Massaal tbc-onderzoek in Harlingen

HARLINGEN, 15 NOV. “En als je een dikke bult krijgt, heb je het dan?” Een meisje vraagt het haar vriendin als ze de sporthal in Harlingen uitlopen. Naar schatting tweeduizend mensen lieten zich daar gisteravond een kleine hoeveelheid tuberculine in de linkerbovenarm spuiten. De GGD besloot tot het onderzoek, om verspreiding van de tuberkelbacterie te voorkomen. Zondag kan men voor controle terugkomen. Als op de Mantoux-test een huidreactie is gevolgd - een dikke, rode bult - dan wordt een longfoto gemaakt.

De GGD in Friesland besloot een uitgebreid onderzoek te houden in de Friese havenstad om verspreiding van de tuberkelbacterie te voorkomen. Een onlangs gehouden eerste test wees uit dat zestig van driehonderd onderzochte personen besmet waren met de bacterie. Het merendeel van hen wordt nu met medicijnen behandeld. Enkele personen hadden tuberculose in een vroeg stadium.

De bron van de besmetting is een 50-jarige Harlinger met open tbc, die vermoedelijk vanaf april besmet is geweest. Begin september ontdekte zijn huisarts dat hij longtuberculose had. De man was een geregeld bezoeker van twee horeca-gelegenheden, café De Smeerpaal aan de Kleine Voorstraat en een visrestaurant. Daarom riep de GGD vooral bezoekers van beide etablissementen op zich gisteren of zondag - voor de zeelieden, die dan aan de wal zijn - te melden. Er meldden zich 1.700 mensen; 300 vrienden en familieleden van de bron waren aangeschreven voor een longfoto. Het is de tweede 'tbc-explosie' in Harlingen. Drie jaar geleden raakten 243 mensen in het uitgaansleven besmet. De GGD vermoedt dat beide gevallen met elkaar in verband staan. De bacterie van nu is dezelfde als die in 1993.

Binnen in de Waddenhal staan de gegadigden rond vijf uur al in drie rijen te wachten op hun prikje. “Hé, kroegloper”, begroet een jongen een bekende hartelijk. H. Schikker zegt het zekere voor het onzekere te nemen. “De broer van die man woont tegenover mij in de straat. Je weet maar nooit.” I. Wobma die bij hem in de rij staat geeft hem gelijk: “Voorzorg is de beste zorg”, vindt hij. “Er hoeft er maar één door te lopen met tb en je hebt het.” Ze schuifelen naar het tafeltje waar I. van Atteveld, verpleegkundige van de GGD, tientallen spuitjes al heeft klaarliggen. Ze verdwijnen na gebruik één voor één in de gele afvalemmertjes. Schilder S. Roukema komt direct na zijn werk in zijn werkplunje naar de sporthal. “Eerst nog een kist bier gehaald”, glimlacht hij. Hij kwam geregeld in het bewuste café. “Nu wat minder, want ik heb twee kleine kindertjes thuis en dan kun je geen enkel risico nemen. Ongerust? Nee, dat niet, ik ben nergens bang voor.” Hij weet waarover hij praat, want tien jaar geleden was hij tbc-patiënt, zegt hij. “Ik ben een half jaar aan de medicijnen geweest. Verder merkte ik er niet veel van.” Er worden gemiddeld 350 spuitjes per uur gegeven door drie medewerkers van de GGD. Een enkeling vraagt om een toelichting. “Wat gebeurt er als het niet goed is”, vraagt iemand aan doktersassistente H. Boorsma. Nog voordat ze kan antwoorden klinkt het verder uit de rij: “Dan valt je arm d'r af.” Waarop Boorsma nog eens uitlegt dat de huid dik, rood en opgezet moet zijn. “Je hebt dan zelf een lichte besmetting, maar kunt anderen niet besmetten.”

Er zijn veel mensen die de Mantoux-test 'voor de zekerheid' ondergaan. Een 73-jarige Harlinger eet eens in de veertien dagen een visje in het bewuste restaurant. “Ik wil mijn kop nu niet in het zand steken. Ik heb negen keer in het ziekenhuis gelegen en daar leer je van”, zegt hij. “Trouwens, je kunt ook anderen besmetten.” De 28-jarige S. de Groot komt vrijwel nooit in de beide horecagelegenheden. “Maar ik heb wel vrienden die er heengaan. Baat het niet dan schaadt het niet”, meent ze. Een meisje: “Ik reis veel met de trein en je zult maar net naast iemand hebben gezeten die aan het kuchen was en tbc had.”

Al die prikken uit voorzorg ziet GGD-arts A. Kiers wat sceptisch aan. “Dat is eigenlijk niet de bedoeling”, zegt hij. “Het is begrijpelijk dat mensen voor de zekerheid komen, maar het kost hun extra moeite en het bederft het onderzoek.” Hij legt het uit met cijfers. “Als je tweeduizend mensen onderzoekt, van wie er vijfhonderd eigenlijk niet getest hadden hoeven worden, geeft dat een vertroebeld beeld. Wanneer er vijftig mensen besmet blijken te zijn, is dat van 1.500 een hoger percentage dan van tweeduizend. En hoe hoger het percentage, hoe gevaarlijker het wordt, want het geeft aan hoe besmettelijk de patiënt was.”

    • Karin de Mik