Westerse druk, Bosnisch chagrijn

PARIJS, 15 NOV. Het driehoofdige presidentschap van Bosnië maakte gisteren tijdens een topconferentie in Parijs zijn eerste gezamenlijke opwachting op het internationale podium, maar wie bij de slotceremonie in het Elysée de co-presidenten observeerde, kon lang zoeken naar een teken van harmonie.

De Bosnisch-Servische hardliner Momcilo Krajisnik, die ook al geweigerd had samen met zijn Kroatische en moslim-collega's in één vliegtuig naar Parijs te reizen, stond er tussen de Westerse dignitarissen tamelijk ijzig en onwennig bij. En dat kwam niet alleen door zijn grimmige uiterlijk met zware wenkbrauwen, waarmee hij bijna onvermijdelijk doet denken aan een Oosteuropese bad guy uit een vroege James Bond-film.

Na in totaal negen uur onderhandelen was er weliswaar onder leiding van 'vredescoördinator' Carl Bildt overeenstemming gekomen over een “tweejarige consolidatie-periode voor de vrede” in Bosnië. De Westerse ministers van Buitenlandse Zaken en hoge vertegenwoordigers werden het met de drie presidenten eens over een actieplan van dertien punten, van wapenreductie, terugkeer van vluchtelingen tot bewegingsvrijheid. Zij gingen een “dubbele verplichting” aan: als het nieuwe gezag van Bosnië meer zijn best doet bij de uitvoering van het vredesakkoord, zal de internationale gemeenschap steun blijven geven.

Maar tegenover al deze beloften voor de toekomst en dit “belangrijke succes”, zoals Bildt het noemde, stond ook de realiteit van het moment: tijdens nog eens zes uur onderhandelen onder leiding van de Amerikaanse Bosnië-gezant en onderminister van Buitenlandse Zaken John Kornblum werden de Bosnische partijen het opnieuw niet eens over de vorming van een regering, die er al op 1 november had moeten zijn. De moslim-president Alija Izetbegovic, zijn Bosnisch-Kroatische collega Kresimir Zubak en de Bosnische Serviër Krajisnik verschillen van mening over de vraag hoeveel macht de overkoepelende raad van ministers moet hebben over de regerende organen van de twee gescheiden onderdelen, de moslim-Kroatische federatie en de Servische Republiek.

De Franse minister van Buitenlandse Zaken, Hervé de Charette, maakte na afloop van de conferentie elders in een Parijs' congrescentrum samen met Bildt de balans op en noemde het actieprogramma “een moreel contract tussen het presidentschap voor Bosnië en de wereldgemeenschap”. Alsof daarmee niet genoeg gezegd was, volgde twee uur later ook nog een resumé van president Chirac zelf. Dit veroorzaakte een grote troepenverplaatsing door de binnenstad, die onwillekeurig de vraag opriep welk presidentschap hier in de verf werd gezet.

Chirac deed een grote greep in de ceremoniële rekwisietenkast door de drie leiders naar het Elysée te noden: daar wachtte hen een kleine erewacht, een handdruk met glimlach voor de camera's op het bordes en een toespraak. In een weelderige ambiance van glimmend goud, zacht-verend tapijt en reusachtige kroonluchters moesten zij plaatsnemen op een verhoginkje, omringd door ministers en andere notabelen van zo'n vijftien betrokken landen en organisaties die toezien op de uitvoering van het vredesakkoord.

De gezichtsexpressie van Izetbegovic, Zubak en Krajisnik varieerde van vriendelijk-geforceerde lach tot authentiek chagrijn. Toeval of niet, Krajisnik stond links naast Chirac, die aan zijn andere zijde Zubak en Izetbegovic wist, waarmee de scheidslijnen tussen de onverzoenlijken choreografisch goed waren aangebracht. Samen visualiseerden ze op enkele vierkante meters de verscheurdheid van hun natie. De retoriek van Chirac over “het sterke signaal voor de vrede vanuit Parijs” en over het actieprogramma als “wegenkaart van de internationale gemeenschap” deed daar weinig aan af.

Nadat dit theater van de waardigheid was opgebroken, gingen de rijzige Bildt en de gezette Kornblum, opvolger van vredesarchitect Richard Holbrooke, in de wandelgangen weer over tot de orde van de dag. Met twee A-4'tjes in de hand bekeken de twee Westerse hoofdrolspelers in het vredesproces de mogelijkheden om de Bosnische leiders tot de vorming van een regering te bewegen. “Als jij nou Izetbegovic zo ver krijgt om dit te accepteren, dan komen we er wel uit”, kon men Kornblum tegen Bildt horen zeggen, wijzend op een passage. Hoge Vertegenwoordiger Bildt, wiens coördinerende bevoegdheden volgens de slotconclusies van de conferentie moeten worden uitgebreid, overigens tegen de zin van de VS, knikte.

Een van de conclusies gisteren was dat de partijen in Bosnië kunnen rekenen op sancties of intrekking van de Westerse economische steun als zij zich niet houden aan de uitvoering van het vredesakkoord of aan het aangenomen actieprogramma, al klonk dit niet als een zwaar dreigement. Het actieprogramma van dertien actiepunten, dat begin december op een conferentie in Londen verder moet worden uitgewerkt, strekt zich uit van vestiging van een markteconomie, vrijheid van de pers tot de volledige medewerking aan het Haagse oorlogstribunaal. In de meeste gevallen gaat het om een herbevestiging of toespitsing van eerder gemaakte afspraken in het Dayton-vredesakkoord.

“We hebben nu meer een concreet beeld van onze doelen voor een tamelijk beperkte tijd”, zei Europees Commissaris Hans van den Broek gisteren. “Door de partijen is nu moeilijk te ontkennen dat ze verantwoordelijkheid dragen.” De internationale gemeenschap voert zo langzaam de druk op de nieuwe leiding van Bosnië op om een normale democratische staat te worden, zonder echt harde taal te uiten. Afgaande op het humeurige gezicht van Krajisnik leek ook hij de boodschap te hebben begrepen.

    • Robert van de Roer