Kunsteconomie

Het Residentie Orkest zit in financiële en bestuurlijke problemen, die na een opstand van de musici deels moeten worden opgelost door een interim-manager. De Haagse musici willen zelf gaan praten met hun chef-dirigent Jevgeni Svetlanov omdat ze vrezen dat de directie hem verkeerd voorlicht over de problemen. Eén daarvan is het dreigende faillissement van de Dr. Anton Philipszaal, via een kleine omweg eigendom van het orkest. De exploitatie van de zaal heeft grote verliezen opgeleverd.

Bij het Brabants Orkest zijn bestuur en directeur vertrokken, onder andere wegens problemen met de musici. Zij namen geen genoegen met de benoeming van Jaap van Zweden als vaste gastdirigent, zonder dat chef-dirigent Soustrot en het orkest waren geraadpleegd. Het Brabants Orkest heeft zojuist een interim-bestuur gekregen, dat de verhoudingen binnen het bedrijf moet reorganiseren. Het orkest kampt verder nog met een tekort.

Ook bij het Noord Nederlands Orkest (NNO) zijn er problemen: de directie heeft de orkestleden gewezen op de zwijgplicht die in de CAO is opgenomen. De musici mogen niets schadelijks naar buiten brengen over het orkest, waarbinnen discussie is ontstaan over het functioneren van chef-dirigent Hans Drewanz. Orkestleden klagen dat “de directie van het NNO het orkest ziet als werkvolk en zichzelf als hoge heren”. Het lijkt een citaat uit de vorige eeuw.

Steeds meer is kunst verbonden met grote zakelijke belangen. Die vereisen dat bestuur en directie van kunstinstellingen op slagvaardige en strategische wijze opereren, anders staat al snel het voortbestaan van de kunstinstelling op het spel. Dat geldt voor het vierjaarlijkse gevecht om de rijkssubsidies maar ook voor de dagelijkse gang van zaken. De marges in de bedrijfsvoering zijn smal. De zaal moet eigenlijk altijd vol zitten en elk concert moet erg goed zijn, anders dreigen negatieve publiciteit, financiële en artistiek-organisatorische problemen.

Vroeger waren kunstinstellingen doorgaans eilanden van rust en stabiliteit. In het bestuur zaten notabelen, (ex-)politici en vooraanstaande figuren uit het bankwezen en bedrijfsleven. Ze hadden kennissen en connecties, in feite waren ze de elite van het publiek. Dat is nog steeds zo - vooral oud-ministers zijn geliefd. Het Nationale Ballet kreeg Job de Ruiter, Koos Andriessen is voorzitter van het Rotterdams Philharmonisch Orkest, Elco Brinkman zit in het bestuur van de Nederlandse Opera.

Maar een zorgeloze erefunctie is het bestuurslidmaatschap niet meer. Er moet doortastend en professioneel worden gehandeld. Cor Baan (de man van DAF-Trucks) was weer te voortvarend, door op eigen gezag Van Zweden aan te stellen. Hij moest vertrekken toen de basis het niet meer pikte. De terminologie in de kunstberichtgeving lijkt steeds meer op die van de economiepagina's. In het bedrijfsleven is vaak twijfel aan het functioneren van vakbonden en ondernemingsraden. In het kunstleven lijken die steeds succesvoller. Het personeel is daar immers de baas, hun functies zijn niet te automatiseren, musici zijn niet te vervangen door machines.