Twee postduiven openen muziektheater Baby Blue

In een Delftse ijssalon gaat vanavond het muziektheaterproject Baby Blue in première van de voormalige Mojo-directeur Berry Visser. Straten, huizen en open lucht als decor van schilderijen van geluid, beeld, geur, beweging, poëzie, regen, wind, licht en schaduwen.

Baby Blue: 15 t/m 24 nov, vertrekpunt ijssalon C. van Bokhoven, Delft. Inlichtingen 015-2135795.

DELFT, 15 NOV. 'Schepsels' worden ze genoemd: zwijgende, in het wit geklede vrouwen die levende duiven meetorsen in enorme hoofddeksels. Recentelijk doken ze op in de John & Yoko-suite van het Amsterdamse Hiltonhotel, op de Boterbrug in Delft, in de tuin van het Rotterdamse museum Boijmans Van Beuningen en op de vogeltjesmarkt van Antwerpen. Op raadselachtige wijze hebben ze iets te maken met het muziektheaterproject Baby Blue dat vanavond in première gaat. Over de inhoud hullen de organisatoren zich in nevelen. Hoe meer ze er van tevoren over zeggen, des te kleiner is de verrassing en de aanslag op de zintuigen die men voor veertig groepjes van zestien deelnemers (toeschouwer is niet het juiste woord) in petto heeft.

Baby Blue moet een reis door de nacht worden die vanavond van start gaat in een Delftse ijssalon. Het is locatietheater in de ruimste zin. Straten, huizen en open lucht vormen het decor van schilderijen waarin geen penseel of verf maar geluid, beeld, geur, beweging, poëzie, regen, wind, licht en schaduw worden gebruikt. Bedenker-componist Berry Visser en regisseur Pieter van der Pas willen een metafoor creëren voor dierbare dingen die voorbij gaan. In de tien nachten die het project duurt zullen er slechts 640 mensen getuige van kunnen zijn. Daarna resten alleen de film en de honderden polaroids die worden gemaakt.

Het project haakt in op de tenstoonstelling 'In gesprek met Vermeer' die op 30 november opent in het Prinsenhofmuseum en galerie Lutz te Delft. Na de laatste voorstelling zal een schilderij worden onthuld precies op de plek waar Johannes Vermeer zich bevonden moet hebben toen hij zijn Gezicht op Delft schilderde. De bedenker Berry Visser was tot eind 1993 directeur van Mojo Concerts, het pop-impressariaat dat zijn oorsprong vond in de organisatie van het driedaagse Holland Pop Festival ('Kralingen') in 1970. Met klankmagiër Michel Waisvisz bedacht Visser de 'verschijnselen' tijdens Pandora's Music Box in 1983 en de twee daaropvolgende jaren: vervreemdende muziek- en theatereffecten in de wandelgangen van een festival voor vernieuwende popmuziek in de Rotterdamse Doelen. Met de muziekprogrammering hield hij zich daar al niet meer bezig en gaandeweg raakte hij uitgekeken op het popbedrijf. “Geld verdienen werd de hoogste prioriteit. In het bedrijfsleven is dat natuurlijk zinnig, maar ik voelde me er niet happy bij. Ik wilde meer zelf doen en dat raakte ondergesneeuwd in het organiseren van popconcerten.”

Eigenlijk is Baby Blue een allegorie van het menselijk bestaan, realiseerde Visser zich bij de wekenlange voorbereidingen met kunstenaars, gemeentefunctionarissen, ontwerpers, fotografen, acteurs en musici. “Dat verklaart waarom we alleen het vertrekpunt bekend maken. We zeggen niet wat er zich onderweg afspeelt en waar het eindigt. In het echte leven weet je ook niet wat je te wachten staat.”

Een tip van de sluier werd opgelicht tijdens een bijeenkomst in de John & Yoko-suite, zo genoemd omdat John Lennon en Yoko Ono er in 1969 een week van hun huwelijksreis in bed doorbrachten. Op datzelfde bed lag nu een 'schepsel' met levende postduiven die uit haar hoofddeksel werden bevrijd om twee briefjes van vijftig naar Delft te vliegen.

Het viel nog niet mee om de benodigde kokertjes te vinden, vertelt Visser, want in Nederland is het versturen van berichten per postduif in onbruik geraakt. “De duivenvereniging verwees me naar het Legermuseum. In de Eerste Wereldoorlog heeft een duif een medaille gekregen omdat hij berichten door de linies en de gaswolken had vervoerd. Na wat research kwam ik uit in Zwitserland, waar het leger tot voor kort nog postduiven gebruikte. Ik ben meteen in de nachttrein gestapt en in de buurt van Bern vond ik een doos met kokertjes.”

De eerste twee kaartjes voor Baby Blue werden 'virtueel' verkocht aan twee kinderen die zich per videoband in de hotelsuite aandienden. Een uitnodiging werd 's nachts vanaf de brug van de veerboot naar Engeland in zee gegooid, opgerold in een fles die tot nu toe nog niet is aangespoeld. Allemaal gekkigheid, zal de doorgewinterde theaterbezoeker misschien denken, maar Visser beklemtoont dat op Baby Blue andere normen van toepassing zijn. “Bij een gangbaar theaterproject maak je een raming van de kosten en reken je misschien op vijfduizend bezoekers om quitte te draaien. Dat soort overwegingen hebben we overboord gegooid. We maken levende schilderijen, en al komt er niemand kijken, dan gaan we toch door. Het moet prachtig worden, en dan is het weg.”

    • Jan Vollaard