Mondiale problemen van een nieuwe orde

De ramp die zich in Afrika's Grote-Merengebied voltrekt, geeft een schrijnend maar inzichtelijk beeld van de impasse waarin de internationale politiek is vastgelopen.

De chronische anarchie en de moordpartijen in Liberia konden al als een voorteken worden gezien van wat er verder nog in Afrika te wachten stond. Met de ontvolking van Rwanda en Burundi en de ineenstorting van Zaïre komt nu het hart van het continent tot stilstand. Samen met de desintegratie van Nigeria en Soedan en de half-vergeten burgeroorlog in Algerije betekent dit het failliet van de ontwikkelings- en emancipatiepolitiek zoals die sinds de dekolonisatie in Afrika is gevoerd.

De internationale gemeenschap ofwel het Westen - als dat begrip nog mag worden gebruikt - beschikt niet over een antwoord op, laat staan een oplossing voor de crises. Oorzaak is wantrouwen tussen de landen die hun invloed zouden kunnen doen gelden, maar vooral de hopeloosheid van de toestand. Hoewel uit andere crises in Afrika en elders bekend is dat humanitaire hulp weliswaar moet worden verstrekt, maar als remedie tekortschiet, rijden in Zaïre in het gunstigste geval de hulpcolonnes, onder militaire bescherming. Er is veel te doen over 'veilige corridors' waardoor de vluchtelingenmassa's naar hun oorspronkelijke haardsteden zouden moeten worden gevoerd, maar of er aan het eind van die corridors ook een enigszins normaal leven mogelijk is, blijft volslagen duister. Wat de animo voor een vrijwillige terugkeer niet verhoogt.

Zo herhalen zich de impasses uit onderling zo verschillende en ver uiteen liggende landen als Bosnië, Kroatië, Irak, Turkije, Sri Lanka, Afghanistan en Somalië - landen waaruit een miljoenen omvattende diaspora is ontstaan, die bij de buren of ver weg op een aalmoes is aangewezen. Kritische dialogen met regimes die de rechten van de mens schenden, vredesmachten en ontmoedigingsbeleid vermogen niet aan deze menselijke ellende een bevredigend einde te maken. De vluchtelingen blijven komen zolang honger, onderdrukking en etnische zuivering hen van hun geboortegrond verjagen. Een in aanleg humanitaire kwestie heeft een internationale dimensie gekregen van grote politieke urgentie.

Het internationale bestand van na de Tweede Wereldoorlog rustte op de axioma's van de soevereiniteit der staten en de onaantastbaarheid der grenzen. Zelfs de Sovjet-Unie hield de schijn op door haar nieuw verworven satellieten uit te rusten met de gangbare instituties van de zelfstandige staat. De dekolonisatie mondde uit in een proliferatie van nieuwe landen die alle als lid van de Verenigde Naties hun rechtmatige, zij het niet altijd gelijkwaardige, plaats kregen toegewezen binnen de internationale gemeenschap. Maar gaandeweg verwerd de status quo tot een onbuigzame en onpraktische ideologie zoals bleek uit de weerstand tegen de Duitse hereniging en de aanvankelijke weigering zich neer te leggen bij de onontkoombaarheid van het uiteenvallen van Joegoslavië.

Inmiddels is er wat veranderd. De Sovjet-Unie en Joegoslavië zijn verdwenen. Tsjechië en Slowakije gaan ieder hun eigen weg. De erfenis bestaat uit gebieden die hun grenzen ontlenen aan voormalige deelrepublieken en die op hun beurt worden gekweld door het virus van verdeeldheid en afsplitsing.

De internationale gemeenschap heeft het overgeleverde systeem ogenschijnlijk overeind weten te houden door de nieuwe entiteiten als soevereine staten te erkennen en als volwaardige leden op te nemen in organisaties als de VN, de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa en in een enkel geval zelfs de Raad van Europa. Maar die methode kan niet eindeloos worden toegepast. Waar de schoen wringt, blijkt uit de pressie die de Europese Unie oefent op Oosteuropese kandidaten voor haar lidmaatschap. Alvorens zich bij het grote geheel van Europa te kunnen aansluiten, moeten zij, als het ware op het laatste moment, hoge cijfers zien te halen voor nationale eenheid en soevereine integriteit. Een weinig bemoedigend experiment dat voorbijgaat aan de lessen van de geschiedenis.

Na het einde van de Koude Oorlog verrees het hoopvolle beeld van een wereld in vrede waar aan de beginselen van Adam Smith toegeschreven vrijheid van handel(en), steunend op technologische doorbraken, allen recht en voorspoed in een schone omgeving zou verschaffen. De eerste die dit beeld aantastte was Saddam Hussein. De Muur was nog niet weggebuldozerd of de Iraakse potentaat schond per verrassing de Tien Geboden waarnaar sinds 1945 de internationale samenleving min of meer had trachten te leven.

Niet de Iraakse invasie van Koeweit zelf was opmerkelijk. India had eerder Goa ingepikt, Indonesië Oost-Timor. Tanzania had in Oeganda geïntervenieerd en India had een militaire rol gespeeld bij de opsplitsing van Pakistan. Revolutionair was Saddams rechtvaardiging: Koeweit was slechts een koloniaal verzinsel, had daarom geen bestaansrecht en diende zijn plaats in te nemen binnen de grote Arabische natie, hier en nu vertegenwoordigd door het regime in Bagdad. Die redenering veranderde Saddam van het ene op het andere uur van zakenrelatie der groten in de gevaarlijkste uitdager tot dusver van het statensysteem waaraan gedurende 45 jaar de wereldvrede was opgehangen.

Een grote coalitie van bezwaarden dwong een half jaar later de Irakezen tot de aftocht, maar zij slaagde er niet in de bakens op hun plaats terug te zetten. De geest was uit de fles. Pogingen van Milosevic om in Joegoslavië een groot-Servische hegemonie te stichten sloegen stuk op middelpuntvliedende krachten, de snelle erkenning van de verschillende brokstukken als soevereine nationale entiteiten bleek niet het panacee. Kroatië en Bosnië vielen aan bloedige conflicten ten prooi, het Albanese Kosovo bleef onder het Servische juk, Macedonië werd in quarantaine geplaatst. De voormalige Sovjet-Unie leverde te veel conflicten op om ze hier allemaal op te noemen.

Vol verwachting slaat de internationale gemeenschap de ogen op naar de herkozen Bill Clinton. Kent hij het verlossende woord? Zelfs krachten die Amerika zijn eenzame plaats onder het gesternte misgunnen, erkennen dat, als er voor anarchie, chaos en genocide een tegenwicht bestaat, de Verenigde Staten daarvan deel zullen moeten uitmaken.

Weinig uit de eerste termijn van deze president geeft reden tot hoop. Clinton heeft grotendeels traditionele politiek gevoerd die goed is voor de beheersing van traditionele vraagstukken. De ontworteling van het naoorlogse statensysteem en de massale ontheemding zijn van een nieuwe orde.

    • J.H. Sampiemon