Werkloze Rotterdam krijgt baan en mag bijverdienen

ROTTERDAM, 15 NOV. Rotterdam gaat mensen met een bijstandsuitkering een parttime baan in de collectieve sector aanbieden. Met deze zogeheten 'Baan Plus' behouden deelnemers het recht om de rest van de week onbeperkt bij te verdienen.

Rotterdam mikt in eerste instantie op vijfhonderd hoog- en laagopgeleide deelnemers die ten minste een jaar werkloos zijn. Ze moeten zich vrijwillig voor Baan Plus aanmelden en krijgen dan een parttime baan aangeboden waarvoor het minimumloon wordt betaald. Bij twee dagen per week is dat bijvoorbeeld maandelijks achthonderd gulden netto. Mocht een deelnemer er niet in slagen voldoende aanvullend werk te vinden, dan biedt de gemeente extra werk.

Werk bij Baan Plus zal niet per definitie onder de normen van 'passende arbeid' vallen, maar deelnemers mogen een baan “hooguit een keer of drie afwijzen”, aldus de Rotterdamse wethouder Simons. Bijstandstrekkers komen hooguit twee jaar voor Baan Plus in aanmerking. Simons noemt het plan een “afgewogen mix tussen zekerheid en eigen verantwoordelijkheid”. Welke groep bijstandstrekkers zich voor Baan Plus zullen melden, moet in de praktijk blijken. In eerste instantie rekent Rotterdam vooral op de groep 'ondernemende' en 'calculerende' bijstandstrekkers, volgens een recent onderzoek bijna eenderde van de cliënten. Veel van hen vullen de uitkering nu aan met zwart werk.

Het Rotterdamse experiment is een nieuwe poging uitkeringen en arbeidsmarkt beter op elkaar te laten aansluiten. De gemeente constateert dat vooral aan de onderkant van de markt de banen steeds vaker tijdelijk of parttime zijn. Ze bieden daardoor een te onregelmatig of te laag inkomen om interessant te zijn voor bijstandstrekkers. De sociale dienst werpt voor haar cliënten te veel bureaucratische obstakels op om een tijdelijke of parttime baan te accepteren.

Baan Plus werkt als een actieve variant op de basisuitkering. De basisuitkering, een werkloosheidsuitkering waarbij mag worden bijverdiend, stuit op politieke bezwaren omdat het mogelijk hogere inkomens kan opleveren dan van werkenden zonder uitkering.

Een uitkering die inkomsten aanvult tot het sociaal minimum wordt als onvoldoende stimulerend gezien en is daarnaast fraudegevoelig. Een 'arbeidstoeslag' op de uitkering, waarbij actief gedrag - bijvoorbeeld in de vorm van opleidingen, zorgtaken of vrijwilligerswerk - wordt beloond met toeslagen, vergt een omvangrijke bureaucratie.