Als het geld op is, moet de school maar sluiten

Middelbare scholen van Roosendaal tot Enschede worstelen met hun pas verworven financiële verantwoordelijkheid. Hoe heilzaam is marktwerking als Haagse regels in de weg zitten?

ENSCHEDE, 16 NOV. Het is over, afgelopen, einde verhaal. De 280 Mavo-leerlingen van het katholieke Jacobus College kunnen het nog niet geloven. Hun school aan de Voortsweg in Enschede gaat dicht. Ze moeten op 1 augustus volgend jaar hun krappe gebouw verruilen voor een veel grotere locatie van de scholengemeenschap, drie kilometer verderop. Maandag hakte het schoolbestuur de knoop door. Het geld was op.

Anno 1996 beheer je een schoolgebouw als een koekjesfabriek, beweert voorzitter H. Laan van het overkoepelend schoolbestuur Carmel. Bij leerlingverlies betekent dat een “onvermijdelijk stukje pijnbeleid”, verduidelijkt 'bovenschools manager' J. Bolscher, 'rector' voor de ouders. Een rekensom leert dat 8.000 vierkante meter leegstaat op de vijf locaties van het Jacobus. Kosten: acht ton per jaar. De Voortsweg gaat op slot, zal Bolscher de ouders voorhouden op een bijeenkomst volgende week. Bittere noodzaak. “Want sluiten we niet, dan zijn we over pakweg twee, drie jaar failliet.”

Een failliete school - geen newspeak of spierballentaal van een tot manager opgeklommen schoolhoofd. Middelbare scholen lopen meer risico dan ooit. In zijn drang naar efficiency heeft minister Ritzen (Onderwijs) schoolbesturen meer financiële verantwoordelijkheid gegeven. Middelbare scholen moeten zich sinds dit schooljaar zien te redden met een vast bedrag, de zogeheten lump sum, en kunnen hun kosten niet meer declareren in Zoetermeer. In Rotterdam loopt het voortbestaan van het openbaar voortgezet onderwijs al gevaar, nu de acht scholen met een miljoenentekort kampen.

De kans is groot dat scholen het loodje leggen, meent schoolbestuurder R. Kraakman van 's lands grootste bestuur, Ons Middelbaar Onderwijs in Brabant (48 scholen met 55.000 leerlingen). Dat perspectief ontleent hij aan de geldzorgen van het middelbaar beroepsonderwijs, waar de lump sum al in 1994 werd ingevoerd. Een op de vijf MBO-scholen dreigt nu af te stevenen op een faillissement. De oorzaak? Broddelwerk van gemankeerde managers, schrijven twee onderzoeksbureaus. En bovenal: gebrek aan financieel inzicht.

Tot nu toe merken de middelbare scholen vooral dat de nieuwe formules meer macht toedelen aan het leerlingental. Werd voorheen het aantal vierkante meters per middelbare school vergoed, in januari wordt dat bedrag aan leerlingen gekoppeld. Met name scholen met beroepsonderwijs lopen hierdoor het risico dat ze lokalen of afdelingen moeten sluiten.

Daarnaast dwingt leegloop schoolbesturen steeds vaker om personeel over te plaatsen of te ontslaan. In Dordrecht staan bijvoorbeeld in juli 24 van de 175 leraren van de openbare scholengemeenschap Dordtwijck op straat.

Pag.2: Scholen voelen zich gebonden op vrije markt

Bij de acht christelijke middelbare scholen in Utrecht en omstreken vliegen komend schooljaar dertien 'overtolligen' de laan uit, nadat dit jaar tachtig van de 550 personeelsleden zijn overgeplaatst naar een andere school binnen het bestuur.In het openbaar voortgezet onderwijs van Utrecht, Amersfoort en Gouda is het niet anders. Zes van de 120 leraren zullen verdwijnen op de twee scholen in Gouda; drie Utrechtse scholen leveren volgend schooljaar 15 van de driehonderd leraren in.

De oorzaken van leerlingverlies verschillen van plek tot plek en van school tot school. Zelden blijft het bij demografische factoren, vaker verliezen de scholen de concurrentieslag van andere scholen. Meestal ligt dat aan de scholen zelf. Slechte examenresultaten, magere leerlingbegeleiding en nooit waargemaakte fusiebeloften - bijvoorbeeld dat elk schooltype een eigen gebouw krijgt.

Anderzijds kunnen ook maatschappelijke ontwikkelingen verliesgevende scholen steeds verder de misère induwen. In Gouda, Utrecht, Rotterdam en Dordrecht mijden witte ouders steeds vaker de openbare scholen omdat ze in buurten staan waaraan het imago 'zwart' kleeft. Bovendien verkiezen ouders in Utrecht de katholieke scholen met alleen Havo en VWO boven de door Zoetermeer gesubsidieerde brede scholengemeenschappen die alle schooltypen in huis hebben.

De politici hebben door inconsequent beleid oneerlijke concurrentie geschapen, vindt schoolbestuurder Kraakman. “Breed werd met extra geld gestimuleerd omdat daar alle kinderen de kans krijgen een zo hoog mogelijk schooltype te kiezen. Maar de scholen zelf kregen geen eerlijke kans. Zelfstandige gymnasia en de Havo/VWO-scholen mochten blijven voortbestaan. En veel ouders kiezen daar dan voor.” Overleven deze brede scholen de nieuwe financiële risico's? Nee, denkt Kraakman. “Behalve als de staatssecretaris en de Tweede kamer hun halfslachtigheid inruilen voor evenwichtig beleid.”

Den Haag heeft momenteel weinig oor voor Kraakmans problemen. De Tweede Kamer en bewindslieden hebben zich alweer gestort op een ander onderwijsthema: een nieuw lesprogramma in de hoogste klassen van de middelbare school. Al met al hebben rectoren en schoolbestuurders het gevoel door minister Ritzen aan handen en voeten gebonden op de markt te zijn gezet. Overgeleverd aan het grillige leerlingverloop en vastgeklonken aan marktvijandige CAO-afspraken.

Opvallend is dat niet zelden scholen met een groeiend aantal leerlingen de rekening betalen van slecht draaiende scholen uit hetzelfde schoolbestuur. Want de landelijke CAO verplicht 'groeiers' de barmhartige Samaritaan te spelen voor 'krimpers' - scholen onder een bestuur zijn communicerende vaten. In het Rotterdamse openbaar voortgezet onderwijs, dat kampt met een miljoenentekort, werden de drie populaire scholen gedwongen 25 pas aangestelde personeelsleden naar huis te sturen in ruil voor langer zittende collega's van het verliesgevende Olympuscollege.

Hetzelfde zal volgend schooljaar gebeuren in Gouda en Utrecht. Rector J. Marselis van het stabiele Utrechts gymnasium zal drie van zijn 35 docenten de deur wijzen omdat de twee andere scholen, het Prisma en het Spectrum, samen 150 leerlingen hebben verloren. Zijn collega P. Zuijdwijk op het groeiende Coornhert gymnasium in Gouda zet drie van zijn veertig leraren op straat omdat de openbare Goudse scholengemeenschap in drie jaar tijd vierhonderd leerlingen minder telt.

En terwijl Marselis de bepaling beschouwt als “nieuwe solidariteit, want het is heden gij, morgen ik die leerlingen verliest”, vindt Zuijdwijk het “onverteerbaar de melkkoe voor een ander te zijn.” Hoe houdt hij met vreemde leraren de identiteit en aantrekkingskracht van zijn school in stand? “We worden gekneveld door de lump sum”, zucht hij. “De beloofde vrijheid blijkt een mythe. Financieel, personeel en materieel heb je als school geen bal te zeggen, daar beslist het schoolbestuur over. Als zij niet oppassen, sleurt in Gouda één school heel het openbaar voortgezet onderwijs kopje onder.”

De Brabantse schoolbestuurder Kraakman heeft voorzorgsmaatregelen getroffen. Hij stuurde de 250 rectoren en conrectoren van zijn middelbare scholen op nascholing. Zeveneneenhalve ton kost hem dat, in ruil voor “hopelijk volleerde managers”. Captains of education die alle ins en outs kennen van school-GPL maar ook meepraten over onderwijsvernieuwing. Of ze het redden? Kraakman haalt zijn schouders op. “Ik hoop het. Als je de ontwikkelingen van het middelbaar beroepsonderwijs doortrekt, krijgen we een shake-out”, zegt hij. “Een kwestie van survival of the fittest. Voor scholen die het niet bijhouden, wordt het: omvallen, uithuilen en met anderen opnieuw beginnen.”

    • Wubby Luyendijk