Regeringssoldaten weigeren te vechten; Zaïre wil ingrijpen VN-macht in strijd

KINSHASA, 15 NOV. Zaïre wil dat een interventiemacht van de Verenigde Naties de door rebellen ingenomen gebieden in het oosten herovert en overdraagt aan het Zaïrese leger. Zaïrese legerleiders doen intussen wanhopige pogingen een tegenoffensief te lanceren, maar de soldaten weigeren te vechten.

Professor Kabuya, woordvoerder en naaste medewerker van president Mobutu, legt in de Zaïrese hoofdstad Kinshasa uit wat zijn land van een VN-interventiemacht verwacht. “Het mandaat van de interventiemacht moet in ogenschouw nemen dat ons land is aangevallen door Rwanda en Burundi. Daarom dient de interventiemacht niet beperkt te blijven tot zuiver humanitaire aangelegenheden.” Op de vraag of de buitenlandse troepen de voor het Zaïrese leger verloren gegane gebieden moet heroveren, antwoordt hij: “Hun mandaat bestaat nu uit het geven van voedselhulp en het bewerkstelligen van de terugkeer van de vluchtelingen naar Rwanda. Wij willen méér. De VN grepen ruim dertig jaar geleden in Zaïre in om de onschendbaarheid van de grenzen te bewaren. De VN kunnen ook nu niet hun ogen sluiten voor de schending van Zaïre's grenzen.”

Zaïre is sinds zijn onafhankelijkheid in 1960 verscheidene malen bedreigd door binnenlandse opstanden die werden gesteund door buitenlandse bedrijven of buurlanden. Direct na de onafhankelijkheid probeerde de zuidelijke provincie Katanga (nu Shaba) zich af te scheiden. Het Belgische bedrijf Union Miniere in de koperrijke provincie speelde een belangrijke rol in deze rebellie, die werd neergeslagen met behulp van een VN-troepenmacht. In 1965 brak er een opstand uit in Stanleyville (nu Kisangani), waartegen Belgische troepen en blanke huurlingen optraden. In 1977 en in 1978 vielen vanuit Angola rebellen opnieuw Shaba binnen, waarna Belgische en Franse troepen de orde herstelden.

Geen één keer slaagde het Zaïrese leger er eigenhandig in de orde te herstellen. Zaïre hoopt nu op een gelijksoortige buitenlandse reddingsactie. De regering weigert de oorlog in het Oosten te zien al een binnenlandse opstand. “Rwanda heeft een deel van ons land afgepakt onder het voorwendsel de Banyamulenge te beschermen”, betoogt de minister van Informatie, Boguo Makeli. “We zijn slachtoffer geworden van een complot. Gebruiken ze Rwanda en Burundi om een groot Afrikaans land te destabiliseren? Eerst Zaïre, dan Soedan en vervolgens Egypte?”

In de visie van de machthebbers in Kinshasa is Zaïre het slachtoffer geworden van een Angelsaksische samenzwering. “Ja, in de ogen van de Zaïrese publieke opinie steunt Amerika Rwanda. Amerika dat altijd van Zaïre heeft geprofiteerd, verbergt zich nu achter Rwanda”, aldus Mobutu's medewerker professor Kabuya. Een hoge ambtenaar bij het ministerie van premier Kengo wa Dondo drukt het als volgt uit: “De Angelsaksische landen zien Zaïre als een té groot, francofoon land dat in verscheidene staten uiteen moet vallen. De Fransen daarentegen vrezen voor een sneeuwbaleffect van zo'n fragmentatie en zijn daarom bereid ons te helpen.”

Zaïre probeert klaarblijkelijk in te spelen op sentimenten in Frankrijk over een vermeende bedreiging van de francofonie in Afrika. Dergelijke gevoeligheden speelden een rol bij de Franse interventie in de laatste weken van de genocide in Rwanda in 1994. De toenmalige guerillabeweging, het Rwandese Patriottische Front (RPF), nu het regeringsleger, begon zijn strijd vanuit en met hulp van het Engelstalige Oeganda. Paul Kagame, RPF-leider en nu de sterke man in Rwanda, spreekt geen Frans. Engels is na de RPF-zege één van de officiële talen in het land. Frankrijk onderhoudt uiterst een koele relatie met het Rwandese bewind, in tegenstelling tot Amerika. Frankrijk haalde de afgelopen twee jaar zijn relaties met Zaïre aan, terwijl Amerika alle banden met president Mobutu afhoudt.

Tevergeefs probeert Zaïre intussen orde op zaken te stellen in de strijdkrachten om zelf een tegenoffensief in het oosten te beginnen. In de steden Kisangani en Kindu, die grenzen aan het oorlogsgebied in het oosten, weigeren gevluchte soldaten echter gehoor te geven aan bevelen om opnieuw te gaan vechten. Iets buiten Kinshasa arriveerden per boot onlangs enkele honderden militairen en ook zij verzetten zich tegen een terugkeer naar het front.

Plunderende en wild in het rond schietende soldaten, teruggekeerd van het front, maakten eerder deze week Kisangani twee dagen lang onveilig. Ze schoten op een buitenlandse journalist in een auto en doodden daarbij zijn chauffeur. De militairen verbieden journalisten sinds kort vanuit Kinshasa naar Kisangani te vertrekken, behalve dan wanneer zij smeergeld betalen. Het bedrag voor een vergunning om naar Kisangani te reizen, kan oplopen tot boven de duizend dollar. De helft van dit bedrag is bestemd voor het ministerie van Informatie en Binnenlandse Zaken. Met het overige geld moeten militairen worden omgekocht.

    • Koert Lindijer