Van Zweden in drie rollen goed op dreef

Concert: Orkest van het Oosten o.l.v. Jaap van Zweden. Werken van Schubert, Beethoven en Brahms. Gehoord: 14/11, Schouwburg De Leeuwenbrug Deventer. Herh.: 17/11, Theaterhotel Almelo, 12.30 u.

Jaap van Zweden is de komende tijd in drie verschillende kwaliteiten te beluisteren. Eerst leidt hij drie concerten van het Orkest van het Oosten, waarvan hij nu nog vaste gastdirigent is. Met ingang van september '97 volgt hij hier Gabriele Bellini op als chefdirigent. Daarna is Van Zweden te horen als gastdirigent van het Philharmonisch Orkest van Buenos Aires en als solist in Bartóks Eerste vioolconcert bij het Concertgebouworkest, het gezelschap waarvan hij scheidend concertmeester is.

De concerten die Van Zweden met het Orkest van het Oosten doet, blijven binnen de bekende kaders. Dit seizoen zijn het partituren van onder anderen Haydn, Chausson, en Johann Strauss. Donderdag leidde Van Zweden in de Schouwburg De Leeuwenbrug in Deventer een concert met werken van Schubert, Beethoven en Brahms.

De omstandigheden in Deventer waren niet optimaal. De begin dit jaar geopende Leeuwenbrug-schouwburg heeft een weinig fijnzinnig akoestisch systeem waarbij alle geluid versterkt wordt weergegeven. Dit systeem resoneerde voor de pauze lustig mee met de paukenist en de lage strijkers, en zorgde zo voor een toon die als een bourdon door de zaal golfde.

Daar leken vooral de luisteraars hinder van te hebben, niet de orkestleden, die geconcentreerd speelden onder Van Zweden. Deze ontwikkelt zich steeds meer tot een kundig dirigent. De grote gebaren die hij gebruikt worden weliswaar niet altijd in klank vertaald, maar op de beste momenten wordt er gedreven en stuwend gemusiceerd. De verschillende instrumentengroepen mengen meestal heel behoorlijk, al komen de houtblazers soms wat in de knijp. De tempowisselingen worden alert gerealiseerd; opmaten onder elkaar krijgen is lastiger.

Schuberts Vierde symfonie kende op deze manier boeiende en minder boeiende momenten. Het Andante bestond uit wat slapjes naast elkaar geplaatste blokjes, zonder overtuigende grote lijn. In de Finale zweepte Van Zweden het orkest echter aangenaam op.

In Beethovens Romance opus 40 presenteerde Van Zweden zich als solist en als dirigent. Het probleem van deze dubbelrol is dat de solist/dirigent noodgedwongen enkele musici met de nek moet aankijken, wil deze ook het publiek nog een blik waardig keuren. Zodoende konden de blazers niet altijd accuraat genoeg reageren. Dat ging klassen beter in de Eerste symfonie van Brahms. Krullend hout, stevig koper, een brede strijkersklank en een goed gedoseerde opbouw. Wie deze Brahms onder Van Zweden heeft gehoord, mag hoge verwachtingen hebben van zijn chefdirigentschap.

    • Emile Wennekes