Van Mierlo wijst kritiek PvdA en CDA op beleid af

DEN HAAG, 15 NOV. Minister Van Mierlo (buitenlandse zaken) wijst de kritiek uit de Tweede Kamer, met name uit de fracties van de PvdA en het CDA, op de “geringe zichtbaarheid” van de wijze waarop hij in de wereld het Nederlandse mensenrechtenbeleid uitdraagt, vierkant af.

Hij verweet gisteravond bij de voortgezette behandeling van zijn begroting vooral de PvdA'er Van Traa dat diens kritiek op dit punt “niet fair, niet onderbouwd, laatdunkend en vaag” is.

“Ik ben als het ware in de politiek gegaan in verband met de rechten van de mens, daarom reageer ik op zulke verwijten misschien ook wel emotioneler dan politiek verstandig is”, zei Van Mierlo, die dertig jaar geleden tot de oprichters van D66 behoorde en in 1967 haar eerste lijsttrekker was.

De minister, die volgens Van Traa en de CDA'er Verhagen qua presentatie van het mensenrechtenbeleid een voorbeeld mag nemen aan zijn voorgangers Van der Stoel (PvdA) en Kooijmans (PvdA), is van mening dat schendingen van mensenrechten steeds aan de orde moeten worden gesteld “met het oog op de effectiviteit en de mensen om wie het gaat”. De manier waarop dat gebeurt moet van geval tot geval worden bezien. “Ik heb nooit angst gevoeld voor het verliezen van een order, wel voor het verliezen van een podium”, aldus Van Mierlo.

Oude, wereldwijde, ideologische links-rechts-tegenstellingen zijn goeddeels verdwenen en nieuwe, vooral Aziatische, economisch succesvolle landen zijn niet meer, zoals vroeger, openlijk aan te spreken op eventuele schendingen van mensenrechten: “De belijdende manier kan af en toe, maar het kan niet meer zoals vroeger als we willen dat daar ook iets verandert.”

De Kamer moet de regering vertrouwen als zij vaker kiest voor “stille diplomatie”, aldus Van Mierlo. “Het gaat niet om wat we willen bereiken, daarover is geen discussie, maar over de manier waarop we dat doen, bilateraal of in breder internationaal verband. Het gaat om het resultaat, om de mensen, en er is op dit terrein steeds meer een verschuiving naar het multilateralisme te zien.”

Dat minister Pronk (PvdA, ontwikkelingssamenwerking) zich “voor persoonlijke rekening” wel eens anders over de aanpak van mensenrechtenkwesties uitspreekt is niet erg zolang maar duidelijk is dat Van Mierlo het officiële, geldende beleid voert. “Ministers zijn geen gekloonde apen, afzonderlijke ministers mogen best afwijkende persoonlijke opvattingen uitspreken”, zei Van Mierlo.