Ideeën

In zijn treurnis om de verloedering van Nederland verwees Geert Mak ('Ergens Anders', NRC HANDELSBLAD, 7 november) naar de utopische “wereld van Tlön”. Daartoe citeerde hij uit een onlangs verschenen boek van de 'Duits / Engelse auteur W.G. Sebald', De ringen van Saturnus.

Wat Mak aanhaalt komt letterlijk uit Jorge Luis Borges' 'Tlön, Uqbar, Orbis Tertius' van 1940 - dat deel uitmaakt van de bundel Ficciones, die in het Nederlands is verschenen onder de titel De Aleph (1964).

Bij nader inzien blijkt Sebald (even dacht ik dat die naam een fictie van Mak was) het verhaal weliswaar correct te dateren, maar de auteur om een of andere reden niet te willen noemen - zodat Mak niet kon weten dat 'Tlön' een vinding van Borges is. Niet dat het veel uitmaakt, want het gaat tenslotte om het idee, in dit geval van een droom die de werkelijke wereld in plaats van te verheffen, verstikt. 'Brave new world' of '1984' hadden Mak evenzeer kunnen dienen.

“Ideeën zijn, strikt genomen, van niemand; ze zijn van iedereen; elk legt er zijn eigen geest in, en hun waarde wordt bepaald door de ziel die ze als een vat omsluit”, schreef de door Borges bewonderde filosoof Miguel de Unamuno in 1900. De ziel van Borges is niet alleen groot genoeg om er zonder bronvermelding uit te putten. Hij propageerde zelf een literatuurgeschiedenis zonder namen en jaartallen. Dat idee ontleende hij aan Paul Valéry.

Het kan ook omgekeerd: je schrijft aan Borges toe wat hij nooit heeft gechreven maar had kunnen schrijven, zoals bijvoorbeeld de Italiaanse romancier M. Pomilio met zijn Vijfde Evangelie (1975).

Dat 'toeschrijven aan' en 'gebruiken zonder verwijzing' bewijzen dat een auteur klassiek is.