Wijers: EU niet boos over Haagse steun bedrijven

BRUSSEL, 15 NOV. Minister Wijers van Economische Zaken ontkent irritatie bij de Europese Commissie over de manier waarop Nederland in een aantal gevallen overheidssteun heeft verleend aan bedrijven.

Volgens ambtelijke bronnen bij de Commissie is er wel ergernis, omdat Nederland steun niet tevoren voor goedkeuring bij de Commissie heeft gemeld.Zo kon de Commissie de gefaseerde afstoting van de staatsdeelneming in autofabrikant Nedcar vanaf 1991 aan het Zweedse Volvo en het Japanse Mitsubishi pas bekijken nadat de overeenkomst was gesloten. Volgens bronnen bij de Commissie is dit in strijd met de regels. Die vereisen dat tevoren goedkeuring wordt gevraagd.

Minister Wijers en zijn Europese collega's spraken gisteren met de verantwoordelijke Europese commissaris, Van Miert, over overheidssteun aan bedrijven. Wijers zei na afloop niet met Van Miert te hebben gesproken over de manier waarop Nederland in het verleden steunoperaties heeft verricht voor Fokker, Nedcar en DAF. Deze operaties zijn vorige maand na onderzoek bekritiseerd door de Algemene Rekenkamer. Daarbij is onder meer geconstateerd dat de aanmelding van de steunverlening bij de Europese Commissie niet met voldoende waarborgen is omgeven. De Europese Commissie heeft het rapport van de Rekenkamer ter nadere bestudering opgevraagd.

Wijers zei gisteren dat de Europese Commissie weet dat het bij complexe onderhandelingen moeilijk is vóór de toezegging van overheidssteun al toestemming te vragen. Volgens hem heeft de Commissie in de gevallen van Nedcar, Fokker en DAF “ingestemd met alles wat er gebeurd is”. Hij zei dat steun niet eerder bij de Commissie kan worden gemeld dan wanneer een overeenkomst is getekend. De Commissie zou daarvoor “begrip” hebben. De minister voegde eraan toe dat overeenkomsten altijd worden gesloten onder voorbehoud van goedkeuring door de Commissie. Maar hij erkende dat daarmee de verantwoordelijkheid om een overeenkomst af te blazen en onderhandelingen opnieuw te beginnen naar de Commissie wordt gespeeld. Volgens Wijers is er niet aan te ontkomen dat in het verkeer tussen een Europese lidstaat en de Commissie ruimte blijft bestaan.

In de bijeenkomst van ministers is maar weinig ingegaan op de voorstellen van Commissaris Van Miert om de controle op de staatssteun te veranderen. Van Miert wil ervan af dat het toezicht op de overheidssteun bestaat uit overleg tussen uitsluitend de Commissie en de betrokken lidstaat. Hij wil de rol van derden - ondernemingen van dezelfde sector en andere lidstaten - bij het onderzoek vergroten. Ook wil hij het lidstaten eenvoudiger maken te zien wat op steungebied gebeurt, door bij de Commissie een register aan te leggen.