Willem van Oranje (2)

In zijn recensie van 'Het ontstaan van het moderne Nederland' schrijft Kees Versteegh: 'Nadat bij Waterloo de Franse troepen waren verslagen, zeilde in 1813 Willem I van Oranje op een Brits schip (...) de haven van Scheveningen binnen'.

Laatstgenoemde keerde inderdaad in 1813 terug in het nog gedeeltelijk door het Franse leger bezette vaderland. Maar het Brits linieschip 'The Warrior' bracht de prins slechts tot voor de kust, van waaruit hij met een sloep verder werd vervoerd, en 'landde' op de kust. Ter voorkoming van natte voeten stapte de prins vanuit de sloep vervolgens over in een gereedstaande kar.

Toen de verdrijving van het Franse leger eind 1813 vorderde, was er niets dat ook maar leek op een leger. Eén van de redenen dat Willem, die inmiddels de soevereiniteit had aanvaard, vervolgens grote haast maakte met de vorming van een leger, was omdat de geallieerden een bijdrage van hem verwachtten aan de oorlog tegen Napoleon.

Willem II riep zich inderdaad pas in 1815, toen er opnieuw oorlogsgevaar vanuit Frankrijk dreigde, uit tot koning over de beide Nederlanden, maar ondanks dat Willem wel vanaf het eerste moment na zijn terugkeer, zoals Versteegh schrijft, actief ingreep in het sociaal-economisch leven, durfde hij het uit vrees voor vereenzelviging met de gehate Franse conscriptie toch niet aan de dienstplicht in te voeren, en koos aanvankelijk voor een beroepsleger.

De vuurproef vond ruim drie maanden nadat Napoleon, net als Willem, na zijn ontsnapping van Elba, bij Golfe Juan op de kust was geland - het nieuwe oorlogsgevaar - op 16 en 18 juni 1815, en dus niet zoals Versteegh schrijft voordat Willem I in 1813 terugkeerde, respectievelijk plaats bij Quatre Bras en Waterloo. Hier stonden de Nederlanders met de geallieerden in de voorste linies, waar het Franse leger inderdaad de nederlaag werd toegebracht.