Prix de Rome voor fotografie in Amsterdam uitgereikt aan Paul Kooiker; Foto-jury kiest voor stiekeme gluurders

Prix de Rome fotografie, te zien in Arti et Amicitiae, Rokin 112, Amsterdam. Di t/m zo 12-19u. T/m 24 november.

AMSTERDAM, 15 NOV. Diep in het bos, midden in de zomer. Alles wat je ziet is groen: bosgroen, mosgroen, bladergroen en struikengroen; slechts af en toe valt een lichtstraal op de bladeren. Op het eerste gezicht is de reeks van veertig foto's die Paul Kooiker (1964) aan de wand van Arti et Amicitiae exposeert, gemaakt door een doorgeslagen bomenknuffelaar - niet alleen staan er voornamelijk bomen op, iedere foto is ook nog eens wazig en grofkorrelig, alsof hij met een telelens is gemaakt. Het duurt dan ook even voordat je ziet dat er wat blauw of rood tussen de bomen doorschemert, en er in de verte iemand met zijn broek omlaag tussen de struiken zit - terstond voel je je een voyeur, glurend over de schouder van de fotograaf. Op bijna iedere foto blijkt vervolgens wel een bosplasser te zitten - gehurkt, in de bosjes. Fotograaf Paul Kooiker kreeg gistermiddag in Amsterdam de Prix de Rome voor fotografie uitgereikt, een prijs van 40.000 gulden. De tweede prijs (20.000 gulden) was voor Hans Wijninga (1965), de basisprijzen van 10.000 gulden werden gewonnen door Désirée Dolron (1963) en Astrid Hermes (1969). Tegelijk met de prijs voor fotografie werden ook de prijzen in de categorie film en video uitgereikt, waarin 'wegens gebrek aan kwaliteit' geen winnaar werd aangewezen. De tweede prijs ging naar de Engelsman Imogen Stidworthy; de drie basisprijzen werden gedeeld door Jeroen Eisinga, Marieke van der Lippe en Jeroen de Rijke/Willem de Rooij. Hun films zullen pas in januari 1997 worden vertoond op het Film Festival van Rotterdam.

Op het overzicht van de winnaars voor fotografie valt op dat er nauwelijks zwart-wit foto's meer te vinden zijn. Al het finalewerk is zelfs in kleur, weliswaar wazig, maar dat komt omdat de jury (Jean-Marc Bustamante, Bertien van Manen, Erwin Olaf en Alex Vermeulen) de fotograaf graag als een voyeur lijkt te beschouwen.

Niet alleen de foto's van Kooiker, ook het werk van Hans Wijninga verwijst direct naar de fotograaf als gluurder, al gebeurt dat bij hem minder indringend. Wijninga fotografeerde mensen in het openbaar, meestal in beweging: een man lopend door een kantoorgebouw, drie vrouwen op een oude trap, een man die in een vliegtuigmotor tuurt, in net zulke ruwe, grofkorrelige beelden als Kooiker.

Maar omdat zijn onderwerpen gewoon in openbare ruimtes lopen, krijg je het gevoel dat de fotograaf zich heeft moeten verbergen, wat associaties oproept met spionagefilms en handtascamera's. Dat maakt het werk van Wijninga betekenisvol en spannend, al slaat het effect weer dood als je er een reeks van bij elkaar ziet - een reeks spionnen is niet erg geloofwaardig.

Vergeleken met het werk van Kooiker en Wijninga zijn de foto's van Désirée Dolron erg gestileerd. Voor de voorronden van de prijs zond ze een reeks foto's in van Sri-Lankezen met de meest gruwelijke piercings door hun lichaam; voor de finale maakte ze een aantal foto's van mensen onder water. De kleuren zijn mooi en vaag, maar verder zijn het weinigzeggende beelden die vooral uit zijn op effectbejag.

Dat laatste zou je ook van het werk van Astrid Hermes kunnen zeggen, maar haar werk is spannender, al is het maar omdat haar naakte vrouwen het alle zonder hoofd moeten stellen. In de serie die Hermes voor de finale maakte, zien we telkens een broodmagere vrouw op de grond liggen, gladgeschoren, naakt en glanzend als een zwaar gepolijste sculptuur. Dat ze menselijk is blijkt slechts uit details - een kleine bruine puist, de afdruk van een kokosmat op haar dij.

Nog schrijnender zijn Hermes' voorrondefoto's, in het bijzonder die van een oude, naakte vrouw die haar gezicht achter haar armen verborgen houdt. Mooi is ze niet, ze is dik, haar borsten zijn paars en hangen zwaar, maar haar huid lijkt wel een vulkanisch landschap - inclusief kraters, bergen en roodpaarse lavastromen.

De precisie van de foto maakt duidelijk dat de fotograaf haar mocht bekijken, maar hoe langer je als toeschouwer naar haar tuurt, hoe meer je twijfelt of dit beeld ooit voor jou bedoeld is geweest.

    • Hans den Hartog Jager