Psychiater niet voor het gewone verdriet

ZEIST, 15 NOV. Psychiaters in Nederland willen 'gewone' problemen zo veel mogelijk buiten de deur houden. Voor verdriet als een psychisch probleem is geen therapie.

Psychiater dr. A.P.J. Höppener van de H.C. Rümke groep, de overkoepelende instelling voor de geestelijke gezondheidszorg wil het terrein van de psychiatrie afbakenen. Dit bleek gisteren op een congres over de toekomst van de geestelijke gezondheidszorg (GGZ). Höppener zei: “We moeten grenzen stellen. Huwelijksproblemen zijn een zinsgevingprobleem - daar loop je in het leven nu eenmaal tegen aan. Die problemen moeten niet bij de psychiater opgelost worden.”

Mensen zijn verleerd leed te verdragen. Het zijn vooral de psychiaters die dat leed buiten de deur willen houden. Volgens prof. dr. H. van Engeland, hoogleraar kinder- en jeugdpsychiatrie in Utrecht, ligt daar ook een taak voor de huisarts. Die moet niet te snel verwijzen naar de Riagg - de patiënt wordt gek van het doorverwijzen naar verschillende instanties. Van Engeland wil het aantal behandelingen bij de psychiater zelfs terugbrengen naar vijftig en niet naar negentig zoals minister Borst (VWS) onlangs voorstelde. “We doen nu te veel wat eigenlijk onzinnig is.”

Nederland gaat vaker naar de psychiater maar Nederland is niet zieker of ongelukkiger dan een aantal jaren geleden. Ook internationaal vergelijkend onderzoek geeft aan dat Nederlanders niet disproportioneel depressiever zijn dan inwoners van de ons omringende landen. Dr. G.J.M. Hutschemaekers van het Nederlands centrum Geestelijke volksgezondheid stelde gisteren dat de toename van het aantal Nederlanders dat hulp zoekt, eerder iets zegt over de hoge kwaliteit van de GGZ.