Groot familiebedrijf flexibeler dan beursgenoteerde onderneming

AMSTERDAM, 16 NOV. Grote familiebedrijven als bierbrouwer Bavaria hebben in de 21ste eeuw bestaansrecht. Sterker nog, mits goed geleid zijn ze flexibeler dan beursgenoteerde bedrijven, die op de huid worden gezeten door op winst beluste aandeelhouders. Bovendien zorgen ze voor duurzame werkgelegenheid, terwijl beursfondsen gedreven door kostenbesparingen hun heil moeten zoeken in landen met goedkopere arbeid. De Nederlandse fiscus moet het wèl aantrekkelijk maken voor families in Nederland de rol van ondernemer/aandeelhouder te blijven vervullen.

Dat zei bestuursvoorzitter drs. P.J.J.M. Swinkels van Bavaria deze week tijdens het congres 'Opvolging in het familiebedrijf' in de Groote Industrieele Club in Amsterdam. De belangstelling voor de rede van Swinkels, die hij hield op uitnodiging van congresorganisator Dialoog, was groot: Bavaria is een van de meest succesvolle familiebedrijven in Nederland. De nazaten van Ambrosius Swinkels, die de brouwerij in 1764 kocht, brachten het bedrijf in het Brabantse Lieshout na de oorlog tot grote bloei.

Bavaria groeide in die periode uit tot de tweede bierbrouwer van Nederland, achter Heineken, maar voor Grolsch en Interbrew (Oranjeboom, Dommelsch). Het totale marktaandeel van Bavaria op de Nederlandse biermarkt bedraagt nu 16 procent. Met 750 mensen boekt Bavaria dit jaar naar verwachting een bruto omzet van zo'n 800 miljoen gulden.

Grondleggers van het naoorlogse succes waren de gebroeders Frans, Piet en Jan Swinkels, wiens gezinnen 18 zonen telden. Elk van de jongens was bestemd voor een bepaalde studie, zodat de brouwerij zou kunnen worden geleid zonder mensen van buitenaf. In totaal zitten nu 25 leden van de familie Swinkels in het bedrijf. De huidige bestuursvoorzitter is de op één-na jongste van Frans' zonen.

Enkele weken geleden liet Bavaria weten dat het het familiebelang, nu nog ondergebracht in een besloten vennootschap, wordt samengebracht in een nieuwe naamloze vennootschap. Swinkels onthulde dat de overschakeling naar een nv is versneld doordat staatssecretaris Vermeend in juni met een - sindsdien afgezwakt - voorstel kwam om grootaandeelhouders in een bv met terugwerkende kracht een heffing van 25 procent te laten betalen wanneer hun 'aanmerkelijke belang' wordt verkocht.

Dankzij de nv-vorm zouden de Bavaria-aandeelhouders niet worden opgezadeld met een latente belastingclaim die teruggaat tot de oprichting van de bv in 1932. “Je moet je voorstellen dat je die financiële last moet doorgeven aan je kinderen”, zei Swinkels die Vermeend opriep de vermogensbelasting af te schaffen. De overheid moet maar eens “risico durven nemen” en de uittocht van ondernemende mensen, die hun toevlucht zoeken tot belastingparadijzen, een halt toeroepen.

Bavarias overgang naar de nv-vorm is geen voorbode van een beursgang, zo maakte Swinkels duidelijk. “Dan moet ik 20 tot 25 procent van mijn tijd besteden aan allerlei analisten. Men zit in de financiële wereld als wolven op de cijfers, de lange termijnstrategie wordt uit het oog verloren.”

Bavaria investeerde met het oog op de toekomst de afgelopen twee jaar 150 miljoen gulden. De netto winst van Bavaria daalde door deze hoge investeringen in 1995 van 34,3 miljoen tot 30,6 miljoen gulden. Volgens Swinkels had de financiële wereld een dergelijke winstdaling van het beursfonds Bavaria niet geaccepteerd en het bedrijf afgestraft met een forse koersdaling.

Bavaria hecht aan de familiestructuur die het bedrijf in staat stelt beter te concurreren. “Steeds vaker wordt ik geconfronteerd met bedrijven waar managers in marketingdossiers duiken en te weinig rekening houden met een wispelturige omgeving.” Op de biermarkt is sprake van steeds grotere concurrentie, een snel wisselende smaak van consumenten en daardoor een kortere levenscyclus van produkten. In een dergelijke “soms vijandige” markt is het essentieel dat het bedrijf zo snel mogelijk inspeelt op nieuwe trends.

Swinkels noemde als voorbeeld het alcoholvrije Bavaria malt, waarmee het familiebedrijf begin jaren negentig concurrenten Heineken (Buckler) en Grolsch (Stender) aftroefde. Niet alleen was Bavaria malt als eerste op de markt, het had ook een betere smaak dan met name Buckler, dat na een grap van cabaratier Youp van 't Hek (“Bucklerlul”) al snel van het Nederlandse toneel verdween.

Critici stellen dat in familiebedrijven verstarring dreigt doordat managers worden gekozen omdat ze familie zijn en niet omdat ze de beste zijn. Bavaria houdt bij de selectie van het topmanagement scherp in de gaten of familieleden wel of niet geschikt zijn voor de functie. Voor een niet-capabel familielid is geen plaats binnen Bavaria. Een capabel familielid geniet wél de voorkeur, ook al scoort hij of zij iets minder dan een buitenstaander. Een familielid als manager heeft grote voordelen. Swinkels wees erop dat familieleden loyaal zijn en bereid zijn veel meer tijd in de onderneming te stoppen. “Vijftien dagen vakantie per jaar is voldoende voor een familielid, bij een buitenstaander ligt dat anders.” Swinkels is er bovendien van overtuigd dat creativiteit niet per definitie 'van binnenuit komt', maar wordt gestimuleerd doordat iemand meer verantwoordelijkheid krijgt. Een platte organisatie zoals van het familiebedrijf Bavaria is wel noodzakelijk. “Philips en het - oude - Daf zijn grote bureaucratieën waar mensen geen verantwoordelijkheid kunnen nemen.”

Wie in de volgende eeuw de opvolger wordt van Peter Swinkels staat nog open. De familie Swinkels heeft geen opvolgingsregeling op papier staan. Binnen de brouwerij zijn een beperkt aantal topposities te vergeven, die bovendien steeds specialistischer worden. Swinkels: “Iedereen komt in aanmerking, misschien ook iemand van buiten het bedrijf. Toetreding tot het bedrijf is geen geboorterecht. De benoeming van een nieuw lid van de raad van bestuur zal gebeuren op grond van vakmanschap en niet onder druk van de aandeelhouders. Wat goed is voor Bavaria is goed voor de familie, maar wat goed is voor een familielid is niet per definitie goed voor de onderneming.”