Ingehuurd

Stel, staatssecretaris Nuis zou het volgende hebben gezegd: “Geen enkel land kan het zich permitteren om te zeggen: dit is het geld en de kunstenaars bepalen hoe het wordt besteed. Want dan is toch de vraag aan de orde: ik kan gek zijn, de Tweede Kamer kan gek zijn, maar wie verzekert me dat die individuele kunstenaar niet toevallig een lelijk schilderij maakt of een slecht boek? Wie moet er eigenlijk beslissen over het belastinggeld? Daar ben ik voor ingehuurd, niet de individuele kunstenaar.”

Nog even afgezien van het woordgebruik. Ik denk dat Nuis gekozen zou heben voor het meervoud keuzen en niet voor het lelijke, door politici ingevoerde keuzes. En dan dat platte Berenschot-jargon ingehuurd. De Van Dale geeft ter verduidelijking precies het juiste voorbeeld: “Ik merkte dat ik was ingehuurd om het vuile werk op te knappen.” Ooit hebben ministers en staatssecretarissen hun werk uit overtuiging en misschien zelfs uit roeping gedaan, maar tegenwoordig zijn zij ingehuurd.

Maar daar gaat het niet om.

Het gaat erom dat er een enorm tumult was ontstaan als Nuis zoiets had gezegd. Kunstinstellingen zouden verontwaardigd hebben gereageerd en kunstenaars zouden de straat op zijn gegaan. Ik voorzie protestdemonstraties en boze hoofdcommentaren, waarin men zich afvraagt of de staatssecretaris zich misschien tot de sociaal-realistische kunst heeft bekeerd. Heel artistiek en intellectueel Nederland zou zich hebben gemobiliseerd om Nuis op de knieën te krijgen.

Natuurlijk is Nuis niet zo dom geweest om zoiets te zeggen. Wie wel wat zei, was minister Ritzen van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. In Elsevier zei hij over wetenschappelijk onderzoek het volgende: “Geen enkel land kan zich permitteren te zeggen: dit is het geld en de onderzoekers bepalen hoe het wordt besteed. Want dan is toch de vraag aan de orde: ik kan gek zijn, de Tweede Kamer kan gek zijn, maar wie verzekert me dat die individuele onderzoeker niet toevallig een foute keuze maakt? Wie moet eigenlijk de keuze maken over belastinggeld? Daar ben ik voor ingehuurd en niet de individuele onderzoeker.”

Daar wordt men even stil van.

Dat individuele onderzoekers alleen maar goede keuzen maken, kan inderdaad niemand garanderen. Het trial & error is nu eenmaal de methode van de wetenschap. Ik kan gek zijn, de Tweede Kamer kan gek zijn, maar is hier niet de vraag aan de orde: wie garandeert mij dat de minister niet de verkeerde keuzen maakt? Mijn boerenverstand zegt mij dat de kans op een fout bij de minister heel wat groter is dan die bij de onderzoeker die tenminste nog deskundig is op zijn eigen kleine gebied.

Laat ik hier niet het loflied zingen op de vrijheid van onderzoek. Als de Nederlandse universiteit een knip voor haar neus waard is, moet zij de waarde ervan aan iedereen duidelijk kunnen maken, zelfs aan een domme minister. Maar ik moest denken aan het beeld van Newton, die schreef dat wij in de wetenschap lijken op het kind dat aan het strand een schelp opraapt, terwijl de oceaan van het onbekende zich voor hem uitstrekt. Minister Ritzen wil de garantie dat het kind altijd de goede schelp vindt. Sterker nog, kennelijk verkeert hij in de zekerheid dat hij zelf wel in staat is precies de juiste schelpen er uit te pikken. Droomkoninkje!

Eigenlijk is het stuitend dat de minister met een beroep op 'onze belastingcenten' de vrijheid van onderzoek de nek om wil draaien. Als straks al die maatschappelijke thema's, waar de minister zoveel belang aan hecht, de universiteiten hebben overwoekerd, is het wetenschappelijk onderzoek een even modieuze als oninteressante aangelegenheid geworden.

Men leest de laatste tijd veel over het gevaar van Glimmerveen, Janmaat en diens ellendige kornuiten, maar naar mijn idee vormt de opvatting van Ritzen een aanzienlijk grotere bedreiging voor onze democratie. Nog nooit in mijn leven heb ik in een protestoptocht meegelopen, maar hier zou ik de straat voor opgaan. Dat is pas een eerste stap. Laten wij, om te beginnen, bij de komende verkiezingen niet meer op de partij stemmen die Ritzen heeft ingehuurd.

    • Max Pam