Hans van Manen blijft zichzelf gelukkig trouw

Gezelschap: Nederlands Dans Theater 1. Nieuw werk: Kleines Requiem, choreografie: Hans van Manen, muziek: Henryk Górecki, decor en kostuums: Keso Dekker, licht: Joop Caboort. Reprises: Heart's Labyrinth, Kylián/ Schönberg e.a., en Bella Figura, Kylián/Foss e.a.. Muzikale medewerking: Instrumentale en zangsolisten en het Nederlands Balletorkest o.l.v. Jac van Steen. Gezien: 14 nov., Lucent Danstheater, Den Haag. Inl. overige voorstellingen: 070-3609931

Wat zijn we in Nederland toch bevoorrecht twee zulke fantastische choreografen als Hans van Manen en Jirí Kylián te hebben. Dat werd weer eens extra duidelijk in het nieuwe programma van NDT1 waarin naast reprises van Kyliáns indrukwekkende Heart's Labyrinth en wonderschone Bella Figura de wereldpremière van Van Manens Kleines Requiem te zien is. Van Manen is geen choreograaf die in zijn imposante en vruchtbare carrière - Requiem is zijn 96ste ballet - radicaal andere wegen heeft ingeslagen. Hij blijft trouw aan zijn credo dat dans geen andere uitdrukkingsmogelijkheden dan dans nodig heeft en hij blijft vooral trouw aan zijn eigen wezen: iemand die heel bewust keuzes maakt, zichzelf beperkingen oplegt om tot die keuzes te komen en erdoor geprikkeld wordt tot inventiviteit. Ook iemand die altijd streeft naar volstrekte helderheid, wars is van frutsels en fratsels en heersende taboes. Wat hij voor zijn dans nodig heeft, is goed werkende lichamen en breinen van meedenkende dansers, een ruimte scheppend of suggererend decor waarbinnen de uitvoerenden en de structuur van de choreografie optimaal tot hun recht komen, kostuums die geen bewegingsbeperkingen opleggen en de sfeer van het werk weerspiegelen.

Voor Kleines Requiem, op drie delen van Henryk Górecki's Kleines Requiem für eine Polka, waren die ingrediënten ruimschoots aanwezig. Keso Dekker had weer een geraffineerd eenvoudig toneelbeeld ontworpen (een net niet geheel blauw achterdoek met de vage contouren van keurig geformeerde wolkjes) en coulissen als neervallend glinsterend water. Ook zijn keuze voor zacht glanzende nauwsluitende tricots in gedekte herfstkleuren past precies bij de intensiteit en vorm van de choreografie. In het eerste deel, een opeenvolging van duetten en trio's waarbij telkens een van de partners door een ander vervangen wordt zodat er nooit vaste koppels ontstaan, roept Van Manen een wonderlijk breekbare sfeer op, terwijl er tegelijkertijd een enorme kracht in de beweging zit. Eigenlijk net als de metalen instrumenten in Górecki's muziek die een heel ijle klank voortbrengen.

De gedecideerde, bijna opstandige entree van Sol Léon brengt even wat heftigheid maar de onder controle gehouden melancholie overheerst. De scherpe breuk in stijl en karakter, zowel in muziek als bewegingsidioom, werkt als een schok. Op circusachtige klanken veranderen de zeven dansers plotseling in een groep schuddebollende, wijdbeens lopende figuren, als verdoofd bewegend over het toneel. Ze lijken op afgestompte wezens die allang niet meer weten wat vrolijkheid is, maar automatisch nog wel de rituelen ervan uitvoeren.

Het derde deel keert terug naar de opbouw van het eerste maar er wordt een andere spanning voelbaar. Een man (Jorma Elo) die in het begin steeds volkomen alleen en afzijdig bleef, krijgt in zijn eenzaamheid een prominentere plaats. Zijn situatie wordt duidelijk als hij ten slotte toch ook de rol van partner krijgt en met een andere man (Jean Emile) exact hetzelfde duet uitvoert als Emile en Léon aan het eind van het eerste deel dansten. Van Manen blijkt opnieuw een meester in het feilloos registreren van facetten binnen menselijke relaties via dynamiek en timing van dansbeweging. Kleines Requiem is een juweel en werd prachtig, vaak ontroerend gedanst.

    • Ine Rietstap