Altijd mis; De wankele richtingenstrijd binnen maatschappijleer

De strijd voor de erkenning van maatschappijleer wordt moeizaam gevoerd. Het vak zwalkt heen en weer tussen feitenkennis en gedragsbeïnvloeding.

HET IS PIJNLIJK, geeft Gerda Redmeijer toe. Leraren maatschappijleer hadden toch beter dan wie ook moeten weten hoe ze in Den Haag de eigen belangen moeten behartigen. Redmeijer is secretaris van de Nederlandse Vereniging van Leraren Maatschappijleer (NVLM). Zij en haar collega's leggen hun leerlingen dagelijks uit hoe het werkt in de politiek, maar de lobby die de NVLM de afgelopen maanden heeft gevoerd is mislukt. In de laatste plannen van staatssecretaris Netelenbos voor de nieuwe Tweede Fase van Havo en VWO houdt maatschappijleer niet meer dan een handvol uren over.

Het negatieve imago van maatschappijleer, ook bij politici, is volgens Redmeijer debet aan de mislukte lobby. “Men heeft nog steeds het beeld van een leraar met geitenwollen sokken, die les geeft op basis van wat stencils, vooral discussieert met zijn leerlingen en veel films laat zien.”

Ten onrechte? Pierre van Dijk, docent aan de lerarenopleiding in Tilburg: “Je hebt eigenlijk twee soorten docenten maatschappijleer. De goeden, die komen hier vandaan of zijn self made. En er is een groot aantal dat nooit geschoold is als leraar maatschappijleer. Tot 1982 zijn er namelijk tienduizenden zogeheten artikel 114-verklaringen afgegeven. Een docent Duits bijvoorbeeld, die in de jaren '70 een paar jaar maatschappijleer had gegeven, werd door zijn school voorgedragen en dan kreeg hij die bevoegdheid.”

Een andere verklaring voor de benarde positie waarin maatschappijleer verkeert is volgens Van Dijk gelegen in het feit dat maatschappijleer niet als universitaire studie bestaat. “Wij hebben geen hoogleraren die voor ons kunnen lobbyen. We hebben wel veel verwantschap met politicologen en sociologen, maar die kijken toch een beetje neer op een middelbare schoolvak.”

“Historici hebben inderdaad het gevoel dat het middelbare-schoolvak geschiedenis hun voorland is. Politicologen en sociologen niet”, zegt Abram de Swaan, hoogleraar sociologie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij zou het onverstandig vinden om maatschappijleer af te schaffen. Want het heeft een duidelijke functie. “Ik denk namelijk dat er binnen afzienbare tijd weer iets soortgelijks voor in de plaats zou komen. Onder een andere naam, met misschien iets andere accenten. Wellicht met een nadruk op gezinsmoraal. In elk land bestaat in leidende kringen namelijk al lange tijd een behoefte aan zo'n vormend vak. In Amerika heet dat civics, in Indonesië de pantjasila, en in de voormalige Sovjet-Unie heette dat wetenschappelijk marxistisch-leninisme. In Nederland hoor je juist nu overal om je heen roepen dat opnieuw aandacht moet worden besteed aan waarden en normen.”

De kloof tussen leraren maatschappijleer en verwante wetenschappers is deels te wijten aan desinteresse van de laatsten, denkt ook De Swaan. “Er is in dit land nu eenmaal een enorme afstand tussen universiteiten en hogescholen, waar de meeste middelbare-schooldocenten vandaan komen.”

REACTIE

Maar ook de docenten maatschappijleer zijn schuldig aan de verwijdering, vindt hij: “Maatschappijleer heeft zelf uitdrukkelijk laten weten dat het geen politicologie of sociologie is, maar iets anders. Zij wilden niet met ons geïdentificeerd worden, omdat het hen gaat om méér dan het overdragen van kennis. Maatschappijleer wil ook attitudevormend zijn. De reactie van de universiteiten daarop was: 'goed, dan niet'.”

Leraren maatschappijleer zien het als hun taak leerlingen op te voeden tot “verdraagzame, kritische burgers, met een democratische gezindheid”, denkt De Swaan. “Maatschappijleer zwalkt daarmee tussen twee uitersten: het overdragen van kennis en het bijbrengen van attitudes.” Wetenschappers nemen het daarom niet serieus. En leerlingen ook niet. “Dat doen ze namelijk nooit met een vak waarin hen een bepaalde houding wordt aangeleerd.”

Een kwart eeuw bestaat maatschappijleer nu, met sinds 1985 de status van examenvak. Op acht procent van de middelbare scholen kunnen leerlingen er eindexamen in doen. Maatschappijleerdocenten hadden zich daarom veel voorgesteld van de aanstaande vernieuwingen in de bovenbouw van Havo en VWO. In de nieuwe Tweede Fase, die in 1998 in moet gaan, is het de bedoeling dat leerlingen kiezen uit vier zogeheten 'doorstroomprofielen'. Een stuurgroep had staatssecretaris Netelenbos geadviseerd maatschappijleer in twee van deze profielen op te nemen. Dat betekende dat maatschappijleer in één klap op vrijwel alle scholen examenvak zou worden. De teleurstelling bij de docenten van het vak was daarom groot toen Netelenbos enkele maanden geleden liet weten maatschappijleer uit de profielen te schrappen. Ze kwam daarmee tegemoet aan de wensen van de Tweede Kamer, die liever een lesprogramma met een klein aantal grote vakken ziet dan een met een groot aantal kleine vakken.

Politici zijn blijkbaar niet overtuigd van het nut van maatschappijleer. En als zij het niet zijn, wie dan wel? Politiek vormt nog altijd de hoofdmoot van het lesstof. De laatste jaren zijn daaraan wel allerlei eigentijdse onderwerpen toegevoegd. - 'thema's' en 'themavelden' in het jargon. Zo moeten leerlingen vragen beantwoorden over sociale zekerheid, criminaliteit, het milieu, de massamedia en de multi-culturele samenleving (waarbij politiek natuurlijk opnieuw om de hoek komt kijken).

Uit een onderzoek waarop de politicologe K. Wittebrood vorig jaar promoveerde, blijkt dat maatschappijleer bij leerlingen de interesse voor politiek vergroot. Wittebrood ondervroeg 3.000 leerlingen met een tussenpoos van anderhalf jaar. Na die periode hadden de scholieren minder sympathie voor autoritaire en etnocentrische ideeën als 'werklozen moeten terug naar hun land'.

Een mooie uitkomst voor de voorstanders van het vak. Maar het is ook een illustratie van het probleem van maatschappijleer: er is kennelijk een proefschrift voor nodig is om aan te tonen dat het vak nut heeft. Fred Luyben, leraar maatschappijleer aan het Alberdingk Thijm College in Hilversum: “Leerlingen ervaren het als zinvol, maar maak dat buitenstaanders maar eens duidelijk.”

Om het 'softe' imago van maatschappijleer wat steviger te maken is de afgelopen jaren hard gewerkt om zo de exameneisen zo exact mogelijk te formuleren. Zo zeer dat er nu binnen het docentenkorps een richtingenstrijd woedt. De meerderheid is het eens met 'duidelijke' exameneisen, een minderheid verzet zich daartegen omdat de leerlingen alleen nog maar feitjes zouden hoeven te leren.

Luyben vindt dat de nadruk bij het centraal schriftelijk moet liggen op feitenkennis. Maar zijn ambities reiken verder: “Ik leer mijn leerlingen met meer inzicht in de maatschappij te functioneren.”

Behalve van het beeld van de docent met de geitenwollen sokken heeft maatschappijleer ook last van het imago dat het een 'pretvak' is. De examenresulaten op Havo en VWO van het afgelopen jaar doen vermoeden dat maatschappijleer inderdaad niet tot de moeilijkste vakken behoort. Van alle 'maatschappijgerichte' vakken (aardrijkskunde, geschiedenis, maatschappijleer, filosofie en economie) werd maatschappijleer gemiddeld het best gemaakt (Havo: 6,2; VWO:6,3), met uitzondering van filosofie op het VWO (6,8).

Alle hoop van de maatschappijleerlobby is nu gevestigd op de wankele positie van CKV-2, het combinatievak van tekenen, muziek en handvaardigheid, dat wel een plaats heeft gekregen in een van de vier doorstroomprofielen. Pierre van Dijk van de lerarenopleiding in Tilburg: “Daar zijn problemen.” Een meerderheid van de Kamer vond de plannen voor dat vak te weinig theoretisch. De maatschappijleerleraren hopen dat CKV-2 het veld moet ruimen waardoor hun vak weer in beeld zou komen. “We zitten in een gevecht om uren. De een zijn dood is de ander zijn brood”, aldus Van Dijk.

Krijgt maatschappijleer geen plaats in de profielen dan ziet de toekomst van het vak er somber uit, zegt Van Dijk. Een uurtje maatschappijleer per week blijft in de bovenbouw weliswaar verplicht, zoals nu, maar dat zal niet worden afgesloten met een centraal schriftelijk examen, zoals de vakken die wel deel uit maken van het 'profieldeel'. Van Dijk: “Je valt dan als leraar maatschappijleer in het niet en zult leerlingen voortdurend achter de vodden moeten zitten. Je maakt haast geen kans.”

TE LAAT

In een laatste poging maatschappijleer te redden hebben de bestuursleden van de NVLM de afgelopen weken opnieuw gelobbyd bij de onderwijsspecialisten in de Tweede Kamer. Alleen bij de kleine christelijke partijen vonden ze gehoor voor hun boodschap. Docent Fred Luyben denkt dat de lerarenvereniging te laat in actie is gekomen: “Men heeft een inschattingsfout gemaakt door de afgelopen jaren achterover te leunen. Dat overkomt een politicus ook wel eens. Dan valt hij.”

Verder is een aantal hoogleraren politicologie en sociologie benaderd om een pleidooi voor maatschappijleer te steunen. “Ik heb een concept tekst gezien en ik denk dat ik mijn handtekening wel zal zetten”, zegt prof. De Swaan, “al heb ik kritiek op de manier waarop het vak nu wordt gegeven.” Docenten zouden zich niet langer ten doel moeten stellen hun leerlingen normen en waarden bij te brengen. Ze moeten gewoon uitleggen hoe bijvoorbeeld het parlement werkt. De Swaan: “En dan vind ik het best als de leraar drie minuten voor het eind van de les nog even discussieert met zijn leerlingen.”

    • Jeroen van der Kris