Reizen naar nergens in roerig Afrika

Lieve Joris: Mali blues. Meulenhoff, 313 blz. ƒ 39,90

Het ideale reisverhaal is een ontdekkingstocht in verschillende richtingen. Iemand gaat op weg naar een onbekende, verre bestemming, maar voor hij daar aankomt, merkt hij wat er schuilgaat achter de decors waar hij langs trekt, en wat er achter hemzelf steekt. Zijn reis wordt tegelijkertijd een reis naar voren en een reis naar achteren. Uit die praktische onmogelijkheid moet het reisverhaal zijn meerwaarde krijgen.

Hoewel Lieve Joris nooit erg gelukkig is geweest met de kwalificatie 'reisschrijfster' (ze beschouwt zichzelf liever als een literaire non-fictie schrijfster), gaat het in haar laatste boek Mali Blues in wezen niet veel anders. In de bundel keert ze na een afwezigheid van vijf jaar terug naar het continent waarover ze haar inmiddels klassiek geworden Terug naar Kongo schreef. In vier afzonderlijk te lezen verhalen reist ze door de stroomgebieden van de Senegal en de Niger. Achterop een motor van een Franse culturele attaché vertrekt ze van de Senegalese hoofdstad Dakar richting Podor. Met een Moorse socioloog volgt ze per jeep een deel van de zogeheten 'route de l'espoir'. Ze gaat op zoek naar de jeugd van een Afrikaanse filmer in het Malinese Sokolo, en in het prachtige titelverhaal 'Mali Blues' vergezelt ze de oudere Malinese zanger Kar Kar naar de vele plaatsen die in zijn roerige leven een rol hebben gespeeld.

Waar het haar om gaat, zijn de achtergronden van de streken waar ze doorkomt en de mensen die ze ontmoet. Stukje bij beetje laat ze zo een patroon ontstaan dat aan de lezer het westelijk deel van Afrika moet leren kennen. Plus de manier waarop zijzelf daarop reageert. Joris heeft daartoe een manier van schrijven ontwikkeld die de lezer nauw bij haar eigen nieuwsgierigheid betrekt. Wie na het lezen van Mali blues niet weet wat een 'maraboet' of een 'gris-gris' is, heeft bar slecht opgelet, maar voor we zo ver zijn mogen we ons eerst mèt de schrijfster verbazen over alle aspecten van het Afrikaanse bijgeloof. Geliefd zijn in Joris' manier van schrijven uitdrukkingen als 'ik weet ineens', 'de eerste puzzelstukjes vallen op hun plaats', 'ik ben verbaasd' of, nog mooier, 'ik begin te begrijpen'. Met als hoogtepunt het wel héél erg voorzichtige 'pas na een tijdje begrijp ik waar het gevoel vandaan komt'.

Het aardige van Mali blues is dat ook de opbouw van de bundel het karakter van een reis heeft gekregen. In het eerste verhaal presenteert Joris nog niet veel meer dan uitgewerkte dagboeknotities. Ze is te gast bij een Fransman die ze eerder in Zaïre leerde kennen en komt via hem met enkele bevriende Afrikanen in aanraking. Ze voelt zich, zoals ze schrijft, een vreemde eend in de bijt die nog moet leren het landschap te 'decoderen', en een toon te vinden om met de mensen te praten. Aan de oppervlakte van het verhaal heerst weemoed over het lot en de schoonheid van Afrika, die soms met tamelijk aanstellerige kreten wordt verwoord. Joris 'weet', zo schrijft ze, dat het goed is weer naar Afrika te zijn gekomen. Ze heeft 'een gevoel van vertrouwdheid' en 'het gelukzalige besef niet thuis te zijn'. En wanneer het tot zwaarder aangezette reflecties komt, snijden die in wezen niet veel hout: 'Zaïre of Senegal, als je wat dieper graaft, ontdek je dat het allemaal Afrika is, zei Francois. Ik dacht dat hij het zei om me te troosten, maar misschien heeft hij wel gelijk.'

In de verhalen die volgen, kom je dat soort schaapachtige opmerkingen steeds minder tegen. Haar gastheer en gids in het tweede verhaal is een Moorse socioloog, die haar helpt dieper in haar onderwerp door te dringen, en in het derde en, vooral, het laatste verhaal is ze eindelijk in haar element. Joris heeft zich dan volledig in het continent ondergedompeld. Haar Afrikaanse gastheren zijn misschien minder open tegenover haar, het kost haar de grootste moeite hun vertrouwen te winnen, maar die moeite heeft ze er graag voor over, en dat loont.

Uitgangspunt voor Joris is dat je voor het kennen van een land naar het platteland moet, en daarvoor de tijd moet nemen. De grote steden met hun wolkenkrabbers en gemengde culturen zeggen haar als bereisde Europeaan niet zo veel. Bovendien blijkt het Afrikaanse platteland zeker zo dynamisch en heterogeen. De grote veranderingen die zich sinds de dekolonisatie in een of twee generaties hebben voltrokken, hebben hier overal hun sporen nagelaten. Juist op het platteland wordt op dit moment zichtbaar in welke gevaarlijke overgangssituatie het continent zich bevindt. De vreugde over de onafhankelijkheid en de flirts met Rusland en de Arabische wereld zijn voorbij. Een vertrek naar Frankrijk, wat jarenlang een uitlaatklep vormde, is onmogelijk geworden. Daarvoor in de plaats gekomen is nu angst voor oprukkend geweld en desintegratie.

Aan de hand van grote en kleine levensgeschiedenissen laat Joris zien hoe de koloniale structuur de afgelopen jaren is afgebrokkeld zonder dat er een nieuwe eenheid voor in de plaats is gekomen. Het bestuur is voor een belangrijk deel op belangenbehartiging gebaseerd. Wie nu in Afrika vooruit wil komen, stort zich kortstondig in de politiek.

Vooral de sluimerende conflicten tussen de verschillende bevolkingsgroepen blijken een terugkerende bron voor misverstanden. Joris heeft veel moeite gedaan om deze conflicten inzichtelijk te maken. Na generaties van kolonialisme kan een afstammeling van slavenhouders nog altijd niet ongedwongen omgaan met de nakomelingen van slavenfamilies. De landbouwende 'Toucouleurs' botsen met de veetelende 'Peul', die weer neerkijken op de 'Wolof' omdat zij alleen aan geld denken.

Des te wonderlijker is het dat de schrijfster zelf vrijwel overal lijkt door te dringen. Al na een paar dagen eet ze met haar personages mee, ze kookt een potje voor hen, en rolt waar dat uitkomt haar slaapzak uit. Het is natuurlijk nooit de echte 'onderkant' van de samenleving waar ze haar informatie van betrekt. De personages die de schrijfster iets over hun land leren, zijn geen doorsnee mensen. Ze zijn in staat hun leven met enige afstand te bekijken, wat wordt vergemakkelijkt doordat de meesten korter of langer in Frankrijk zijn geweest. Maar via hen komt Joris weer met een veel grotere groep in aanraking waardoor haar indrukken toch een betrouwbare indruk maken.

In haar laatste verhaal 'Mali Blues', dat met zijn 140 bladzijden bijna de helft van de bundel in beslag neemt, lijkt Lieve Joris het genre van het reisverhaal optimaal te benutten. Het verhaal begint al meteen sterk, met een intrigerende openingszin ('Ik dacht dat ik klaar was') waarna de schrijfster uiterst subtiel begint te vertellen hoe ze kort voor haar vertrek uit Mali een concert hoort van de zanger Boubacar Traoré, bijgenaamd Kar Kar. Ze besluit te blijven. De zanger, een van de grootste Malinese musici, blijkt haar geleidelijk in zijn leven te willen toelaten. Ze reist met hem door het land en zo komt ze achter zijn geheim.

Ook in dit verhaal worden simultaan verschillende reizen ondernomen. Een reis langs de plaatsen in Mali waar Kar Kar heeft gewond, een reis door de recente geschiedenis van het land en reis door Kar Kars leven. Maar nu weet de schrijfster zich precies de goede houding te geven. Als ze aan het slot toegeeft dat het verhaal dat Kar Kar haar vertelt haar even in tranen doet uitbarsten, kom dat al lang niet meer als een schok of als een verrassing. 'Ik huil en ik merk dat Kar het met enige tevredenheid constateert. Ik huil niet zozeer om wat Mamou hun aandeed, maar omdat zij erin geloofden en erin verstrikt raakten. Ik huil om de familievrede die Kar wanhopig in stand probeerde te houden en waaraan hij de vrouw die hij beminde, opofferde.' Het is een apotheose waar je eigenlijk al tientallen bladzijden naar uit hebt gekeken. Een waardige kroon op dit aangrijpende verhaal.

    • Reinjan Mulder