Poema verstoort openbare orde

Ruim zes weken al waart een poema door de bossen van Zuid-Limburg. Een speciaal poemateam van de politie krijgt het beest vooralsnog niet te pakken.

MEERSSEN, 15 NOV. Sjef Schoenmakers heeft er weinig vertrouwen in. “De politie heeft al van alles geprobeerd”, zegt hij vanachter zijn stamtafel in café-restaurant De Nachtegaal. “Ze hebben gedrogeerd lokaas uitgezet, kooien geplaatst en experts ingeschakeld, maar vangen dat beest? Nee hoor.”

Hij praat op een alledaagse toon. Alsof het een schaap betreft, dat is gevallen in een van de vele smalle slootjes die kriskras door de weilanden tussen Meerssen en Berg en Terblijt kronkelen. En zo is het ook een beetje, want 'het beest' waar Schoenmakers over praat, zorgt weliswaar al weken voor opschudding, maar is allang niet meer het gesprek van de dag. “De eerste tijd was het poema dit en poema dat”, haalt Schoenmakers op. “Maar de mensen wennen snel. Hij hoort er inmiddels gewoon een beetje bij.”

Ruim zes weken al waart er een poema ter grootte van een flinke herdershond door de bossen van Zuid-Limburg. Een amateurfilmer ontdekte hem begin oktober en nadien kwamen er meerdere meldingen binnen bij de politie. Zo was er een klein meisje dat haar ouders vertelde dat ze een 'hele grote poes' wat te eten had gegeven in de tuin, en zo vond een familie in de zandbak pootafdrukken van zo'n twaalf bij tien centimeter.

“Het waren allemaal verhalen van horen zeggen”, vertellen twee wandelaarsters even buiten Meerssen. “We zagen wat vlekkerige beelden op televisie en er was een melding van twee jongetjes. Nou, daar lig je niet wakker van. Maar later vonden ze sporen en toen bleek het toch wat serieuzer. Dan ga je je toch afvragen: wat moet ik nou als ik hem in het bos tegenkom?”

Een te grote inbreuk op de openbare orde, oordeelde de politie van het district Maastricht-Zuid en ze nam haar maatregelen. Kooien met gedrogeerd aas werden uitgezet en er kwam een poema-team van drie agenten - Daktari 1, 2 en 3 - die voorzien van blaaspijpen en verdovingsgeweren de bossen afstruinden.

Vele malen werd het beest nog gezien, maar tot een vangst kwam het niet. “Maar het net sluit zich”, verzekert een politiewoordvoerder. “Het gebied waarbinnen hij zich verplaatst is nu beperkt tot zo'n dertig tot veertig vierkante kilometer. Helemaal precies weten we het niet, want hij heeft zijn gebied niet afgebakend door aan bomen te krabben, een gewoonte van in het wild levende poema's.”

Hij - maar het kan ook een zij zijn. Net als de verblijfplaats en het geslacht, is ook de afkomst van de poema nog een raadsel. Dat het dier uit gevangenschap afkomstig is, laat zich raden. Poema's komen in het wild alleen voor in Zuid-Amerika. Ook het ontbreken van krabsporen duidt op een afkomst uit gevangenschap. Bij 'tamme' poema's worden de voorklauwen doorgaans uitgetrokken. Een belangrijke factor, want de aanwezigheid van klauwen is alles bepalend voor de beweeglijkheid van het dier. Het liefst houdt hij zich hoog in de bomen op, maar zonder zijn natuurlijke klimijzers is dat een moeilijke opgave.

“Er staat nog een rijtje van kleine vragen open, maar als we die hebben ingevuld, dan krijgen we hem wel te pakken”, zegt Arno van der Valk, medewerker van het Friese roofdierencentrum Pantera. Vorige week is zijn hulp ingeroepen en met zijn plan van aanpak moet het beest gevangen worden. Van der Valk: “We gaan vangkooien plaatsen, posten met warmtebeeldcamera's bemannen en vooral veel patrouilleren. Met een verdovingsgeweer moeten we hem dan neer zien te leggen. Als dat niets oplevert, dan proberen we hem in een fuik te laten lopen.”

Een poema laat zich niet snel door een hek tegenhouden. “Uit stand springt-ie toch zo zes meter hoog”, legt Van der Valk uit. “Bovendien is dit een prachtig gebied voor zo'n beest. Hij heeft er genoeg te eten en kan zich prima verschuilen.”

Hij zegt het met nauwelijks verhulde bewondering. Iets in poemavanger Van der Valk lijkt te hopen, dat ze het dier nooit te pakken krijgen. “Het liefst zou ik het gebied afgrendelen en hem laten gaan. Dat is toch heerlijk voor zo'n beest?” Van der Valk laat een stilte vallen. Dan: “Misschien kunnen we er nog wel een paar bijzetten.”

    • Rogier Rijkers