt zeker een grapje?'

Het volgende punt: als alles redelijk loopt, kan het allemaal precies. Maar er kan ook van alles tegenvallen. Zoals de concurrentie. Of de studentenkaart. Of de hoogte van de gebruikersheffing voor het spoor, die straks gaat komen. Die ontwikkelingen kunnen je net over het randje doen lazeren. In die situatie past het niet dat er voortdurend intern strijd gevoerd wordt. Ik kan niet met de rijksoverheid gaan onderhandelen als onze positie wordt ondermijnd met 'we gaan actie voeren'. We moeten, nu er marktwerking komt, een produkt verkopen - aan de minister, aan provincies.

Er klinkt bij u teleurstelling door.

Het is een mengsel van teleurstelling en zorg. Mijn teleurstelling is dat ik eind vorig jaar ervan overtuigd was dat we een flink stuk op de goede weg waren. Die teleurstelling is persoonlijk, dat is een emotie, daar kom ik wel overheen. Mijn zorg is dat de toekomst van het bedrijf op het spel staat. Ik heb een concernplan en ik weet wat een inspanning het de komende jaren gaat kosten om een behoorlijk resultaat uit het bedrijf te krijgen. Ook de bonden kennen het concernplan. Niemand kan straks beweren: ja maar, dat hebben we allemaal niet geweten.

Er is van verschillende kanten gesuggereerd dat het bedrijf nu denkt: laat die bonden zich maar vastlopen in een staking. Het publiek heeft weinig begrip voor de weerstand tegen flexibilisering en zal dus niet geneigd zijn partij te kiezen voor de bonden.

Niemand hier in dit gebouw wil een staking. Stakingen zijn erg - en deze is heel erg. Want wie er ook wint of verliest, het bedrijf verliest in ieder geval. Weer onstaat dan het imago van het bedrijf dat kampt met rotzooi. Daardoor komt onze positie nog verder onder druk te staan. De vakbondsbestuurders nemen in mijn ogen dan ook een loodzware verantwoordelijkheid op zich. Wij hebben ons aan de afspraken gehouden. Het is nu hun probleem.

De vakbond FSV heeft u gevraagd om weer 'op de zeepkist' te gaan staan, zoals enkele jaren geleden toen u de reorganisatie binnen het bedrijf aan de man bracht. Waarom doet u dat niet? Misschien is het wel een roep om steun van vakbondsbestuurders die hun achterban niet meer in de hand hebben.

Dat is flauwekul. Het wordt me gemiddeld vier keer per jaar gevraagd door die bond, maar het is onzin. Ik communiceer me links en rechts te pletter. Eenvijfde van mijn tijd gaat op aan werkbezoeken. Toen ik indertijd 'op de zeepkist' ben gaan staan, was dat om een proces in gang te zetten. Inmiddels is het bedrijf opnieuw ingericht en is de problematiek in het noord-oosten heel anders dan die in het westen.

Het lijkt me ook merkwaardig dat we hier vakbonden in huis zouden hebben die niet in staat zijn hun eigen zaken te regelen. Trouwens, als dat zo zou zijn, als het een kreet om hulp was, dan stuur je toch niet een open brief naar de voorzitter van de raad van bestuur? Het was gewoon een publiciteitsstunt. Op een normaal verzoek vanuit het bedrijf om ergens langs te komen, reageren we eigenlijk altijd. Dan ga ik op werkbezoek.

De problemen concentreren zich in het westen van het land, waar voorlopig waarschijnlijk niet veel concurrentie komt. Wenst u soms niet wat meer concurrentiedreiging?

Nou, nee. Maar het is inderdaad wel triest. In de Randstad is de kans op concurrentie veel kleiner. Als ik hoofdconducteur was in het noorden, zou ik slecht slapen. Want daar gaat het wél gebeuren.

Het moet voor u frustrerend zijn dat bij andere bedrijven in ruil voor de 36-urige werkweek veel meer offers door het personeel zijn gebracht. Bij de banken en bij Akzo Nobel bijvoorbeeld ging het personeel akkoord met flexibilisering en vrijwel geen loonsverhoging.

Weet u wat voor mij frustrerend is? Dat wij nou nooit eens een normaal bedrijf kunnen zijn. Ik krijg altijd van iedereen op m'n flikker. Het personeel is niet tevreden. Mijn werkgevers-collega's zeggen: 'Jezus, jongen wat jij nou hebt afgesproken, dat kan toch niet'. En politiek Den Haag zegt: 'het zijn je eigen afspraken, dus betaal ze zelf maar'.

De NS moet zich ontwikkelen tot een normale onderneming. Niet steeds weer die eindeloze discussies en dat kabaal. Ik vind dat dat moment zo langzamerhand wel gekomen is.

Als de mogelijkheid zou bestaan, zou u dan de 36-urige werkweek teruggeven? En in ruil daarvoor de eis tot flexibilisering laten vallen?

Nee. Wij hebben een CAO afgesloten. En dat is ongelooflijk bewust gedaan. Die is getekend, daar staat mijn handtekening onder en die van vier vakbonden. Dat blijft dus zo. Het is klaar, het is over.

Komt het ooit nog goed met de NS?

Natuurlijk komt het ooit een keer goed. Dit is een groot bedrijf, een belangrijk bedrijf dat au fond goed in elkaar zit. We hebben een hoop prima mensen en we kunnen het ons niet veroorloven - en dat geldt voor alle partijen - dat het niet goed komt. Dit kan niet nog vijf jaar zo doorrommelen. Of we vinden elkaar en dan heb je een van de meest kansrijke bedrijven in het land. Of het lukt niet en dan blijven we voortkwakkelen. Dan komen we in een neerwaartse spiraal waar we misschien niet meer uitkomen.''

    • Gretha Pama
    • Marcella Breedeveld