Memoires van een 'bezwaarde' jezuïet

Willem Breedveld & John Jansen van Galen: Gaius. De onverstoorbare gang van W.F. de Gaay Fortman. Scheffers, 272 blz. ƒ 39,90

In de vaderlandse geschiedenis zal W.F. de Gaay Fortman - koosnaam 'Gaius' - slechts een bescheiden plaats innemen. Die plaats dankt hij dan nog aan het feit dat hij (samen met Jaap Boersma) de laatste politicus is geweest die zonder toestemming van zijn eigen partij en partij-leider tot een kabinet toetrad. Dit welhaast negentiende-eeuwse gedrag effende het pad voor de meest progressieve regering die Nederland in de twintigste eeuw heeft gekend: het tot de dag van heden nog steeds omstreden kabinet-Den Uyl. Ik hoor ons nog zeggen: het eerste kabinet-Den Uyl.

Dat was zeker niet de eerste en ook niet de laatste daad van eigenzinnigheid van De Gaay Fortman. Zoals hij in 1973 de voorman van de Anti-Revolutionaire Partij (de ARP, opgegaan in het CDA) Biesheuvel trotseerde, zo had hij eerder in de jaren vijftig de toenmalige ARP-leider Schouten gepasseerd om zelf uiteindelijk door diens opvolger Zijlstra gepasseerd te worden. En zo heeft hij bij de formatie van 1956 - zonder succes - getracht alle fractievoorzitters te passeren.

De verleiding is groot om die eigenzinnigheid toe te schrijven aan zijn gereformeerde achtergrond. De 'mannenbroeders' stonden bekend om hun beginselvastheid. Maar bij De Gaay Fortman is eerder sprake van een permanente ambiguïteit, het voortdurend opeisen van zijn recht op twijfel. Voor veel van zijn geloofsgenoten moet zijn houding iets gehad hebben van wat zij in de voor-oecumenische tijd bij hun roomse mede-christenen als 'jezuïtisme' gelaakt zouden hebben. Telkens als hij dingen doet die op het eerste gezicht niet bij zijn beleden overtuiging horen, volgt een vernuftige uitleg. Of het nu zijn houding betreft tegenover Vrij Nederland bij de aanvaarding van zijn hoogleraarschap aan de gereformeerde Vrije Universiteit, of zijn houding tegenover dominee Geelkerken, of zijn houding tegenover de geloofsverklaring van zijn universiteit, of zijn houding tegenover het wegwerken van Drees of tegenover het door hem gelijmde centrum-rechtse kabinet-De Quay, steeds klinkt de echo mee van het verwijt van zijn mede-studenten over zijn Pilatusgedrag.

De journalisten Willem Breedveld en John Jansen van Galen hebben in 1994 en 1995 een dertigtal gesprekken gevoerd met de man die zij Gaius mochten noemen. De 85-jarige is in zijn oordelen over personen in het algemeen mild. Zelfs regelrechte botsingen blijken later op theevisites glad gestreken te zijn. Die mildheid beperkt zich echter niet tot anderen. Ook de beoordeling van het eigen optreden koestert zich in dat zonnetje. Je mist als lezer authentieke uitingen van de boosheid die ook nu nog moet leven over zijn 'gebrek aan loyaliteit'. Het commentaar van mensen als Biesheuvel, Hannie van Leeuwen of Aantjes zou deze autobiografie in interviews spannender hebben gemaakt dan nu door de opmerkingen van een min of meer verwante geest als Albeda bewerkstelligd wordt. Je kunt je ook niet onttrekken aan de indruk dat de auteurs (misschien al vóór de gespreks-sessies) gezwicht zijn voor de charmes van hun interview-partner.

Dat alles neemt niet weg dat er weer eens een lezenwaardige bijdrage geleverd is aan onze politieke geschiedenis. Dit boek toont eens te meer aan dat het verwijt aan Nederlandse politici over hun angst om herinneringen aan het publiek prijs te geven intussen achterhaald is. Het bevat een schat aan tekenende anekdotes en opmerkelijke karakterschetsen. Zowel Den Uyl als Van Agt wordt recht gedaan in de schildering van hun menselijke tekortkomingen en in hun zeer verschillende vormen van gedrevenheid. Anderen (bijvoorbeeld Aantjes) komen er minder genadig vanaf.

Maar misschien is nog wel het interessantste, dat De Gaay Fortmans levensgeschiedenis in velerlei opzicht exemplarisch is voor de geschiedenis van ons land. Zij slaat een brug tussen de wereld van Bilderdijk en Brinkman, tussen het oude Reveil en de nieuwe Reactie. De Gaay Fortman vervulde vooral een brugfunctie. Geen van beide oevers mocht hem claimen. Hij was soeverein in eigen kring en die kring was niet veel groter dan hijzelf. Daarbuiten gold hij in de terminologie van zijn geloofsgenoten als 'bezwaarde'. De CDA-politicus verafschuwt de on-sociale koers van Brinkman, hoopt op een overwinning van Kok en stemt op het Gereformeerd Politiek Verbond. Gaius in een notendop.

    • Thijs Wöltgens