Pronk: 'ongebonden hulp' lukt niet altijd

DEN HAAG, 15 NOV. Minister Pronk (Ontwikkelingssamenwerking) geeft zijn pogingen op om alle hulp ongebonden te maken. Ongebonden hulp betekent dat ontwikkelingslanden zelf in alle gevallen kunnen beslissen waar kapitaalgoederen voor ontwikkeling besteld worden, ongeacht het land dat de hulp financiert.

Ongebonden hulp blijft nog wel een ideaal van minister Pronk maar hij wil niet langer 'aan een dood paard trekken'. Wel wil hij pogingen doen met andere landen af te spreken dat de aanschaf van kapitaalgoederen voor ontwikkeling wederzijds aanbesteed kan worden. Hij noemde dat 'gezamenlijke wederzijdse ontbinding'.

Pronk kon gisteren bij de behandeling van zijn begroting (5,9 miljard gulden) niet aangeven of die pogingen ook succes zouden hebben. Hij is van mening dat het Nederlandse bedrijfsleven vrij goed aan zijn trekken komt in landen in ontwikkeling. Het zou zelf meer initiatieven moeten nemen om belangrijke opdrachten te krijgen.

Pronk hield de Kamer voor dat ontwikkelingslanden niet zitten te springen om subsidies voor Nederlandse exportprodukten uit de onwikkelingspot. “Waar zij echt om vragen is de bevordering van investeringen in hun land onder meer door het bedrijfsleven”, aldus de minister. Hij wil graag met voorzitter Blankert van de werkgeversorganisatie VNO/NCW op pad 'diep in het binnenland' om te zien wat de successen zijn van Nederlandse programma's en projecten ter plekke om zo de kritiek van Blankert op de kwaliteit van die hulp om te buigen.