Kermisacts en andere Brabantse notabelen

J. van Oudheusden (red.): Brabantse biografieën. Deel 4. Boom, 144 blz. ƒ 25,-

Of ze nu 48 of 61,2 centimeter groot was, welhaast zeker is dat Johanna Musters (1878-1895) uit het West-Brabantse Ossendrecht het kleinste vrouwtje aller tijden is geweest. Haar ouders wisten haar lengte goed uit te buiten door met 'Prinses Pauline', zoals ze later werd genoemd, op kermissen en markten geld te verdienen, tot op Broadway toe. 'Dankzij Pauline', schrijft S.M. Dumont in Brabantse biografieën deel 4 'verkreeg de familie (haar vader was timmerman) een welstand die ze anders nooit zou hebben bereikt.'

Johanna Musters is een van de opvallende Brabanders die in deel 4 staan beschreven. Naarmate de figuren curieuzer zijn, zijn hun meestal compacte levensbeschrijvingen boeiender om te lezen. Dat geldt zeker ook voor het serieuze genre waarin Charlotte van Beuningen-Fentener van Vlissingen (1880-1976) optrad. Deze dochter uit het Amsterdamse koopmansgeslacht Fentener van Vlissingen drukte een sociaal stempel op het Brabantse Vught, waar ze met haar ouders ging wonen. De naam van deze als 'sociaal bewogen' omschreven vrouw leeft daar nog altijd voort in de Charlotte Elisabeth van Beuningen Stichting die zich bezighoudt met het entameren van woningbouwprojecten. Niet ver van Huize Bergen, waar Charlotte woonde, is nog het complex te zien van de vriendelijke, witte huisjes met groene daken, een van de activiteiten van de stichting. Ook het park rond het gemeentehuis, favoriete plaats voor het maken van bruidsfoto's, heeft Vught aan deze welgestelde familie te danken. In dit dorp was tevens door haar toedoen in de crisisjaren dertig een spijskokerij ingericht. Voor de gevangenen in het concentratiekamp Vught werden onder haar leiding voedselpakketten samengesteld. Charlotte was lid van de Morele Herbewapening, die als tegenwicht was bedoeld tegen het communisme. 'Door mensen die haar goed hebben gekend', schrijft N. Rogier, 'wordt ze gekenschetst als een grote persoonlijkheid, letterlijk en figuurlijk, een vrouw met veel zin voor humor, die uitdagingen aangreep, vrijgevig was en hyperactief. Zich bewust van haar stand trad ze op de voorgrond waar iets belangrijks te doen was en ging graag met alle eer strijken.'

Natuurlijk is aandacht gewijd aan 'televisiebisschop' Wilhelmus Marinus Bekkers (1908-1966). Hij wordt omschreven als 'ijdel' maar ook als 'spontaan en joviaal; iemand die niet boven maar juist tussen de mensen probeerde te staan'. Verder aan de 'joviale Hollandsche Brabander' Jos. Orelio die met 'zijn effectvol, krachtig en metalen stemgeluid' als bariton furore maakte in het begin van deze eeuw. Het borstbeeld van deze in Den Bosch geboren zanger is nog altijd in het Amsterdamse stadsschouwburg te zien.

Bijzonder veel plaats is ingeruimd voor de eigenzinnige burgemeester Jan Verwiel van Oisterwijk die zich 'een vooruitgeschoven post voelde van het moderne overheidsbeleid in een nog duister gebied' en in zijn dorp groot opzien baarde door een gemengd zwembad te tolereren, dat later onder druk van de katholieke upper ten en van het dagblad De Maasbode weer werd gescheiden.

De levensbeschrijvingen van de bekende en onbekende Brabanders, zoals de ondertitel van deel 4 van de Brabantse Biografieën luidt, zijn soms verrassend. Zoals die van Cornelis Schuitemaker (1813-1884) uit West-Brabantse Sint-Willebrord. Hij stond model voor Vincent van Goghs tekeningen Worn out en Boer bij het vuur. 'Heden en gisteren' schreef van Gogh aan zijn broer Theo, 'tekende ik twee figuren van een oud man die met de ellebogen op zijn knieën en het hoofd in de handen zit. Ik heb het indertijd van Schuitemaker gedaan en bewaarde steeds de tekening omdat ik het nog eens beter wilde doen'. 'Schuitemaker werd onsterfelijk', aldus zijn biograaf C. de Bruyn-Heeren 'door Vincent van Gogh.'

    • Max Paumen