Thatcher gispt China om dissidenten

PEKING, 15 NOV. De voormalige Britse premier Margaret Thatcher heeft gisteravond in Peking kritiek geleverd op de zware gevangenisstraffen van twee van China's toonaangevende dissidenten. Zij vertelde haar Chinese gastheren dat economische groei en democratische hervormingen hand in hand gaan.

“Wanneer mensen een hogere levensstandaard bereiken en welvarender worden, zullen zij meer over hun eigen leven te zeggen willen hebben; zij willen een rechtvaardige rechtsorde en een eerlijke en redelijke staatsstructuur”, aldus Thatcher tijdens de conferentie die werd bijgewoond door hoge Chinese politici. Thatcher zei niet te kunnen geloven dat China “immuun is voor dezelfde processen die in de buurlanden hebben plaatsgehad.”

Thatcher haalde tevens uit naar de veroordeling van de voormalige studentenleider Wang Dan en Wei Jingsheng, 's lands belangrijkste politieke dissident die vorig jaar een gevangenisstraf van veertien jaar kreeg opgelegd. “Ik moet zeggen dat de zware straf die hen is opgelegd, veel onvrede heeft veroorzaakt in de wereld.”

Wang Dan werd eind oktober veroordeeld tot een straf van 11 jaar en een hoger beroep, dat vanmorgen plaatshad, werd na een zitting van minder dan tien minuten afgewezen. De recente veroordeling van de 27-jarige Wang heeft veel kritiek veroorzaakt in het buitenland. Het Chinese leiderschap toont zich echter ongevoelig voor dergelijke protesten, wat blijkt uit het moment van de veroordeling van Wang. Volgende week zal Warren Christopher, de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, een bezoek brengen aan China.

Volgens woordvoerder Cui Tiankai van het Chinese ministerie van buitenlandse zaken, staat het Christopher vrij tijdens zijn bezoek de Chinese mensenrechtenkwestie te bespreken “zolang hij zich niet mengt in de binnenlandse aangelegenheden” van China. In de praktijk komt het erop neer dat de Chinese autoriteiten een dialoog aangaande mensenrechten van de hand wijzen, maar een bepaalde mate van kritiek uit strategische overwegingen tolereren. Peking is inmiddels tot de conclusie gekomen dat kritiek van Westerse politici op China's mensenrechtenbeleid niet meer is dan een telkens terugkerende plichtpleging.