De groenteboer, niet de drogist

Voeding en kanker is een beladen onderwerp dat mensen aanspreekt. Voeding krijg je van je moeder en zodra je een lepel kan hanteren bepaal je zelf wat je eet.

Het is één van de weinige dingen waar we zeggenschap over hebben in een ingewikkelde maatschappij. Als de wetenschap meent dat er een verband is tussen voeding en kanker, willen mensen weten wat ze wel of niet moeten eten om kanker te ontlopen. Liefst een simpel recept, onbespoten groente, extra vitamine C. Die belangstelling neemt toe met het klimmen der jaren, als gezondheid niet meer vanzelfsprekend is en de bereidheid om daar iets voor te doen toeneemt. De reclame speelt daar handig op in. 'Je bent wat je eet.' Als je maar zuiver water drinkt, word je zelf ook zuiver. Biochemisch uiteraard flauwekul. Het wezen van levende organismen is juist dat ze niet zijn wat ze eten, omdat ze voedingsstoffen omzetten in iets heel specifieks: lelie, parasiet of mens.

Ook sommige kooplieden op de charitasmarkt profiteren van de belangstelling voor voeding en kanker. Een voorbeeld is het WCRF, het World Cancer Research Fund, een fonds, dat zijn geld besteedt aan reclame voor het WCRF, aan nutteloze vragenlijsten en aan salarissen van fondsenwervers. Door op de voedingstrommel te slaan hoopt het WCRF een plaatsje op de Nederlandse charitasmarkt te veroveren. Tot nu toe zonder veel succes. Helaas is onderzoek naar het verband tussen voeding en kanker moeilijk en dat onderzoek levert geen simpele dieetrecepten op. Hoe moeilijk, blijkt nog eens uit een rapport van de National Research Council in Amerika ('Carcinogens and Anticarcinogens in the Human Diet', 1996). De commissie heeft er drie jaar over gedaan om in 417 pagina's uit te leggen dat het kan vriezen of dooien. Zeker, er zijn een paar kankerverwekkende stoffen, die je beter kunt vermijden, maar dat gebeurt al. Dat pindaschimmels aflatoxine produceren en dat je daar leverkanker van krijgt, is al lang bekend. De Keuringsdienst van Waren let er ook op dat uw pinda's niet beschimmeld zijn. Ook de industriële chemicaliën die kanker kunnen verwekken, zijn al goed in kaart gebracht: benzeen is niet best, van naphthylamine krijg je blaaskanker. Oude koek en ook koek die al lang uit onze buurt wordt gehouden.

Ook is al lang bekend dat wij ons goed kunnen verweren tegen geringe hoeveelheden kankerverwekkende stoffen. Bruce Ames heeft in de afgelopen jaren laten zien dat de natuur vol zit met kankerverwekkende stoffen, juist de zo gezond ogende groente, noten en bonen. Er is echter geen reden om nu de broccoli en de rode kool te laten staan. Onze cellen zijn namelijk zeer bedreven in het onschadelijk maken van natuurlijke kankerverwekkende stoffen. Als aap aten we al groente en vruchten en de apen die daar niet tegen konden, omdat ze vroegtijdig kanker kregen, hebben het afgelegd.

Hoe staat het dan met de nieuwe chemicaliën, die de mens zelf op de wereld heeft gezet? Het rapport van de National Research Council concludeert dat die nieuwe stoffen even goed onschadelijk gemaakt worden door onze cellen als de biochemicaliën, waaraan zoogdieren al lang zijn blootgesteld. Uiteraard geldt dat zolang we het niet te gek maken: de dagelijkse blootstelling aan de honderden kankerverwekkende stoffen in sigaretten gaat onze verdedigingskracht verre te boven. Grote hoeveelheden pesticiden, benzeen of teer, dag in dag uit, kunnen we niet trekken.

Als de commissie echter moet aangeven wat er nu nog in onze voeding zit wat we beter kunnen mijden - of juist extra moeten eten, omdat het kanker tegengaat -, neemt het aantal slagen om de arm snel toe. Er zijn maar drie dingen evident slecht: te veel calorieën, te veel alcohol en te weinig vezels. Te veel eten maakt dik en chronisch overgewicht geeft een grotere kans op tumoren, ook bij proefdieren. Hoe dat komt, is niet zeker. Wellicht is de vetrijke voeding, die nodig is om echt dik te worden, de schuld. Misschien de hormonale verschuiving, die gekoppeld is aan te dik zijn. Alcohol beschadigt alle weefsels waarmee het in aanraking komt en geeft daarom bij excessief drinken een verhoogde kans op kanker van mond, keel, stembanden, slokdarm, darm en lever. Vezelrijk eten verlaagt de kans op darmkanker, maar zelfs daarbij is nog steeds niet duidelijk om welke vezels het precies gaat en hoe het werkt. Theorieën genoeg: elegante en plausibele theorieën zelfs. Maar een ondubbelzinnige bewijsvoering ontbreekt nog.

En de vitamines en mineralen dan, het selenium, kortom de micro-nutriënten? Tot mijn spijt moet ik u melden dat de commissie van de NRC (National Research Council dus) geen harde bewijzen heeft kunnen vinden dat een meer dan normale dosis van deze micro-nutriënten enig preventief effect heeft op kanker bij de mens. Uiteraard zijn vitaminetekorten slecht, maar die komen bij de gemiddelde lezer van de NRC (Nieuwe Rotterdamse Courant) toch niet voor. Of extra vitamines en seleen iets uitrichten, staat niet vast. Wel is uit epidemiologisch onderzoek herhaaldelijk gebleken dat mensen die veel groenten en vruchten eten, minder kans hebben op kanker. Of dat door de vitamines, mineralen en vezels komt, of omdat groente-eters minder vet eten en minder dik worden, is echter niet eens zeker. Dat blijft het probleem. Eetpatronen zijn complex en moeilijk te beïnvloeden; voedsel bevat duizenden verschillende stoffen en kanker is een ouderdomsziekte. Dat maakt het moeilijk om harde gegevens te krijgen. Dat neemt niet weg dat het gunstig effect van een groen dieet (en dus niet een dieet met vitaminepillen) vast staat. Het heil komt van de groenteboer, niet van de drogist.

Hoe weerbarstig deze materie is, valt ook te zien aan de treurige resultaten van pogingen om longkanker te voorkomen met -caroteen, een voorstadium van vitamine A. Bij epidemiologisch onderzoek was gebleken dat mensen met een hoog gehalte aan -caroteen in hun bloed minder kans maken op longkanker en kanker van andere organen. Groente en vruchten zijn rijk aan -caroteen en het leek er dus op dat -caroteen verantwoordelijk zou kunnen zijn voor het kankerverlagende effect van een groen dieet. Vandaar dat de Finnen een groot onderzoek opzetten, waarin ze rokers -caroteen pillen gaven. Groot was de teleurstelling toen na acht jaar bleek dat de mannen, die -caroteen hadden geslikt een verhoogde in plaats van een verlaagde kans op kanker hadden ten opzichte van de placebogroep. In een Amerikaans onderzoek is dit onverwachte Finse resultaat kort geleden bevestigd.

Hoe kan een goed doordachte aanpassing van de voeding leiden tot een toename van 18 procent in longkanker en van 8 procent in totale sterfte, kortom een catastrofaal resultaat voor de -caroteen-slikkers? Die vraag is nog niet beantwoord, maar het is wel duidelijk dat er andere stoffen in groente en vruchten zitten, die belangrijker zijn voor het voorkómen van kanker dan -caroteen. Het effect van die stoffen kan kennelijk ongedaan worden gemaakt door abnormaal hoge hoeveelheden -caroteen aan het dieet toe te voegen. De moraal van dit verhaal is dat voedsel uitzonderlijk complex is en dat het op dit moment nog niet mogelijk is om vast te stellen waarom een groen dieet de kans op kanker verlaagt. Alle pogingen om dit effect te vervangen door een cocktail van vitaminepillen en mineralen hebben geen wetenschappelijke basis.

In een beroemde analyse hebben Doll en Peto in 1981 afgeleid dat ongeveer 1/3 van alle kanker bij de mens te wijten zou zijn aan voedingsfactoren. De NRC-commissie wil dat niet ontkennen, maar concludeert wat moedeloos dat de hoeveelheden kankerverwekkende stoffen in onze voeding volstrekt onvoldoende zijn om deze 35 procent te verklaren. Wat er aan kankerverwekkende stoffen in onze voeding zit, is voornamelijk van natuurlijke oorsprong, en de concentraties zijn zo laag dat we daar geen kanker van krijgen.

Er is daarom weinig winst te halen uit een verdere opschoning van onze voeding. Uiteraard moet de Keuringsdienst van Waren goed op blijven letten, maar de echte gevaren komen uit een andere hoek. Die 35 procent voedingsgerelateerde kanker lijkt vooral te wijten aan onze neiging om te veel te eten en te veel alcohol te drinken. Afvallen en spuitwater is dus het advies van de NRC-commissie. Minder banketbakker, meer groenteboer. En wie dat zwaar valt, kan beginnen met het afzweren van de sigaret. Dat is nog altijd de meest effectieve manier om de kans op kanker te verminderen. Geen populaire boodschap, maar de wetenschap is er niet om te vertellen wat mensen graag horen, maar om uit te vinden hoe het werkelijk zit.

    • Piet Borst