Een bron waar Cobra uit ontstond

Tentoonstelling: Carl-Henning Pedersen 1936-1996 T/m 19 jan. Cobra Museum voor Moderne Kunst Amstelveen, Sandbergplein 1, Amstelveen. Di t/m zo 11-17u. Boek: ƒ 59,50

De Co van Cobra is in Nederland altijd wat onderbelicht gebleven. De eerste tentoonstelling over de Deense inbreng in de beweging moet nog gemaakt worden, terwijl een belangrijk deel van de voorgeschiedenis daarvan juist in Denemarken ligt.

Er heerste daar voor de oprichting in 1948 een levendig 'pre-Cobra' klimaat, zoals rondom de kunstenaarsvereniging H⊘st, de tijdschriften Helhesten (Hellepaard) en Linien, en bijvoorbeeld de 'Vrije Jutlandse Schilders' waar Asger Jorn, één van de sterkste schilders van zijn tijd, in 1933 debuteerde. Jorn en ook figuren als Carl-Henning Pedersen, Ejler Bille, Asger Jörgensen, Henry Heerup en Egill Jacobsonsen zijn allemaal zo'n tien jaar ouder dan hun Nederlandse geestverwanten Appel, Corneille en Constant.

De Denen zien hun schilders meer in het licht van een Noordeuropese expressionistische traditie en als een verwerking van volkskunst dan van de 'vrijheidsschreeuw', zoals in Nederland. Tijdens de economische crisis in de jaren dertig, in een tijd dat in Europa de moderne kunst was doodgebloed, ontstond de sterke behoefte aansluiting te zoeken bij het verleden. Sommigen zochten het realisme op. Maar de Cobra-voorlopers, veelal overtuigde communisten, stonden een 'nieuwe optiek op de abstracte kunst' voor. Ze wilden abstracte kunst met een symbolische, surrealistische lading, of zoals Jorn het verwoordde 'abstracte kunst die niet in abstracte kunst gelooft'.

Iets van die onbekende bron waaruit Cobra is ontstaan, is te zien in de grote overzichtstentoonstelling van Carl-Henning Pedersen (Kopenhagen, 1913) in het Cobra museum in Amstelveen. Het merendeel van de bruiklenen is afkomstig uit Deense musea, vooral uit het Carl-Henning Pedersen og Else Alfet Museet in Herning (Jutland).

De autodidact Pedersen zette, na een periode als activist in de communistische jeugdbeweging, omstreeks zijn twintigste zijn eerste stappen als kunstenaar. Hij werd daarin aangemoedigd door zijn eerste vrouw, Else Alfelt, die in die tijd sociaal-realistisch schilderde.

Op kleine simpele doeken componeerde Pedersen van geometrie afgeleide vormen tot een evenwichtige balans, terwijl er toch sprake was van een zekere dynamiek. Soms zien zijn vormen eruit als wasgoed aan de lijn. Maar het zijn vooral zijn krachtige, ongemanierde tekeningen die hij vlak voor en in de oorlog maakte die van uitzonderlijke klasse zijn.

Stevig neergezet met dekkende, vlammende kleuren en lijnen die het papier of doek amper kunnen verdragen hebben ze al typische Cobra trekken, zoals grote ogen, grote koppen, dieren en vooral vogels. Een sterk voorbeeld is het uit 1941 stammende Het gele paard en het ochtendrood; rauw, ongekunsteld en ongemanierd. Vooral zijn grafische kant is sterk. Als schilder was hij meer een 'invuller', minder schilderkunstig als Jorn of Appel. Na de oorlog ontstond er een opener, liefelijker stijl met sprookjesachtige voorstellingen. Eind jaren vijftig nam zijn produktie ongekende vormen aan. Het deed de kwaliteit van Pedersens werk geen goed. De puf was eruit, de spanning verdwenen en er ontstonden vlakke routinematige schilderijen met veel vogels en koppen waarvan er op de tentoonstelling veel te veel hangen.

Er moet een zekere desillusie bij de idealist Pedersen hebben plaatsgevonden. Want tot echte volkskunst is het met Cobra nooit gekomen. In dit verband is het aardig om de uitspraken van Paul Klee in herinnering te brengen, vooral omdat Pedersen aanvankelijk zo dankbaar gebruik heeft gemaakt van diens vormentaal. “Uns trägt kein Volk”, zei Klee die zich wat dat betreft geen illusies maakte. Hij realiseerde zich dat het scheppen van een eigen realiteit, zoals een modern kunstenaar betaamt, ontoereikend is om door te dringen tot brede lagen van de bevolking. De bron van kracht van de kunstenaar is gegeven door de gemeenschap. Maar er bestaat geen gevoel meer van gemeenschappelijkheid. Dat nu is precies de tragiek van de moderne kunstenaar. Alleen zij die blind zijn voor onze sociale gespletenheid en spirituele afzondering, verwijten de moderne kunstenaar zijn onduidelijkheid. Het is wellicht Pedersens krampachtige gevecht tegen die onduidelijkheid, dat hem in artistiek opzicht de das heeft omgedaan.

    • Mark Peeters