Griekenland; Amsterdam als voorbeeld van hoe erg het kan worden

ATHENE, 16 NOV. Dezer dagen heeft een Atheense huisvader zijn 20-jarige dochter aangegeven bij de politie omdat hij enkele grammen hasj bij haar had aangetroffen voor eigen gebruik.

Hij troonde haar mee naar het politiebureau waar hij een aanklacht indiende die ertoe leidde dat zij in eerste instantie een nacht werd vastgehouden - de rechtszitting komt later.

Het leek hem de enige manier, zo zei hij tegen de pers, om zijn dochter op het rechte spoor terug te brengen.

Hoewel de vader in een latere fase zijn spijt betuigde, ontstond er in de mediaeen drukke discussie of hij terecht had gehandeld.

Hasj en marihuana worden door de meeste Grieken nog altijd op één lijn gesteld met heroïne en andere harddrugs. In de kranten, enkele uitgezonderd, en vooral op de twee grote particuliere televisiestations, wordt het spul nog altijd “de witte dood” of “de snelle dood” genoemd, en de laatste weken is er een ware hysterie losgebroken over berichten dat kleine partijen hasj zijn gevonden bij scholieren.

De paniek was begonnen met de arrestatie van een echtpaar dat buiten een lagere school “zuurtjes met heroïne” zou hebben aangeboden, maar bij nader onderzoek was er van heroïne geen sprake. Sindsdien gaat er geen dag voorbij of er worden kinderen van 13 tot 15 jaar opgepakt die softdrugs op zak hadden en geboeid worden afgevoerd. De televisie brengt het, zonder dat de gezichten worden getoond.

Elke dag komen verschrikte ouders aandringen op “betere beveiliging van de scholen” maar het is natuurlijk ondoenlijk, bij elke onderwijsinstelling een politiemacht te escorteren.

Intussen gaat het in Griekenland met de harddrugs van kwaad tot erger. Het aantal doden loopt nu elk jaar in de honderden en is in korte tijd verdubbeld. Elk sterfgeval wordt door de media breed uitgemeten.

In het kader van de jongste hysterie kwam de nieuwe minister van Justitie, de grijze Jannopoulos, met de waarschuwing dat ook gebruikers weer strenger zouden worden aangepakt, want, zo zei hij, “ze waren nu genoeg voorgelicht”. Zijn voorganger had juist een beleid aangekondigd waarin handel en gebruik nauwlettender zouden worden gescheiden.

De regering heeft zich van Jannopoulos gedistantieerd en deze is inmiddels op zijn woorden teruggekomen.

Zijn eruptie heeft in ieder geval het voordeel gehad dat er weer een discussie op gang is gekomen waarin ook juiste dingen naar voren worden gebracht. Er is aan herinnerd dat juist in de gevangenissen en inrichtingen - nog steeds vol met gebruikers - de overgang van soft naar harddrugs plaatsvindt.

Er werd ook weer hier en daar voorzichtig gepleit voor juridische scheiding van soft en harddrugs. Daarbij schaarde zich de voormalige minister van onderwijs, nu plaatsvervangend minister van buitenlandse zaken, Jorgos Papandreou, zoon van de overleden premier, die toevallig gisteren Nederland bezocht op een toernee langs EU-landen.

Hij bleek zelf voorstander van vrijlating van softdrugs en noemde het Nederlandse voorbeeld, ook wat de methadonvoorziening betreft.

In Athene en Thessaloniki is vorig jaar, na het inwinnen van adviezen uit onder andere Nederland, op kleine schaal begonnen met methadonvoorziening, en de resultaten zijn vooralsnog bemoedigend.

Er staan nog 1500 verslaafden op de wachtlijst en door de experts wordt vooral gepleit voor invoering van dit experiment in de gevangenissen.

De pleitbezorgers van dit soort maatregelen moeten echter nog steeds oproeien tegen een enorme tegenstroom waarbinnen Amsterdam nog altijd geldt als het Sodom en Gomorra dat laat zien hoe erg het kan worden.

Vooral woordvoerders van de rechtse oppositie vertellen in het parlement zonder blikken of blozen dat het Nederlandse experiment is mislukt. Opmerkelijk is dat ook de communistische partij een heftig tegenstander is van scheiding van hard en softdrugs, en nog meer van het vrijlaten van drugs in het algemeen.

Het toonaangevende conservatieve ochtendblad Kathimerini daarentegen kwam gisteren met een opmerkelijk hoofdartikel waarin werd gepleit voor “afschaffing van de winst op drugs” en verkrijgbaarstelling op recept van alle harddrugs in apotheken, met gebruik ter plaatse.

Men kan gerust stellen dat de hypocrisie rond het onderwerp hier nog altijd enorm is, vooral als men bedenkt dat elke nacht, zo omstreeks twaalf of een uur, in talloze nachtclubs de liederen (rebètika) opklinken die in de eerste helft van de eeuw ontstonden, produkten van een subcultuur waarin het loflied werd gezongen op de hasj.

Honderdduizenden Grieken zingen deze oude liederen enthousiast en verzaligd mee.

    • F.G. van Hasselt