Ramsey Nasr boert, plaagt en tapt moppen

Voorstelling: De Doorspeler, door Het Zuidelijk Toneel. Tekst, spel en regie: Ramsey Nasr. Gezien: 13/11 Rotterdamse Schouwburg. Tournee t/m 10/1; inl 040-2333633.

Het kale, eivormige hoofd met de afstaande oren vult een complete achterwand. Af en toe trilt een wimper, en die beweging, hoe klein ook, houdt het publiek in bedwang. Niet alleen de Ramsey Nasr van het projectiescherm maar ook de stoffelijke Ramsey Nasr, die even later verschijnt, weet hoe je een zaal moet manipuleren.Nu zijn acteurs daar wel voor opgeleid, maar het geraffineerde aan de monoloog De Doorspeler is dat wij door Nasr worden ingepakt, terwijl hij zijn manipulatietechnieken openlijk demonstreert. Sterker nog: zijn arsenaal aan trucs, het hoe van het toneelmaken, is onderwerp van zijn voorstelling.

Ja, Ramsey Nasr kan heel wat kunstjes, hij kan op zijn handen lopen en op commando schrikken en boeren, hij kan plagen en provoceren, moppen tappen en typetjes neerzetten. Daar laat hij ons sterke staaltjes van zien. Vlotjes schakelt hij van sullige Rotterdammer naar een fanatieke Palestijn en van een kluchtige sketch naar een ernstig gedicht - en in zijn ijver de toeschouwer ook fysiek te bereiken springt hij hoog tegen de tribune op.

Alleen: waartoe dit alles? Die vraag lijkt Nasr zichzelf voortdurend te stellen en allengs verandert zijn virtuoze acteur in een verbeten Doorspeler. En doorspelers, zo suggereert hij, zijn wij natuurlijk allemaal: tot het bittere eind gaan we door, passen we onze kunstjes toe, omdat we aandacht willen of domweg bezig zijn met overleven. Maar eigenlijk willen we geen gedresseerde apen zijn. Eigenlijk willen we vliegen.In de laatste scène klimt de Doorspeler op de tafel waar hij steeds omheen heeft gedribbeld, hij spreidt zijn armen als vleugels en tracht op te stijgen. Een albatros probeert hij te zijn, een ongetemde soevereine vogel - maar als mens krijgt hij niet meer dan één been van de grond en zo blijft hij wankelend staan.

Het is een indrukwekkend slotbeeld waar zorgvuldig naartoe werd gewerkt. Speelde Nasr al eerder op de avond de overgevoelige jongen die niet naar Shostakovitsj luisteren mocht omdat diens muziek hem al te zeer aangreep, later wordt Shostakovitsj alsnog op de draaitafel gelegd, met desastreuze gevolgen. In een staat van totale ontreddering laat de Doorspeler het applaus over zich heenkomen, niet bij machte er ook maar enigszins van te genieten.

Terecht won Ramsey Nasr met deze creatie een prijs, op het Internationaal Theaterschool Festival vorig jaar, waar hij de voorstelling als afstudeerproject presenteerde. Nasr, die sindsdien vast verbonden is aan Het Zuidelijk Toneel en daar meespeelde in De Cenci, Maat voor Maat en Caligula, is een acteur met karakter. Dat de tekst van De Doorspeler niet overal even sterk is zij hem vergeven: het is al heel wat dat hij zichzelf in deze solo zo genadeloos en gewiekst te kijk zet.

    • Anneriek de Jong