Kabinet wil het drugsbeleid niet aanpassen

DEN HAAG, 16 NOV. Het kabinet wil niet onder druk van andere landen de wetgeving met betrekking tot het Nederlandse drugsbeleid aanpassen. Dit heeft premier Kok gisteren gezegd na afloop van de ministerraad.

Volgens Kok is het zaak dat Nederland “het hoofd koel houdt” om te voorkomen dat het meningsverschil met onder meer Frankrijk over het drugsbeleid hoog oplaait. Op initiatief van de Franse regering is een studie gemaakt, waarin wordt gepleit de handel in en het gebruik van drugs in alle landen van de Europese Unie op dezelfde wijze aan te pakken.

“Vanuit andere hoofdsteden kan niet worden beslist over Nederlandse coffeeshops en de lokale overlast die zij veroorzaken”, aldus Kok gisteren. “Het eigen beleid blijft een buitengewoon essentieel gegeven.” De ministers Dijkstal (Binnenlandse Zaken) en Sorgdrager (Justitie) lieten zich afgelopen donderdag al in deze richting uit in een brief aan de Tweede Kamer.

Volgens de premier moeten de wetten van de verschillende landen niet op elkaar worden afgestemd, teneinde de drugsverslaving en handel in verdovende middelen overal op dezelfde manier te bestrijden. “Belangrijker dan harmonisatie van wetgeving is samenwerking”, aldus Kok.

Met de Beneluxlanden, Duitsland, “maar ook met Frankrijk” wordt volgens de minister-president momenteel gepraat over allerlei praktische vormen van samenwerking.

Kok noemde controle in havens, aanschaf van drugsscanners en uitwisseling van deskundigen.

Tijdens de Europese Raad die in december in Dublin wordt gehouden, staat de handel in en het gebruik van drugs hoog op de agenda. Er zal dan ook over een recente studie van de Europese Raad worden gesproken. Daaruit blijkt dat de invloed van wetgeving op het gebruik van en de handel in drugs niet bijster groot is.

Dat het 'actieprogramma' in de Franse taal is opgesteld, heeft volgens Kok te maken met het feit dat Frans de voertaal is in de hoofdstad Brussel. Maar Kok ontkende niet dat Frankrijk achter de schermen grote drang heeft uitgeoefend.

De discussie over drugs tijdens de Europese Raad in Dublin gaat echter niet over het drugsbeleid in Nederland, aldus de minister president. Volgens Kok is het zaak “om uit zwart-wit discussies weg te blijven”.

Nederland neemt volgend jaar het voorzitterschap van de Europese Unie op zich. Nederland zal zich ten opzichte van zijn eigen drugsbeleid dan niet anders opstellen, benadrukte Kok gisteravond. “We kunnen niet zeggen: we laten het nu even zes maanden liggen.”

Minister Sorgdrager zal dinsdag verder overleg voeren over de positiebepaling van Nederland binnen de Europese discussie over drugsbeleid. De minister verblijft nu nog op de Antillen en zal maandag terugkeren.