Een onstuitbare stroom van variaties op de hogesnelheidslijn; De scheppingsdrang van Willem Bos

Zijn 'hersengymnastiek' heeft de Tweede Kamer bereikt en beheerst daar de discussie over de hogesnelheidslijn. Onderwijsambtenaar Willem Bos (afdeling materiële normering) liet een tiental varianten en subvarianten op het voorgestelde tracé los. Het projectteam hogesnelheidslijn is er horendol van geworden. Bos geniet van het debat. 'Al staan er honderd ingenieurs tegenover me, ik trek gewoon het matje onder ze weg'

De opdracht was: werk een tracé uit voor de Zuiderzeespoorlijn, een verbinding van Lelystad via Heerenveen naar Groningen. K. Boorsma, directeur van het gelijknamige ingenieursbureau uit Drachten vond het, eind jaren zeventig, een mooi klusje voor een van zijn jonge honden. Het leidde tot een ontwerp voor een spoorbaan op palen in de middenberm van de snelweg. De ontwerper van het nooit uitgevoerde project: Willem Bos, net afgestudeerd als civiel ingenieur.

Tien jaar later bleek dat de jonge ingenieur van deze ervaring geleerd had. Opnieuw ontwierp hij een spoorlijn in de middenberm van snelwegen. Deze keer ging het om een tracé van de hogesnelheidslijn, die volgens hem het beste over de snelweg kon lopen. Het zou aan weerszijden een rijstrook schelen, maar dat leek hem geen punt. Anderen wel. “Er was geen vraag naar”, constateerde Bos deze keer - en kwam met een alternatief, inmiddels bekend als de 'Bosvariant'. Het Bostracé loopt langs de snelweg.

Het is zijn bekendste variant op de hogesnelheidslijn, maar lang niet de enige. Hij heeft ook alternatieven ontwikkeld voor het tracé tussen Barendrecht en Zevenbergschen Hoek. En op het eigenlijke Bostracé, langs de snelwegen A4 en A13, heeft hij inmiddels een achttal variaties bedacht, op elk punt van kritiek een weerwoord. Op het projectbureau voor de hogesnelheidslijn van het ministerie is men dit voorjaar opgehouden al die bijstellingen nog na te rekenen. WB één tot en met acht, Fwb1, Fwb2 - daar blijft het bij wat de rekenmeesters van het ministerie betreft.

Bos kwam enkele maanden geleden zelfs nog met een geheel nieuwe variant, waarbij de snelle treinen gebruik maken van het bestaande spoor; over een nieuw aan te leggen lijn zouden slechts stoptreinen rijden. Hij zorgde ervoor dat de verantwoordelijke ministers een pakketje met zijn belangrijkste varianten vergezeld van een persoonlijk briefje op hun bureau kregen. “Zulke mensen krijgen gefilterde informatie. Ik dacht dat ik ze maar eens moest uitleggen hoe het zit. Misschien dat ze dan denken: bingo!”

Slim en introvert

De wortels van Willem Bos (42) liggen in Aerdenhout, waar zijn vader een internaat bestierde. Willem was een echte bèta: scherp en slim, maar ook introvert en verlegen. Door de beslotenheid van het internaat hoorde hij ook niet echt bij de kinderen van het dorp. Creativiteit en technisch vernuft zaten hem in het bloed. Zijn vader was ook altijd met ideeën in de weer en begon een tweede leven als uitvinder. Onlangs presenteerde Bos-senior een door hem geoctroieerde schuifhoes voor de afstandsbediening van de televisie. Aan de ene kant zitten een paar gaten, voor de knoppen met de belangrijkste functies. Aan de andere kant zitten gaten voor álle knoppen. Het is een uitvinding voor oudere mensen. Bos-junior: “Uitvinden is ontdekken dat iets een probleem is.”

Toen het erop aankwam een keuze voor een studie te maken, twijfelde hij. Natuurkunde, daar wilde hij wel alles van weten, maar hij vond het een te feitelijke studie. Bouwkunde had zijn hart - “dat belééf je” - maar was weer niet feitelijk genoeg. Het werd civiele techniek. “Mijn twee kanten”, noemt Bos die gespletenheid nu. Alle varianten en subvarianten die hij voor de hogesnelheidslijn heeft ontworpen vallen erop terug te voeren. Hij verschijnt op alle inspraakavonden, want: “Ik wil de emotie op me in laten werken en daar iets mee doen.” Daar doet hij dan telkens nieuwe ideeën op. Alleen zijn eerste, bekendste variant ontstond uit éigen irritatie over het tracé, dat zijns inziens veel te veel groen doorsneed.

Na zijn studie vormde het middelgrote Ingenieursbureau Boorsma een ideale leerschool. “Wij doen vaak alternatieve dingen”, zegt Boorsma, “zoals een plan om de A7 langs Sneek ondergronds aan te leggen”. Boorsma was ingenomen met zijn nieuwe kracht. Hij vond hem “intelligent, creatief en consciëntieus”. Maar Bos en zijn vrouw Margreet voelden zich niet thuis op het Friese platteland. “We waren buitenstaanders in het dorp. Je zit daar tussen de Friezen. Vooral als je verlegen bent, geeft dat een eenzaam gevoel. Dan is de drempel nóg hoger.”

Zijn introvertheid bestreed hij intussen wel degelijk. “Overcompensatie”, noemt hij tegenwoordig zelf zijn meeslepende, niet te stuiten betogen over het waarom van zijn vele varianten en subvarianten op de hogesnelheidslijn. Dat is al begonnen in zijn studietijd, toen hij op de studentenvakbond het politieke debat leerde aangaan. “Inhakken op PvdA'ers” was een van zijn geliefde tijdverdrijven. Toen voelde hij meer voor de VVD. Nu is hij lid van D66.

Maar het was niet alleen de eenzaamheid die Willem en Margreet Bos uiteindelijk uit het noorden verdreef. Ook het harde bestaan op het bureau speelde een rol. Bos moest helemaal bij het begin beginnen: tekenen, rekenen. En had hij een rapportje af, dan ging het naar de opdrachtgever die er vervolgens wat mee deed - of niet. De resultaten bleven in elk geval veelal buiten het zicht van Willem Bos. Dat deed hem verlangen naar bezigheden die langer zouden beklijven. Tot zijn eigen verrassing overwoog hij zelfs een baan bij de overheid. “Op een avond zag ik vanaf een terp de zon ondergaan in het westen en dacht: daar gebeurt het.”

Als een van veertig sollicitanten voor een technische functie op het ministerie van onderwijs werd hij ontvangen door Harry Winkels, hoofd van de afdeling die zich bezighield met technische normen voor schoolgebouwen. “Wat er toen uitsprong, waren zijn fantasie en zijn vermogen om overal vraagtekens achter te zetten.”

Hoewel de naam Afdeling Materiële Normering een hoog dorknopergehalte heeft, was het altijd een zeer innovatieve omgeving, aldus Winkels, die er tot 1992 chef was. Wederom een omgeving waarin Willem Bos kon gedijen. “Hij heeft zich er zelfs voor beijverd de afdeling lid te maken van de vereniging van uitvinders”, herinnert Winkels zich. Er werd ook daadwerkelijk aan uitvindingen gewerkt. Zo is Bos al jaren bezig aan een nieuw model stofzuigermond waarmee klaslokalen efficiënter zouden kunnen worden gezogen. Hij noemt het “mijn eerste kindje”. (Hij heeft er ook nog twee van vlees en bloed). Maar ja, de hogesnelheidslijn is er tussendoor gekomen.

Liefde voor het debat

Ook op het departement leerde men Willem Bos kennen als een man die het debat nooit schuwt - of het nu is om zijn eigen gelijk te halen, of om het plezier in het debat zelf. Hij deinst er niet voor terug om een absurd standpunt in te nemen, om zo zijn gespreksgenoten uit te dagen. Menig collega heeft hij de gordijnen ingekregen met zijn onverwachte vragen en stellingen.

Zijn liefde voor het debat hangt ermee samen dat hij altijd ook de andere kant van een zaak ziet. Die meerzijdigheid van de werkelijkheid heeft voor Bos ook een metafysische dimensie. Ze helpt hem op zijn zoektocht naar oplossingen, of die nu technisch zijn of filosofisch. Op dat vlak is God voor hem geen oplossing: “Als je een god hebt, is voor mij altijd onmiddellijk de vraag: wie heeft die god dan gemaakt? Daar schiet je dus niks mee op. Anderzijds mis ik bij de ongelovige de verbazing over het alledaagse. Elke dag opnieuw moet je je verbazen.”

Zijn filosofische zoektocht voerde hem van de natuurwetenschap naar de oosterse mystiek en terug. Met name Fritjof Capra's 'The Tao of physics' maakte indruk op hem. Een bekostigingsstelsel voor schoolonderhoud zet hij uiteen als een tao. In publicaties in doorgaans dorre vaktijdschriften legt hij verbanden tussen yin en yang en het volume van een schoolgebouw.

Dat oog voor de tweezijdigheid van alles komt ook terug in zijn politieke voorkeur voor D66, waarin hij sinds een aantal jaren actief is. Zelf omschrijft hij die partij als “vlees noch vis”, maar waar een ander een dergelijke kwalificatie zou zien als een van kleurloosheid, tekent hij volgens Bos de afwezigheid van dogmatisme. En dogma's staan het zoeken naar oplossingen in de weg.

Toch lijken dogma's hem soms niet vreemd, wanneer hij een op het oog tamelijk absurd standpunt te vuur en te zwaard verdedigt - en dan niet om het debat, maar omdat hij ervan overtuigd is dat hij gelijk heeft. Toen er op de beleidsafdelingen van het ministerie op grote schaal computers verschenen had Bos het nogal eens aan de stok met zijn apparaat. Winkels: “Hij wachtte op de computer en die deed niks, want de computer wachtte op hem. Dan had hij bijvoorbeeld de 'enter'-toets niet ingedrukt. Maar hij was ervan overtuigd dat híj het goed gedaan had. Het was wel eens moeilijk te zeggen wie er nu eigenwijzer was, Willem of de computer.”

In zijn presentatie komt Bos zelfverzekerd over, volgens sommigen zelfs hautain. “Toch is hij in wezen heel bescheiden”, meent Gert Westerveld, vroeger werkzaam op het ministerie van Onderwijs en Wetenschappen, tegenwoordig zelfstandig loopbaanadviseur. Hij leerde Bos kennen bij een reorganisatie op het departement in 1990, waarbij ze elkaar vonden in hun eigen kijk op de dingen. Zo'n anderhalf jaar geleden werd het contact hernieuwd. Bos zat in de zoveelste departementale reorganisatie en klopte aan bij Westerveld, die hij “mijn coach, mijn inspirator, mijn Ted Troost” noemt.

Bos was intussen door een dal gegaan. Te hard gewerkt, een dreigend ontslag wegens reorganisatie, uiteindelijk liep hij een (tijdelijke) aangezichtsverlamming op. “Het tekent mijn geest dat ik dat eerder interessant vond, dan dat ik me zorgen maakte.” Die gebeurtenissen leidden voor Bos wel een periode van bezinning in. “Hij heeft zichzelf beter leren kennen”, zegt Westerveld. Zelf vindt Bos dat hij “aan zijn tweede leven” bezig is: minder aandacht voor wetenschap, meer voor politiek en samenleving. De scheppingsdrang daarachter is dezelfde gebleven: zoeken naar oplossingen, of dat nu oplossingen zijn voor technisch-wetenschappelijke problemen, of voor politiek-maatschappelijke. “Het is voor mij allemaal hersengymnastiek.”

Het is de paradoxale combinatie van eigenwijze vasthoudendheid en afkeer van dogmatisme die het projectteam hogesnelheidslijn horendol maakt. Als ze na een hoop rekenwerk hebben laten zien dat wat Bos wil niet kan, bedenkt hij onmiddellijk een alternatief. “Zij dachten de touwtjes in handen te hebben. Maar toen kenden ze mij nog niet. Al staan er honderd ingenieurs tegenover me, ik trek gewoon het matje onder ze weg.” Natuurlijk, de details moeten kloppen, maar het gaat om het idee - dát moet je overbrengen, vindt Bos.

Die opvatting ziet hij bevestigd in de Kamerdebatten over de hogesnelheidslijn. Terwijl er inmiddels meer dan tienduizend pagina's aan rapporten beschikbaar is, spitst de discussie zich toe op slechts een paar kwesties. “Het gaat om een paar ordinaire dingen, een paar dingen waarin ze geloven. Dat beeld moet je vangen - en dan verder onderbouwen. Al die rapporten zijn dan voor niks.” Het projectteam, door het optreden van Bos geconfronteerd met de vraag wat er mis is in hun manier van werken, is inmiddels tot dezelfde conclusie gekomen. Niet de technische feitelijkheden tellen het zwaarst, maar het politieke gevoel. Het projectteam kan bewijzen dat een tunnel bij Breda technisch geen verdere voordelen oplevert, maar de politieke werkelijkheid is dat er voor die tunnel een meerderheid in de Tweede Kamer is.

Het is al zeven jaar geleden dat Bos kennismaakte met de hogesnelheidslijn, in functie nog wel. Namens Onderwijs en Wetenschappen zat hij in een interdepartementale werkgroep waar op een gegeven moment ook de plannen voor de hogesnelheidslijn werden besproken. Puur toeval eigenlijk. In dat vergaderzaaltje opperde Bos voor het eerst de mogelijkheid de spoorlijn aan te leggen langs de snelwegen A 13 en A 4.

In de jaren daarna ging men op Verkeer en Waterstaat verder met het ontwerp van een spoorlijn door het Groene Hart, en hield Bos zich bezig met de normen voor onderhoud en schoonmaak van scholen. Pas twee jaar geleden kwam zijn idee volop in de belangstelling, met name binnen provinciale staten van Zuid-Holland. “Toen merkte ik dat ook andere mensen bezig waren met dat idee. Het probleem voor al die mensen was: hoe bewijs je dat het kan? Ik heb toen wat berekeningen en een rapportje gemaakt.”

Bos' idee voorzag in een politieke behoefte. Steeds meer politici kregen problemen met de doorsnijding van het Groene Hart zoals het kabinet die zich had voorgenomen. Een tunnel van tien kilometer lengte, zoals later op instigatie van premier Kok in het Groene-Harttracé is opgenomen, leek toen nog ondenkbaar. Ongeruste Statenleden van D66 vervoegden zich bij hun geestverwanten in de Tweede Kamer. Kamerlid Machteld Versnel, fractiewoordvoerster voor de hogesnelheidslijn: “Wij vonden het wel een goed idee. Maar ik zei tegen Willem: als je wilt dat het wat wordt, moet je je afficheren als bedenker, niet als lid van de partij. Ik vond: de merites van het idee moesten op tafel komen.”

Minister De Boer begon ook met het Bostracé te flirten. Verkeer en Waterstaat wilde niet achterblijven. Hier was nu eens een idee dat uit de inspraak naar voren was gekomen dat de moeite waard leek. Zo kon het departement eindelijk eens recht doen aan alle inspraak. Minister Jorritsma had de Bosvariant onmiddellijk kunnen afwijzen, maar besloot op advies van haar ingenieurs de mogelijkheden van het tracé verder te laten onderzoeken - en het aldus verder uitgewerkte idee aan burgers en bestuurders in een extra inspraakronde voor te leggen.

Gestimuleerd door deze politieke respons liet het tracé langs de snelwegen, dat inmiddels zijn naam droeg, Willem Bos niet meer los. Zijn produktie groeide gelijk op met de maatschappelijke belangstelling. Respons is essentieel voor Bos.

Op Onderwijs kende Winkels de gebruiksaanwijzing: “Het is een kwestie van duidelijk afspreken wanneer iets af moest zijn. Je moest hem wel eens op het spoor houden als hij weer eens ergens diep ingedoken was. Dan zei ik: 'nee Willem, nu eerst dit'.” Het projectteam hogesnelheidslijn is er nimmer in geslaagd de goede snaar te raken, waardoor ze zijn produktiviteit niet op een voor hen constructieve manier konden aanwenden. De ideeënmachine was niet meer te stoppen. Versnel zegt wel eens: “Hou nou eens op, Willem” - maar vindt toch ook dat “je zo iemand gewoon nodig hebt”. “Hij is anders dan andere insprekers. Hij is belangeloos.”

Met het projectteam groeide intussen wel een zekere lotsverbondenheid, doordat hij net als de ingenieurs van het projectteam op de inspraakavonden werd bestookt met kritiek door bewoners die dachten dat ze na de keuze van het kabinet voor het Groene-Harttracé van alle HSL-ellende waren verlost. Nu zagen de bewoners van Leiderdorp en Leidschendam ineens toch een hogesnelheidslijn op zich af komen. Maar tot een goede verstandhouding met het projectteam is het nooit gekomen. Bos is slechts enkele malen op bezoek geweest. Een sollicitatie bij het projectteam voor de hogesnelheidslijn naar Duitsland liep op niets uit. 'Bos komt er hier niet in', zoemde het door de departementale gangen. Vele varianten later concludeerden de ingenieurs van het projectteam dat het vaak om tracé-uitwerkingen ging die zij reeds om een of andere reden verworpen hadden: te duur, te moeilijk. Het probleem is alleen steeds: de Tweede Kamer gaat er mee op de loop. Ook daar heeft men overigens nauwelijks contact met Bos. “Ze bellen mij niet. Dat vind ik wel eens jammer. Maar ik kan me ook niet opdringen. Ik stuur mijn stukken op.”

Intussen nadert de besluitvorming over de hogesnelheidslijn haar climax. Als de definitieve keuze voor een tracé is gedaan, zal de nu beroemdste ambtenaar van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen terugkeren in de anonimiteit van de bekostigingsmodellen. Hoewel: “Ergens smaakt dit wel een beetje naar meer.”

    • Gretha Pama
    • Dick van Eijk